Wat doen musea met hun depots?

Goed dan, voor de draad ermee: wat zijn de harde cijfers van wat er ligt en wat getoond wordt? En hoe verantwoorden de musea hun depotbeleid? De Volkskrant zocht het uit.

Beeld anp

Het museum is eigenlijk het topje van de ijsberg. Dat wat in tentoonstellingszalen staat of hangt, is maar een deel van de collectie die het museum beheert. In kelders en gehuurde opslagplaatsen is de kunst verzameld die niet op zaal kan of mag.

Hoeveel is elk jaar te zien van de hele collectie? Antwoord: gemiddeld 7, 7 procent, oftewel één op de dertien stukken. Omdat musea exposities wisselen (en vaak ook stukken in de vaste collectie) is de score over de afgelopen tien jaar hoger: 18,1 procent. Anders gezegd: sinds 2005 is nog geen vijfde van de museumverzamelingen getoond.

Het zijn ontnuchterende cijfers die opdoemen uit het onderzoek dat de Volkskrant deed naar het depot. Zeventig musea die een kunstverzameling beheren, is gevraagd een uitvoerige vragenlijst in te vullen. Daaraan is een lange discussie op de kunstredactie van deze krant voorafgegaan (zie kader onderin: Welke musea te onderzoeken?).

41 musea hebben de enquête ingevuld, bijna 60 procent. Alhoewel de kwaliteit van de antwoorden per museum sterk verschilt - maar weinige hebben alle gevraagde data voorhanden en dat is op zichzelf tekenend - kan met slagen om de arm toch een aardig beeld worden gedestilleerd.

Bijna alle musea zeggen graag meer van hun ondergrondse kunst te willen tentoonstellen, maar kunnen dat niet bij gebrek aan expositieruimte. En dan zijn er nog tal van andere redenen waarom kunst blijft veroordeeld tot het depot. Omdat een stuk in een slechte staat verkeert. Omdat een mooier exemplaar de voorkeur krijgt. Omdat het niet in de vaste collectie past. Het Mauritshuis in Den Haag heeft daar nu een leerzame tentoonstelling over: Hoogte- en dieptepunten uit het depot.

Rondleiding

Hoe gaat het er aan toe, in zo'n depot? Wat ligt er allemaal? Bekijk een rondleiding op volkskrant.nl/depot

Concurrentie tussen musea

Nog een reden waarom veel stukken uit het zicht blijven, is frappant genoeg de competitie tussen musea. Die worden steeds beter bezocht, getuige ook de gestage groei van de Museumkaart. Gevolg is wel dat steeds flink moet worden uitgepakt om de strijd met de concurrentie niet te verliezen. 'Met alleen onze eigen collectie krijgen wij niet het gewenste aantal bezoekers', antwoordt het Drents Museum op een vraag uit de enquête. 'Voor de kleinere tijdelijke tentoonstellingen wordt wel regelmatig gebruikgemaakt van de eigen collectie, maar de grote blockbusters komen voornamelijk uit andere (buitenlandse) collecties.'

In 1985 beschikten de 41 musea gezamenlijk over 1,8 miljoen collectiestukken. Dertig jaar later is dat bijna twee keer zoveel: 3,4 miljoen. Opvallend is dat de groei steeds meer afneemt. De aanwas in de afgelopen tien jaar, 250 duizend stuks, is een stuk kleiner dan in de twee decennia ervoor, als we bedenken dat de collecties over de laatste dertig jaar met 1,6miljoen stukken groeiden.

In het verleden is 'vrij klakkeloos allerlei spul binnengehaald', bericht Museum Martena, etaleur van de geschiedenis van Franeker alsmede Friese kunst. De nieuwe lijn is streng, stelt directeur Manon Borst: 'Er wordt niet verzameld voor het depot.' De kunstinstelling is de enige van de 41 musea die nu een kleinere collectie heeft dan dertig jaar geleden.

Welke musea te onderzoeken?

Goed idee, de musea eens te bevragen over hun depots. Maar álle musea in Nederland…?

In 2013 maakte een ambtenaar van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed een interessante rekensom. Hij vroeg zich af hoeveel voorwerpen alle collecties tellen waarvoor de Nederlandse overheid verantwoordelijkheid draagt. Hij kwam tot 65 miljoen. Volgens een schatting zou daarvan permanent 5 procent zichtbaar zijn voor het publiek. Dit zou betekenen dat het ongelooflijke aantal van 61,75 miljoen objecten onzichtbaar ligt opgeslagen in depots.

Maar dat is slechts een deel van de werkelijkheid. Zo blijken 37 van die 65 miljoen objecten in bezit van Naturalis: dieren, insecten, planten en fossielen die in het belang van de wetenschap worden bewaard. Toen de kunstredactie het plan opvatte onderzoek te doen naar het depot, was de eerste vraag dan ook: welke musea benaderen we? Heeft het zin een archeologisch museum dat duizenden scherven bewaart te vergelijken met een museum voor moderne kunst? Na twee vergaderingen luidde het antwoord: nee. Daarom is de vragenlijst gestuurd naar de zeventig best bezochte, niet-particuliere musea in Nederland die een eigen kunstcollectie beheren. Het zijn de instellingen waarover de Volkskrant het meeste schrijft. 41 van die musea (59 procent) vulden de enquête in. De grote musea zijn goed vertegenwoordigd: van de 15 best bezochte musea in 2014 deden er 12 mee.

Uitbreiding

Meer musea melden een kritische houding tegenover uitbreiding. Museum Catharijneconvent, dat christelijke kunst toont en door de massale kerksluiting veel aanbod krijgt, zegt bij elke schenking niet alleen naar de eigen verzameling te kijken. 'Dus wanneer een voorwerp al in andere museale collecties beschikbaar is, dan wel geen bijdrage levert aan de kwaliteit van de collectie Nederland, dan wordt een schenking niet aanvaard.'

Volgens het museum bestaat er tegenwoordig ook beter zicht op de opslagkosten, die op termijn aanzienlijk kunnen zijn, zeker als een kunstwerk moet worden gerestaureerd. Gelukkig rapporteren bijna alle musea dat het met het onderhoud van de collecties goed is gesteld, al worden her en der wel achterstanden gemeld.

Het Drents Museum onthult dat het in 2014 ongeveer honderd objecten heeft vernietigd die jarenlang onder slechte omstandigheden waren bewaard en niet meer konden worden gerepareerd. Het lijkt om een gevalletje versterving te gaan: 'Deze objecten waren al in een eerder stadium geselecteerd omdat ze weinig waarde hadden voor de collectie van het Drents Museum en daarom extern opgeslagen.' In de afgelopen tien jaar hebben de 41 musea in totaal een kleine tweehonderd collectiestukken moeten weggooien vanwege een slechte staat.

Niemand meldt grote ongelukken in de depots. Acht musea hebben maar één opslagplaats, wat hen kwetsbaar maakt. 'Als er een vliegtuig boven op ons Collectiecentrum valt, zijn er miljarden weg', zegt Bart Rutten, hoofd collecties van Stedelijk Museum Amsterdam. 'De verzekeringspremie die we betalen is hoog.'

Het gemiddeld aantal depots per museum is drie. Vijf van de 41 musea hebben zelfs zeven of meer depots, wat bepaald niet efficiënt is. Niet alle musea willen of kunnen bekendmaken hoe hoog de jaarlijkse huur en exploitatiekosten zijn een uniforme berekeningsmethode ontbreekt. Duidelijk is wel dat middelgrote musea hieraan al snel tonnen kwijt zijn en grote musea meer dan een miljoen.

Er valt dus een hoop te besparen als opslagruimten worden gedeeld. Tekenend is dat vier grote instellingen (Rijksmuseum, Nederlands Openluchtmuseum, Nationaal Museum Paleis Het Loo en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed) gezamenlijk een depot gaan bouwen. Oppervlakte van het nieuwe 'Collectie Centrum Nederland': 20 duizend vierkante meter, grofweg drie voetbalvelden.

Zo'n verzameldepot is in Friesland al bijna realiteit. Over enkele maanden wordt het 'Kolleksjesintrum Fryslân' in gebruik genomen, het in opdracht van de provincie gebouwde depot dat vijf Friese musea gaan delen. 'We zijn niet bang de collecties van de verschillende musea door elkaar heen te bewaren (papier bij papier, textiel bij textiel, zilver bij zilver, et cetera)', schrijft Meindert Seffinga, directeur van het Fries Scheepvaart Museum in Sneek. 'Zo creëren we de Collectie Friesland, die het mogelijk maakt snel en vlug uit elkaars collectie te lenen.'

Het buitenaanzicht van het depot van het Stedelijk Museum in Amsterdam. Beeld anp

'Ontzamelen'

Het samenhokken heeft volgens hem nog een voordeel: duidelijk wordt wat de dubbelingen zijn in de collecties van de vijf musea. Die van de minste kwaliteit kunnen worden weggedaan.

Vrijwel alle musea 'ontzamelen' actief, zoals het afstoten van collectiestukken in vakkringen heet. In de afgelopen vijf jaar zijn een kleine 60 duizend objecten uit collecties verwijderd, blijkt uit de antwoorden op de enquête. Dat lijkt veel, maar voor meer dan de helft was slechts één handtekening nodig: het Stedelijk Museum Alkmaar droeg 35 duizend glasnegatieven over aan het Regionaal Archief in dezelfde stad, omdat dat goede faciliteiten heeft. 'De collectie past daar ook beter.'

Niet zelden worden collectiestukken ontzameld omdat zij inmiddels niet meer als kunst worden beschouwd. Zo is het Stedelijk Museum Amsterdam bezig tekeningen die door geesteszieken zijn gemaakt over te dragen aan Het Dolhuys, Museum van de geest, in Haarlem. Ze waren bijeengebracht door een van de meest bewierookte Stedelijk-directeuren: Willem Sandberg.

Het wegdoen van collectiestukken is een lastig traject, klaagt een aantal musea, zoals het Westfries Museum in Hoorn. 'Het moet zorgvuldig gebeuren, in alle openheid en volgens vaste richtlijnen. Dit alles kost veel tijd, geld en menskracht.' De onlangs aangescherpte LAMO (Leidraad Afstoten Museale Objecten) schrijft tal van checks voor om te voorkomen dat cultureel belangrijke objecten naar musea in het buitenland verdwijnen of worden verkocht.

Tot ergernis van het Fries Museum geldt dat ook voor de erfgoedstukken die in het verleden als museaal werden beschouwd, maar nu als 'potten en pannen' worden getypeerd. De instelling wil maar liefst 20 procent van dit deel van de collectie ontzamelen. 'Probleem is alleen dat de LAMO een trage procedure is. Dat hangt als een loden last om de ontzameling heen', aldus Dirk Boomsma, teamleider behoud en beheer.

De opbrengsten van het ontzamelen in de afgelopen vijf jaar waren in totaal ruim een ton, minder dan twee euro per stuk. In veel gevallen heeft de afstotingsoperatie niets opgeleverd of zelfs geld gekost. 'Het ontzamelproject heeft veel tijd genomen. Het museum heeft meerdere malen verhuizers moeten inhuren voor hulp met het verplaatsen van objecten', is de ervaring van het Drents Museum, dat ruim 1.100 collectiestukken wegschonk aan andere musea en nog eens 2.500 stukken veilde. 'Het afstoten heeft het museum meer gekost dan opgeleverd.'

Iets wat ook duur is, merken veel musea op, is het op internet zetten van de collectie. 'We hebben geen geld om alle voorwerpen te fotograferen', geeft Museum Flehite aan. Museum Rotterdam klaagt over 'gebrek aan middelen en personeel voor registratie en fotografie'. De Domijnen: 'Het digitaliseringsproces is tijdrovend. Er is te weinig geld beschikbaar voor de geschikte programma's en arbeidsuren.' Stedelijk Museum Alkmaar : 'Een goede digitalisering is tijdrovend en daarom ook kostbaar.'

Een rekenvoorbeeld van het Drents Museum verduidelijkt dat. De kunstinstelling heeft geen geld voor een eigen fotograaf en huurt dus iemand in die jaarlijks 1.500 objecten kan vastleggen. Het museum heeft een collectie van 90 duizend stuks. Daarvan zijn er 63 duizend digitaal geregistreerd, maar slechts 13 duizend met foto. Het op de plaat zetten van de rest van de collectie duurt in dit tempo meer dan vijftig jaar.

Zelfs het grote Rijksmuseum, dat al meer dan de helft van haar miljoen collectiestukken online beschikbaar heeft gesteld (90 procent betreft werken op papier), hengelt naar financiële hulp. 'Het kost heel veel geld omdat het arbeidsintensief is. Onze middelen zijn beperkt, dus hebben wij daarvoor steun nodig.'

Beeldrecht

Bijkomend probleem is het beeldrecht, dat vooral voor musea met moderne en hedendaagse kunst een struikelblok vormt. 'Vanwege de auteurswet kan het museum niet zonder toestemming van de kunstenaars (of nazaten daarvan die nog geen 70 jaar geleden zijn overleden) kunstwerken online zetten', legt het Drents Museum uit. 'Het zoeken naar auteursrechthebbenden is tijdrovend.'

'Dit is een zeer arbeidsintensief en ongoing project', bevestigt Rutten van het Stedelijk, 'ook omdat niet alle kunstenaars zijn aangesloten bij Pictoright'. Dat is de organisatie die namens aangesloten beeldmakers auteursrechtvergoedingen int.

Digitalisering

Ondanks alle problemen is inmiddels de helft van de collecties publiek beschikbaar gemaakt op internet, zo wijzen de antwoorden van de musea uit. Intern is de digitalisering al een stuk verder: gemiddeld zijn vier op de vijf collectiestukken opgenomen in de computersystemen van de musea.

Algemeen worden de voordelen van een onlinecollectie geroemd. 'Juist depotstukken, die een verborgen leven leiden, krijgen een nieuw leven op internet: iedereen kan ze zien in de database', aldus het Fries Scheepvaart Museum.

Het op internet zetten van de collectie zit bezoek aan het museum ook niet in de weg, verzekert Taco Dibbits, directeur collecties van het Rijksmuseum. 'Rond de eeuwwisseling werd gesproken over de relevantie van musea in het digitale tijdperk. Maar mensen hebben een enorme behoefte om het origineel te zien. Hoe meer digitaal we aanwezig zijn, hoe meer mensen er naar het museum komen.'

Het onderzoek is mede uitgevoerd door Marlies de Brouwer.


Welke musea namen deel aan de enquête van de Volkskrant?

1. Amsterdam Museum
2. Bonnefantenmuseum, Maastricht
3. Breda's Museum
4. Centraal Museum, Utrecht
5. Cuypershuis/Historiehuis/Collectie Gemeente Roermond
6. De Domijnen, Sittard-Geleen
7. Dordrechts Museum
8. Drents Museum, Assen
9. Frans Hals Museum, Haarlem
10. Fries Museum, Leeuwarden
11. Fries Scheepvaart Museum, Sneek
12. Gemeentemusea Deventer
13. Gemeentemuseum Den Haag
14. Gemeentemuseum Helmond
15. Groninger Museum
16. Haags Historisch Museum en Museum de Gevangenpoort
17. Historisch Museum Den Briel
18. Kranenburgh, Bergen
19. Kröller-Müller Museum, Otterlo
20. Maritiem Museum Rotterdam
21. Mauritshuis, Den Haag
22. Museum Arnhem
23. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam
24. Museum Bredius, Den Haag
25. Museum Catharijneconvent, Utrecht
26. Museum de Fundatie, Zwolle
27. Museum Dr8888, Drachten
28. Museum Flehite, Amersfoort
29. Museum Gouda
30. Museum Martena, Franeker
31. Museum Rotterdam
32. Rijksmuseum, Amsterdam
33. Het Scheepvaartmuseum, Amsterdam
34. SCHUNCK*, Heerlen
35. Singer Laren
36. Stedelijk Museum Alkmaar
37. Stedelijk Museum Amsterdam
38. Stedelijk Museum Schiedam
39. Stedelijk Museum 's-Hertogenbosch
40. Stedelijk Museum Zwolle
41. Westfries Museum, Hoorn

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.