Provinciale Staten Utrecht

Wat dóén ze daar eigenlijk in het provinciehuis?

Woensdag gaan we naar de stembus, maar wat doen ze nou eigenlijk in het provinciehuis? Utrecht laat het zien.

De Provinciale Staten van Utrecht in vergadering. Beeld Marcel van den Bergh

Op een koude maandagavond in februari, er heerst nog griep, speelt een op Arnon Grunberg lijkende jongen in een stempotloodrood pak ironisch voor quizmaster. In de hal van het provinciehuis van Utrecht beleven we de ‘Aftrap Verkiezingscampagne’ voor de Provinciale Staten: een handvol opgetrommelde studenten, een stoet verkouden en opgetogen Statenleden, plus een paar journalisten.

‘Hoeveel euro gaat de provincie Utrecht de komende vier jaar uitgevénnnn?’

‘Vierrrr-honderd-een-en-tachtig miljóén!’

Dat lijkt zo best een aardig budget. Toch heeft de provincie Utrecht maar liefst drie keer minder te besteden dan de stad Utrecht: de stad heeft anderhalf miljard.

Die 481 miljoen is zelfs minder dan de door Rijk, stad en provincie bekostigde Uithoflijn, een nog onvoltooide tramlijn van maar acht kilometer tussen Utrecht CS en Science Park Utrecht. Die staat inmiddels bekend als het duurste stukje tramrails van Nederland: 524 miljoen euro, inclusief forse overschrijding van de oorspronkelijke raming, met 84 miljoen.

De Uithoflijn werd hét hoofdpijndossier van de provincie Utrecht. Het gaat hier al een jaar vrijwel nergens anders over, zeker na onthullingen in NRC over een verzwegen klokkenluidersmelding over vermeende belangenverstrengeling tussen bouwbedrijf BAM en de verantwoordelijk provinciedirecteur. De VVD-gedeputeerde voor mobiliteit was kort daarvoor al opgestapt en opgevolgd door Dennis Straat (VVD), die wethouder was in Zaanstad.

Veel mensen in het provinciehuis denken dus dat ik speciaal voor de Uithoflijn kom. Maar dat was niet het idee: ik wil een maand meelopen in de Provinciale Staten bij mij om de hoek, omdat ik zoals de meeste Nederlanders nauwelijks weet wie mij daar vertegenwoordigen en wat ze er nu precies uitvoeren.

Statenlid Karin Boelhouwer, GroenLinks: ‘Ik had vorige week een gesprek met een lobbyistengroep, en zelfs die wisten niet wat de provincie doet. Ze vroegen: waarom zou ik stemmen? Wat maakt het voor mij uit? Professionele types, wel bijzonder.’

Beeld Marcel van den Bergh

Vooruitkijken

Het college van Gedeputeerde Staten in Utrecht is een coalitie van VVD, CDA, D66 en GroenLinks; de Statenleden zijn op dit moment afkomstig uit elf politieke partijen. Deze verkiezingen komen daar kandidaten van drie nieuwe partijen bij: Forum voor Democratie, Denk en U26Gemeenten, een verbinding van lokale partijen (Zij willen dat ‘lokale mensen actief hun eigen beleving aan de provincie kunnen geven’, aldus lijsttrekker Roy Luca).

Het Statenlidmaatschap kost een Statenlid ruim twintig uur per week, naast een gewone baan, die meestal noodgedwongen parttime is. Hiervoor krijgen Statenleden een vergoeding van 1.100 euro bruto per maand. Wie dit de moeite waard vindt, vindt zijn werk dan ook vaak echt leuk. Statenleden zijn dossiertijgers, met een in narcistische tijden opvallend gebrek aan ijdelheid. Zij zijn de onzichtbaren, en daar zijn ze vaak trots op.

André van Schie, lijsttrekker voor de VVD: ‘Het leuke van de provincie is dat je heel goed vooruit moet kunnen kijken. Je moet een probleem dat over drie jaar ontstaat vóór zijn.’

Huib van Essen, lijsttrekker voor GroenLinks: ‘Het leuke aan de provincie is dat het vaak net een abstractieniveau hoger is dan de gemeenteraad. Als gemeente bepaal je direct wat op straat gebeurt. Als provincie beslis je wat daar omheen moet gebeuren.’

De provincies gaan over ruimtelijke ontwikkeling, waterbeheer, milieu, energie, klimaat, platteland, natuurbeheer, bereikbaarheid, openbaar vervoer, regionale economie, culturele voorzieningen, monumentenzorg en de kwaliteit van het openbaar bestuur. Grof samengevat gaan ze over alle samenhang buiten de gemeentegrenzen. Als een gemeente daar een bedrijventerrein wil uitbreiden, bepaalt de provincie of dat mag.

Utrecht is in één opzicht de meest relevante provincie van Nederland: alles en iedereen moet erdoor om in of uit de Randstad te komen. Utrecht heeft het meest intensieve busnet, de drukst bezette verkeersknooppunten en de meeste vervoersbewegingen van Nederland.

Fractievoorzitter Chris Westerlaken, CDA: ‘Op een feestje waar ik weinig mensen kende, vroegen ze weer eens: maar wat dóét de provincie? Ik zeg: wij zijn als zuurstof. Je merkt er niks van, maar als ze weg is? Stel je bijvoorbeeld maar eens even voor dat alle provinciale verkeerslichten het niet meer doen: I rest my case.’

Tel daarbij de enorme woningbouwplannen op van alle grote steden, met op termijn dus nóg meer mensen die tussen die grote steden willen reizen, en je begrijpt waarom een saai klinkend verkiezingsthema als ‘mobiliteit’ voor Utrechters nog net geen kwestie van leven of dood is, of minstens het verschil tussen nu nog groene leefbaarheid en een verkeersinfarct.

De nieuwe CDA-lijsttrekker Derk Boswijk werd vier jaar geleden op zijn 25ste Statenlid. ‘En ik dacht óh mán, hoe ga ik dit volhouden. Mijn eerste Statenvergadering was om half drie ’s nachts afgelopen. En was de wereld er nou beter van geworden?’

Dit duurde drie maanden. Toen ontdekte Boswijk dat veel mensen in dorpen als Lopik en Renswoude met ontzettend traag internet zaten. ‘Ze moesten ’s nachts hun bed uit om mail te versturen.’ Hij diende een initiatiefvoorstel in, onderzocht de omvang van het probleem, ontdekte dat het om 14.000 adressen ging. ‘Daarvan zijn er nu 5.000 op glasvezelkabel aangesloten, de rest volgt volgend jaar.’ Derk Boswijk weet intussen waarom hij vergadert: het gaat nog steeds tergend langzaam, ‘maar je kunt echt dingen verbeteren’.

Beeld Marcel van den Bergh

Geen perstribune

Wie over de A27 langs de oostkant van Utrecht rijdt, ziet het provinciehuis vanzelf liggen, het is het hoogste gebouw aan deze kant van de stad: achttien verdiepingen, de woorden ‘Provincie Utrecht’ fier aan de gevel. Best imponerend, tot je binnen ontdekt dat de op een na kleinste provincie alleen de bovenste acht verdiepingen huurt en een vleugel, waar de Statenzaal ligt. Onder meer ABN Amro huurt hier ook kantoorruimte.

Hier volg ik Statenvergaderingen, spoeddebatten en commissievergaderingen. Een verslaggever van RTV Utrecht verslaat trouw ook de traagste vergaderingen over kadernota’s, basisscenario’s, onderzoeken en ramingen en zit zo een half etmaal met zijn laptop onhandig voor zich. Dit op een soort met bruin tapijt beklede pijnbank: de publieke tribune. Een kandidaat-Statenlid van de VVD die alvast een kijkje komt nemen fluistert: ‘Krijg jij het óók zo aan je rug?’

Op weg naar de Statenzaal passeer je een glanzend, groot bord met ‘Perstribune’, maar ‘er is dus geen perstribune’, krijg ik de eerste dag van een communicatieadviseur van de provincie te horen. Er zijn twee werkbare tafels die daar toch verdacht veel op lijken, maar het is dus niet de bedoeling dat ik daar zit: daar zitten de perswoordvoerders.

Griffier Karin Peters later: ‘Er kwam al een hele tijd geen pers meer en toen zijn de woordvoerders op de perstribune gaan zitten, het is gewoon zo gegroeid.’

René Dercksen, PVV: ‘In de gemeenteraden is de journalistiek ook al weggevaagd. In ons verkiezingsprogramma staat dat de Statenvergaderingen hoe dan ook door een verslaggever verslagen moeten worden.’

Maar hoe precies, dat is hem nog even onduidelijk.

Een commissievergadering kan zo vijf uur duren, een Statenvergadering gemakkelijk tien tot twaalf uur. De catering houdt de Statenleden dan in leven met – in volgorde van opkomst – dienbladen vol fruithapjes, kaas, worst en gefrituurde snacks.

‘Voorzitter, u had ons een plaspauze beloofd.’

‘Ná dit punt, hè. Ik moet zelf ook heel nodig, maar ja.’

Hier spreek ik Statenleden in hun glazen fractiekamertjes op de zeventiende verdieping. Op de zestiende, waar de gedeputeerden een fabelachtig uitzicht hebben, praat ik met Dennis Straat over zijn hoofdpijndossiers mobiliteit, financiën en bedrijfsvoering. Ik bezoek het eerste provinciale lijsttrekkersdebat en nog een stel lijsttrekkers thuis: PVV-lijsttrekker en senator René Dercksen serveert een stevige chocoladetaart in zijn villa in Bosch en Duin, GroenLinks-lijsttrekker Huib van Essen laat in Leidsche Rijn zien hoe hij zijn tweedehands elektrische autootje oplaadt in de garage.

Op een grijze woensdag in februari rijd ik een ochtend mee in een Volvo XC 90 hybride die vaak voor het provinciehuis staat: de dienstauto van de man die alle provinciepijn de komende jaren moet wegmasseren, de gloednieuwe commissaris van de koning, Hans Oosters. Een voormalig burgemeester en dijkgraaf van PvdA-huize, het vriendelijke type rasbestuurder.

Oosters maakt in drie weken kennis met alle 26 burgemeesters van Utrecht en vandaag bezoeken we Rhenen en Veenendaal. In de werkkamer van burgemeester Hans van der Pas van Rhenen serveert een secretaresse een nogal forse koek, ‘een Grebbebrok’.

Oosters: ‘Ah, die moet ik nog toevoegen aan mijn lijstje streekwoorden.’

Van der Pas: ‘Laat maar joh, dit komt van een bakker die het zelf heeft bedacht, die is allang blij dat wij het kopen.’

Dan gaan ze een uurtje in bestuurstaal praten, over samenwerken rond ‘de Food Valley’ bij Rhenen, ‘echt triple helix’ (waarmee moderne overheidsmanagers dan een samenwerking tussen overheid, ondernemers en onderwijs bedoelen).

Oosters na afloop tegen mij in de auto: ‘Ik vraag iedere burgemeester ook naar ondermijning, maar niet als jij erbij zit.’ Overal worden burgemeesters steeds meer onder druk gezet door burgers, soms ook door criminelen. Zelfs als dijkgraaf bij het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard ervoer Oosters de laatste tijd hoe emoties rond bijvoorbeeld het grondwaterpeil konden oplopen.

Door naar Gert-Jan Kats, de burgemeester van Veenendaal, die chocolaatjes offreert (‘Ik weet dat jij veel bezoeken aflegt, Hans’). Kats wil meer kantoren buiten zijn gemeentegrenzen – de provincie beslist of dat mag en Utrecht is streng, want er staan nog steeds kantoren leeg. ‘Hier gaan we elkaar wel nodig hebben’, zegt Kats. Bestuurstaal voor: hier ga ik nog veel over zeuren.

Beeld Marcel van den Bergh

Rode contouren 

De provincie Utrecht heeft 1,3 miljoen inwoners en ongeveer 600 duizend woningen. De verwachting is dat er tot 2040 160 duizend woningen bij moeten komen, een gigantisch aantal.

Rob van Muilekom, lijsttrekker PvdA: ‘De provincie heeft ‘de rode contouren’ bedacht, die zijn heel belangrijk, maar worden ook als knellend ervaren. Elke gemeente heeft nu een rood cirkeltje. En daarbuiten mag een gemeente alleen nog met toestemming van de provincie bouwen.’

Marc de Droog, lijsttrekker D66: ‘De oplossing is hagelslag of pindakaas. Gaan we die woningen overal uitstrooien of concentreren? D66 kijkt naar de hele zone langs de A12 tussen Woerden en Bunnik.’ Hagelslag? ‘Pindakaas’, zegt De Droog. Hagelslag is wat de kleine dorpen en de SGP willen: ook huizen bijbouwen in kleine kernen, met een menselijke maat, zodat kinderen daar kunnen blijven wonen.

De meeste partijen denken groter.

Huib van Essen, lijsttrekker GroenLinks: ‘Wij willen die nieuwe woningen vooral rond ov-knooppunten, om te zorgen dat ze zo weinig mogelijk autobewegingen veroorzaken’: pindakaas.

André van Schie, VVD: ‘Voor ons zijn 160 duizend woningen ook 160 duizend nieuwe banen. En die bedrijven moeten bereikbaar zijn’: wegen.

Onbegrip en wantrouwen

‘Je zult wel geen fraai beeld hebben van de provincie’, zegt lijsttrekker Arne Schaddelee van de ChristenUnie opvallend vaak, met de verkiezingen op komst. Schaddelee vergelijkt de communicatie van de provincie Utrecht met de Iraakse woordvoerder die live op tv verklaarde dat er niets aan de hand was, ‘terwijl iedereen op de achtergrond Bagdad zag branden’.

Is dat niet een tikje overdreven? Nou ja, misschien ook wel, zegt Schaddelee, die met Dercksen van de PVV dan ook het felst oppositie bedrijft.

Schaddelee is goed in die rol, maar ziet de nadelen ook wel: ‘De kracht van de provincie was dat het hier minder gepolariseerd was, je kon elkaar op de inhoud vinden. Wij hielden ons bezig met echt belangrijke infrastructurele zaken, tegenstellingen tussen partijen speelden hier minder een rol. Maar dat is iets dat we hier in Utrecht het afgelopen jaar wel zijn kwijtgeraakt.’

Gedeputeerde Dennis Straat: ‘Wat ik wel zie, na zo’n crisis als hier, is veel onbegrip en wantrouwen. Het gevaar is dat je daarna politiek maar ook bestuurlijk in een soort reflex schiet. Dat álles verkrampt.’ De oppositie werd steeds harder. En de ambtenaren steeds defensiever.

Niet alleen de Uithoflijn werd zo een drama. De provincie Utrecht blunderde volgens de Randstedelijke Rekenkamer ook met de verkoop van dure bouwkavels bij de voormalige vliegbasis Soesterberg, waarbij potentiële kopers ten onrechte zijn buitengesloten. Een zaak die aan het rollen kwam dankzij PVV-lijsttrekker Dercksen. Die wordt nu door opvallend wat Statenleden, ook van PvdA tot GroenLinks, ‘het beste Statenlid’ genoemd qua dossierkennis en bijtkracht. Dercksen werkt inmiddels aan ‘een kroniek’ over zes jaar Utrechts Statenlidmaatschap. ‘In het begin dacht ik: dit kán toch allemaal niet gebeurd zijn.’

Om de tegenslag compleet te maken, wijst een onderzoek onder honderden provinciemedewerkers eind januari uit dat nog niet de helft van de ambtenaren in het provinciehuis hun managers nog geloofwaardig vindt.

De provinciesecretaris, de voornaamste schakel tussen gedeputeerden en het ambtenarenapparaat, schrijft al twee maanden daarvoor in een brief aan Gedeputeerde Staten over een ‘verweesde organisatie’, met een patroon van ‘vrijblijvendheid en het mijden van verantwoordelijkheid’.

CDA-fractievoorzitter Chris Westerlaken: ‘Wij kregen hier die Uithoflijn in onze mik geschoven toen de BRU werd opgeheven’ – de Bestuurs Regio Utrecht, een stadsregio verantwoordelijk voor het openbaar vervoer, tot dat twee jaar geleden allemaal naar de provincie ging.

Wie je ook spreekt: ze noemen de BRU. Westerlaken: ‘Is dat goed gegaan? Nee. Maar ik vind het ook wat ver gaan om de provincieambtenaren de schuld te geven.’

Deze ambtenaren waren goed in beleid, niet in uitvoering. Dus werden interim-managers ingehuurd en infrastructuurspecialisten, die hun sporen onder meer hadden verdiend bij de aanleg van de Haagse tramtunnel, ook niet echt een aanrader qua efficiency. ‘We hebben gewoon te veel inhuur. Dát, in combinatie met een reorganisatie die niet is afgemaakt’, zegt gedeputeerde Dennis Straat. ‘De provincie werd vervoersautoriteit, maar een tram maken is echt iets anders voor een beleidsorganisatie die een provincie is. Die overgang is heel snel geweest en eigenlijk was er te weinig tijd om het voor te bereiden.’

Toen Straat vorig jaar begon, stelde hij vast dat de reorganisatie in het provinciehuis al anderhalf jaar stillag. ‘Mensen wisten op een gegeven moment gewoon niet meer in welk team ze zaten.’ Iedereen deed zijn werk, maar niet gestructureerd. Als er dan iets misgaat ‘heb je daar geen checks en balances opzitten’, zegt Straat.

De Provinciale Staten zijn het hoogste orgaan in de provincie, dus alle verbetering moet de komende jaren in de eerste plaats in gang worden gezet door de 49 Utrechtse Statenleden, waarvan sommigen ruiterlijk toegeven dat ze bij de Uithoflijn ‘misschien ook wel’ wat beter hadden kunnen letten op de kosten, terwijl anderen vinden dat ze onvolledig zijn geïnformeerd.

De voorganger van commissaris van de koning Hans Oosters, Willibrord van Beek (VVD), werd in 2013 aanvankelijk nog tijdelijk benoemd, omdat toenmalig minister van Binnenlandse Zaken Plasterk de provincie Utrecht destijds nog wilde laten fuseren met Flevoland en Noord-Holland. Die megaprovincie die nooit kwam, noemen ze op het provinciehuis nog steeds met rollende ogen ‘de provincie Flutland’.

Iedere vier jaar wordt ritueel gepleit voor afschaffing van de provincies, ook dit jaar weer, in Trouw, door hoogleraar bestuurskunde Michiel de Vries van de Radboud Universiteit Nijmegen. Gemeenten werden zo groot en machtig dat ze het prima samen met het Rijk zouden afkunnen, in een duaal systeem. De provincie als tussenbestuur zou maar ‘een relikwie’ zijn, met steeds minder taken en bevoegdheden. De provincies slaan met ‘allemaal technische onderwerpen’ geen deuk meer in een pakje boter.

Zeker is dat het voortdurende gehannes rond minder of meer provincie de ambtenaren in Utrecht geen goed heeft gedaan. Eerst werden er hier een hoop wegbezuinigd door het verdwijnen van provincietaken, toen kregen ze de Uithoflijn voor hun kiezen en was er te weinig knowhow in huis.

Rene Dercksen van de PVV (r), tijdens het lijsttrekkersdebat. Beeld Marcel van den Bergh

Roze olifant

Op vrijdagmiddag 1 februari wordt Hans Oosters geïnstalleerd als de nieuwe commissaris van de koning. In een Statenzaal vol feestelijk uitgedoste Statenleden, burgemeesters en ambtenaren en dito toespraakjes, koerst Oosters na een vriendelijk dankwoord linea recta naar de hoofdzaak:

‘Iedereen weet dat in deze zaal (…) een roze olifant staat.’

Doodse stilte. Uh-oh, de Uithoflijn, de bouwkavels, de ontevreden ambtenaren: nu al.

Oosters zegt dan vaderlijk dat ‘ook zaken die niet goed gaan onderwerp moeten blijven van het publieke debat. Dat doet soms pijn, maar het is nodig’.

Heel goed, zeggen na afloop Statenleden, ook uit de coalitie: Gedeputeerde Staten heeft de hoofdpijndossiers al te lang gebagatelliseerd. Ook een burgemeester op de receptie na afloop is vol lof: ‘Er is in dit provinciehuis hier al een jaar een storm gaande, echt enorm. En iedereen zit daar wel een beetje mee. Een nieuwe start moet nu ook gewoon, en álles bespreken, anders blijft het in alle bestuurlijke verhoudingen slepen.’

De verkiezingen komen daarom voor veel Statenleden als een opluchting. Reikhalzend kijken ze uit naar een schone lei.

Buurtbus weg

Voor een fotomoment voorafgaand aan de campagne-aftrap zijn alle lijsttrekkers uitgenodigd, ook de nieuwe, zoals Gökhan Çoban van Denk, die als enige moet nadenken over medewerking aan dit verhaal (‘Ik weet niet of dat strategisch handig is’). Alleen de lijsttrekker voor Forum voor Democratie, Wouter Weyers, is niet komen opdagen. ‘Al zes debatten en lijsttrekkersbijeenkomsten is hij niet geweest’, zegt Derk Boswijk, CDA. Statengriffie en Statenleden proberen inderdaad al weken vergeefs contact met Weyers te krijgen. Net als in andere provincies met onvindbare Forum-kandidaten geleidt de partij alle aandacht naar Thierry Baudet.

Gökhan Çoban, die ervaring opdeed als fractievoorzitter van Denk Veenendaal, tref ik een week later in een lege Statenzaal, waar hij met een Denk-collega alvast wat selfies en filmpjes staat te maken achter een interruptiemicrofoon. Çoban lacht ‘betrapt!’ en nu kunnen we praten. Denk keek goed naar de provincie Limburg, die meer dan de meeste andere provincies ook een sociale agenda heeft. Denk verwacht ‘twee tot drie’ Utrechtse zetels te kunnen winnen met een pleidooi voor ‘meer zachte kant’ dan tramrails, huizen en wegen. ‘Wij willen dat de provincie die 481 miljoen ook investeert in jeugdzorg en projecten tegen jeugdwerkloosheid.’

Het eerste lijsttrekkersdebat van de provincie is begin februari in sporthal De Vierstee in Maartensdijk. Terwijl korfbalvereniging Tweemaal Zes een bikkelharde partij speelt, gaan de lijsttrekkers in hun mooiste pak los in het voor driekwart gevulde zaaltje daarnaast. Christelijk Maartensdijk vult de eerste rijen, de aanhang van de SP loeit achterin. Geen handige plaats om het ‘afsterven van de buurtbus’ onvermijdelijk te noemen, zoals Marc de Droog van D66. In het dagelijks leven is De Droog ‘adviseur ethiek, integriteit en vertrouwen’ bij KPN.

Een woedende afgekeurde buschauffeur achterin roept: ‘Zít jij wel eens in de bus?’

Maar die stelt zich even later voor als Ton Spruijt, de man van SP-lijstrekker Andrea Poppe.

Het lijsttrekkersdebat, met Derk Boswijk van het CDA (l) en naast hem Arne Schaddelee (ChristenUnie). Beeld Marcel van den Bergh

‘Vergeten’ stuk

Drie dagen na zijn feestelijke installatie als commissaris van de koning legt Hans Oosters tijdens zijn debuut als voorzitter van een Statendebat de boel al stil. Ambtenaren van gedeputeerde Straat zijn ‘vergeten’ een belangrijk stuk naar de Statenleden te sturen, iets wat vaker voorkomt en tot veel wantrouwen leidt. En Statenleden maken daar nu een punt van orde van.

Oosters besluit na overleg met de fractievoorzitters de vergadering voor een paar dagen te schorsen, ze debatteren pas verder als alle Statenleden het stuk hebben kunnen lezen. ‘Heel verfrissend’, zegt later PVV-Statenlid René Dercksen, die erover begon.

De commissaris van de koning is voorzitter van zowel de Provinciale als Gedeputeerde Staten ‘en dat betekent dat je in al die rollen moet kunnen schakelen’, zegt zijn kabinetschef later. ‘Je hebt bijna geen macht, en gezag moet je verwerven, want de commissaris is niet de baas van de provincie.’

Meer een soort provinciekoning?

‘Ook niet: een commissaris moet wél verantwoording afleggen aan de minister.’

Het geschorste spoeddebat gaat over de jaarrekening van de provincie, die nog altijd niet is goedgekeurd door de accountant, omdat er nog die verzwegen klokkenluidersmelding over vermeende belangenverstrengeling rond de Uithoflijn bleek te liggen. ‘Vergeten’, volgens ambtenaren, dus dat moest op de valreep alsnog allemaal worden nagetrokken in een forensisch onderzoek. Dit Integis-rapport constateerde geen belangenverstrengeling, wel veel slordigheden.

In zijn dienstauto noemt Oosters het ‘best wel knap’ hoe Statenleden het ontbrekende stuk toch te pakken kregen in dat geschorste spoeddebat. Hij wil ‘in de eerste plaats’ aan alle geheimzinnigheid een einde te maken: openheid, openheid.

De jaarrekening had al op 1 oktober bij minister Ollongren moeten liggen, want die maakt 4,4 miljoen euro per week over naar de provincie Utrecht. Voor straf houdt zij daarvan nu wekelijks 60 procent achter tot de jaarrekening eindelijk door de accountant is goedgekeurd, de provincie draait nu dus op reserves. ‘Ontzettend vervelend’, zegt gedeputeerde Straat later in zijn werkkamer. ‘En dan druk ik me eufemistisch uit.’

Beeld Marcel van den Bergh

‘Draagvlak creëren’ 

De commissievergaderkamer, een maand voor de verkiezingen. Alle lijsttrekkers, behalve opnieuw Weyers van Forum voor Democratie, zitten met Hans Oosters aan de ronde vergadertafel voor een power-pointpresentatie door twee provincieambtenaren. Die hebben ‘suggesties’ tegen verdere polarisatie en voor samenwerken. Ook zijn er ‘ideeën’ over ‘beter contact’ tussen Statenleden en burgers. Dit om ‘draagvlak te creëren’, want ‘de maatschappij verandert, we kunnen het niet meer alleen’.

Met een mengeling van verbijstering en ergernis zitten sommige lijsttrekkers de powerpoint- presentatie zo beleefd mogelijk uit.

‘Heel badinerend’, noemt VVD-lijsttrekker André van Schie de suggesties later thuis. ‘Wij dóén de hele dag niet anders dan contact met burgers leggen en alle belangen wegen. En als er geen draagvlak is, dan moeten ambtenaren gewoon leren een stapje terug te doen.’

De zelfverzekerde Van Schie valt hier op. De scoutingcommissie van zijn partij vroeg de ervaren fractieleider uit de Utrechtse gemeenteraad om deze verkiezingen maar eens over te stappen. Van Schie is iemand die hard debatteert, dan weer met tranen in zijn ogen Bolkestein citeert (‘De belangrijkste verkiezingen zijn de vólgende verkiezingen!’) en zijn mails ondertekent met ‘In vrijheid, André’. Hij manifesteerde zich in het raadsbolwerk van GroenLinks als excentrieke ‘echte liberaal’, wars van betutteling. At daar eens blijmoedig een ballonnetje op, om te bewijzen dat die niet gevaarlijk zouden zijn. Diende een motie in voor het behoud van bitterballen bij de raadsborrelhapjes, tegen een vegetarische oekaze.

Maar hij isoleerde ook eigenhandig zijn sober ingerichte oude huis in de wijk Wittevrouwen. Van Schie had duurzaamheid in zijn portefeuille, ‘dan wil je toch leren hoe alles werkt’. Nu is hij razend enthousiast. Op zijn dak liggen zonnepanelen en Van Schie laat met enige trots zien hoe slim en zuinig de douche functioneert, ‘zó efficiënt!’

Stempotloodrood pak

De provincie Utrecht bracht al een ‘verkenning’ uit over haar eigen rol in de toekomst. De titel: ‘Zelfbewust Zichtbaar’.

Het is nu zaak de moed erin te houden, al waait een gure wind over het donkere parkeerdek van het provinciehuis en doet de ‘Aftrap Verkiezingscampagne’ in deze omstandigheden denken aan zo’n feestje waar de gastvrouw iets te nerveus haar best doet op de sfeer. De Statenleden kregen een gedetailleerd draaiboekje voor de festiviteiten. De afdeling communicatie bedacht dat de pers de blije quizmaster in het stempotloodrode pak ‘Vincie’ moeten noemen, van proVINCIE.

18.40 – 18.55 uur: We lopen met de hele groep naar buiten. Daar staat een rode knop.

Nu kleumen zo’n zestig personen braaf rond een zuiltje met die knop. Achter ons raast de snelweg, de woordvoerster van de commissaris van de koning maakt afwerende gebaren en snottert ‘griep’.

Vincie roept: ‘Bent u er kláárrr voor? We gaan áftellen!’

Men telt gespeeld-verrukt af. En de commissaris van de koning mept goedgemutst op zijn rode knop.

Op de zijkant van het provinciehuis zou volgens het draaiboekje nu van boven tot onder zelfbewust zichtbaar de tekst STEM 20 MAART moeten oplichten. Goed te zien ook in de dagelijkse file op de A27.

We turen: wáár dan?

De lampen blijken te zacht te staan afgesteld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.