Analyse Europese Centrale Bank

Wat Draghi ook doet, hij is sowieso te laat

ECB-president Mario Draghi heeft de afgelopen jaren met enorme geldinjecties de Europese economie overeind gehouden. Doorgaan met deze omstreden politiek is riskant, maar ermee stoppen is dat ook. Donderdag wordt duidelijk hoe hij zich hieruit probeert te redden. 

Mario Draghi. Foto Reuters

Zowel de Nederlandse pensioenfondsen als de kersverse Italiaanse regering houden hun adem in. De eerstgenoemden zullen hopen dat Draghi donderdag aankondigt zijn omstreden opkoopprogramma, waarbij al voor 2.000 miljard euro aan staatsschulden is aangeschaft, stop te zetten. Alleen dan kan de centrale bank vanaf volgend jaar, net als de Amerikaanse Federal Reserve woensdagavond deed, de rente verhogen. 

Dat is hard nodig. Woensdag werd een deel van de pensioenfondsen opnieuw gewaarschuwd door toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB). Ondanks goede beleggingsresultaten lopen ze achter met hun herstelplannen. Als er niets verandert – denk aan een rentestijging – lopen 47 fondsen, met in totaal ruim 10 miljoen deelnemers, het risico dat zij vanaf 2020 de pensioenen moeten verlagen.

Redder in nood

Italië hoopt juist op het omgekeerde. Het land staat voor meer dan 2.200 miljard euro in het rood. Gezien de prijzige regeringsbeloften – van belastingverlaging tot eerder stoppen met werken – wordt die schuld er niet kleiner op. Gelukkig is daar de ECB om die leningen betaalbaar te houden. Zij houdt de rente laag – een van haar officiële tarieven is zelfs negatief. En, minstens zo belangrijk: de ECB heeft inmiddels eenvijfde van de Italiaanse overheidsleningen opgekocht.

Uitgerekend die redder in nood dreigt zich nu uit de voeten te maken. Het huidige opkoopprogramma van de ECB van 30 miljard euro per maand, loopt nog tot en met september. Tot dusver hield Draghi (zelf Italiaan) alle opties open. Misschien wordt de geldpers eind dit jaar stopgezet, misschien ook niet. Zijn rechterhand, hoofdeconoom Peter Praet, verbaasde vorige week dan ook met de mededeling dat de ECB donderdag al moet kijken ‘of de vooruitgang tot nu toe voldoende is om een geleidelijk einde te rechtvaardigen van onze netto schuldaankopen’.

Sommige analisten zien hierin een teken dat de ECB vandaag het einde van het tijdperk van het extreem goedkope geld zal aankondigen. Andere experts houden het erop dat het onderwerp op de agenda staat, maar dat de knoop pas eind juli wordt doorgehakt. De pijnlijke waarheid is dat Draghi’s timing er weinig meer toe doet. Jarenlang drongen met name Noord-Europese critici erop aan om het toedienen van deze monetaire doping te staken. Vorige week wees DNB-president Klaas Knot opnieuw op de economische groei in de eurozone, de langzaam opkrabbelende inflatie en het gevaar van financiële zeepbellen.

Moeras

Net nu Draghi hier gehoor aan lijkt te geven, is het te laat. De centrale bankier staat tot zijn knieën in het politieke moeras waar hij kost wat kost uit wilde blijven. Met dank aan de onverwachte verkiezingsuitslag in Italië, die leidde tot een regering van rechtse en linkse populisten. Gaat de ECB ook na september door met schuldaankopen, dan kan dat uitgelegd worden als impliciete steun aan Rome. Zet Draghi er een punt achter, dan is dat net zo goed een politiek statement. Deze maand kwam de ECB al onder vuur te liggen toen bleek dat uitgerekend tijdens de Italiaanse formatieperikelen minder obligaties van dat land waren aangekocht dan normaal. De centrale bankiers zouden de eurosceptici pootje proberen te lichten.

Het bevestigt de grootste vrees van tegenstanders als Knot: je komt hier niet meer uit. De monetaire doos van Pandora is geopend, en gaat amper meer dicht. Want zelfs als de ECB de Italiaanse druk weerstaat, zal bij de eerste tekenen van economische tegenspoed de roep om de geldpers weer klinken. Draghi dreigt daarmee, vlak voor zijn afscheid in 2019, de man te worden die te lang is blijven hangen op een feest, niet aanvoelend dat de sfeer omsloeg. Nu hij in allerijl probeert weg te komen, laten de andere gasten hem niet meer gaan. Nog een rondje!

Niet alleen Nederlandse gepensioneerden en Italiaanse politici, ook de ECB gaat daarmee roerige tijden tegemoet. Sinds de crisis in 2008, is de macht van centrale banken fors toegenomen. Tegelijkertijd zijn ze nog altijd ongekozen en strikt onafhankelijk. Dat lijkt een luxueuze positie, maar alleen al de schijn van politieke inmenging zal discussie oproepen over die unieke privileges.