Column Bericht uit Polen

Wat doet dat geraamte tussen hippe Warschause straten?

Het Kamiencia Krongolda, een vooroorlogs, leegstaand pand. Beeld Iris Koppe

‘Sorry hoor, dat Warschau zo lelijk is’, zeggen Polen weleens tegen me. ‘Hopelijk stoor je je er niet te veel aan.’ Als ik dan wil antwoorden dat ik het enorm vind meevallen, volgt er altijd nog iets: ‘Maar ja, de Duitsers, hè. Zij hebben onze stad kapotgemaakt. Voor de oorlog was het een soort Parijs, of nee: het was nog mooier dan Parijs!’

Het verdriet over het ‘oude Warschau’ is bij de huidige inwoners nooit ver weg. Dat de stad in 1944 vrijwel in z’n geheel werd vernietigd, doet nog steeds pijn. Bordjes op straat herinneren voorbijgangers aan ‘wat hier vroeger stond’ en in hippe koffietentjes hangen zwart-witfoto’s van de vooroorlogse Poolse hoofdstad.

Als nieuwkomer moest ik wennen aan die continue stroom verontschuldigingen van de Polen voor hun ‘lelijke stad’. En ook aan de verbaasde blikken als ze mij vervolgens hoorden zeggen dat ik het hier veel fijner vind dan in Parijs. Dat is niet gelogen. Warschau ís een geweldige en fascinerende stad. Het minderwaardigheidscomplex van de inwoners past niet bij wat je om je heen ziet: de New Yorks aandoende skyline, het bruisende centrum en zakenlui die met elektrische steps over de stoep scheuren. Overal wordt geklust en gebouwd. De energie die in de stad hangt doet vermoeden dat het beste nog moet komen.

Tussen al het dynamische leven zie je ze af en toe: de oude panden die de oorlog wél hebben overleefd. Ze detoneren het straatbeeld tussen de moderne hoogbouw en worden bijeengehouden door steunpilaren. Je kunt ze gerust duister en huiveringwekkend noemen. Neem het Kamienica Krongolda, het pand op de hoek van Zlota en Zelazna, gebouwd in 1899, dat grenst aan mijn eigen appartement. Buurtbewoners zeggen dat dit gevaarte al meer dan veertig jaar onbewoond is, officiële cijfers spreken over zestien jaar leegstand.

Krongolda druipt, piept, kreunt. Ik kan hem al van verre ruiken, afhankelijk van hoe de wind staat. Er moet een geheel eigen biotoop zijn ontstaan. Grote groepen vogels vliegen in en uit. Er zouden tientallen daklozen leven, terwijl verroeste hekken de verschillende ingangen naar de binnenplaats versperren. Toegegeven, ik heb mezelf ook eens onder het hek door gewurmd, op m’n buik. In februari toen er sneeuw lag, dat gleed makkelijk. Over gebroken glas schuifelde ik door een bemoste hal richting binnenplaats. Ik passeerde het geraamte van een dier. Een kat? Daarna een Pools bordje: instortingsgevaar. Hm, toch maar terug.

Volgens de Poolse wet mag een historisch gebouw – dat nationaal erfgoed is – niet worden gesloopt en moet het terug naar de eigenaren van voor de oorlog. Tja, die zijn vaak niet makkelijk te vinden. En áls ze zich al melden, is opknappen vaak geen optie. De grondprijs is gestegen en verkopen is lastig. Kopers willen er het liefst moderne appartementen van maken. Gevolg: door conflicten gebeurt er niets met ‘de parels van het oude Warschau’. Twee keer brak brand uit in het Krongolda. De daders werden niet gepakt, maar het gerucht ging dat een aannemer het vuur had aangestoken om een doorbraak te forceren.

Tot mijn grote verrassing zag ik twee weken geleden ineens dat er werklui bezig waren in het duistere pand naast mijn flat. Na jaren leegstand en conflict is er blijkbaar een oplossing gevonden: het Krongolda gaat toch in ere hersteld worden. In de buurt merkte ik het verschil direct: ik rook hem niet meer.

Iris Koppe valt in als Volkskrant-correspondent Oost-Europa

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden