Interview‘Roofkunst’ in musea

Wat doen deze museumstukken nog in Nederland?

Moeten musea hun collecties niet opschonen en objecten teruggeven aan het land van herkomst? Die roep klinkt publiekelijk steeds vaker. Daarbij moeten we niet onbezonnen te werk gaan, vindt hoogleraar Pieter ter Keurs. Een wandeling met hem langs vijf topstukken in twee Leidse musea.

Antropoloog en hoogleraar musea, collecties en samenleving Pieter ter Keurs.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Onlangs werd het Amsterdamse Tropenmuseum door activisten bekogeld met verfbommen. Ze noemden het museum een ‘koloniaal instituut’ en de collecties zouden geroofd zijn. In navolging van het maatschappelijk debat over racisme is ook het koloniale verleden van Nederland opnieuw onderwerp van discussie en daarmee ook de beelden en musea die met dat verleden samenhangen. Pieter ter Keurs (1956) begrijpt de emoties, maar pleit voor nuance en dialoog. ‘Niet alles is roofkunst.’

Sinds december vorig jaar is antropoloog Ter Keurs hoogleraar musea, collecties en samenleving aan de Universiteit Leiden. Een nieuwe leerstoel die past bij het recente debat over museumcollecties. Daarbij gaat het vaak om (voormalige) etnografische musea. De relatie tussen dit soort musea en het kolonialisme valt niet te ontkennen, zegt Ter Keurs. ‘Aan het einde van de negentiende eeuw, de meest agressieve fase van Europees kolonialisme, nam de omvang van deze museumcollecties enorm toe.’

Moet het dan niet allemaal terug? Dat ligt lang niet eenvoudig, vindt Ter Keurs. ‘Zeker bij iets dat zo complex is als de restitutie van museumvoorwerpen moeten we niet onbezonnen te werk gaan. Daarmee wil ik niet het kolonialisme en de wreedheden uit die tijd bagatelliseren, integendeel.’ De gebeurtenissen van de afgelopen weken gaan niet alleen over kolonialisme, zegt Ter Keurs. ‘Het gaat over slavernij, stelselmatig geweld, uitbuiting en achterstelling. En dan lopen de emoties terecht hoog op. Toch moet je het gevoelige verleden niet uitvagen, maar juist bespreekbaar maken. Ik vind dat je dat deel van ons verleden met open vizier tegemoet moet treden.’

Duidelijkheid over het verleden en de oorsprong van museumcollecties zou daarbij het uitgangspunt moeten zijn. ‘Het koloniale verleden is complex en daarmee ook de context waarin deze collecties tot stand zijn gekomen.’ Deze zogenoemde verzamelcontext moet een grotere rol gaan spelen in het debat, en daarmee enige nuance aanbrengen, bepleit Ter Keurs. Om zijn punt te illustreren, geeft hij een rondleiding door twee Leidse musea die hij op zijn duimpje kent: het Rijksmuseum van Oudheden en het Museum Volkenkunde.

Rijksmuseum van Oudheden

Beeld Rijksmuseum van Oudheden

Het Trajanusbeeld uit Utica
‘Dit imposante beeld van de Romeinse keizer Trajanus is gevonden in Utica, ten noordwesten van Tunis, en later gekocht door de Nederlander Jean Emile Humbert – een buitengewoon interessante man. Hij was een ingenieur die in dienst ging bij de Bey van Tunis (lokale vorst, red.) en onder meer hielp bij het aanleggen van de haven.

‘Humbert had een fascinatie met de Oudheid en met het vinden van het oude Carthago – wat hem uiteindelijk ook is gelukt. Zijn verstandhouding met de Bey was goed, en hij kreeg toestemming om vondsten te doen. Dit beeld is gevonden door een van de dienaren van de Bey, of opgegraven, dat weten we niet precies – misschien stak het half uit de grond, dat kwam voor. Vervolgens heeft Humbert dit beeld gekocht van de Bey en het naar Nederland gebracht, waar het in het museum terechtkwam.

‘Was hier sprake van een koloniale machtsverhouding? Nee. Begin 19de eeuw was dit vrij gebruikelijk. Mannen als Humbert onderhielden contact met lokale autoriteiten, kregen vergunningen en betaalden voor wat ze vonden. Humbert had geen politieke macht.

‘Wij hebben een goede band met onze collega’s uit Tunis. Zij vinden het prachtig dat wij de beelden in de collectie hebben en maken ook graag gebruik van Humberts archief, dat hier ligt. We geven elkaar ook stukken in bruikleen.’

Beeld Rijksmuseum van Oudheden

Een mummiekist uit Bab al-Gasoes
‘Deze mummiekist maakt onderdeel uit van de ontdekking van een graf uit 1891, met maar liefst 140 kisten. Dat is een periode waarbij je denkt: wat doen die voorwerpen hier? De machtsverhouding tussen de Europese staten en Egypte was toen erg ongelijkwaardig. Bovendien hadden de Egyptenaren zelf al een oudheidkundig museum in Caïro.

‘Maar de vondst was zo enorm, dat men het niet in Egypte zelf kon opvangen. Tegelijkertijd was men bang dat het graf geroofd zou worden. Met name de sjabti’s, beeldjes van bedienden om mee naar het hiernamaals te nemen, waren een makkelijk doelwit: klein en waardevol. Archeologen hebben het graf in een recordtijd leeggehaald – daar is helaas ook veel bij beschadigd – en de Egyptenaren besloten het te verdelen over musea in Europa. Zo is het hier terechtgekomen: legaal, als geschenk.

‘Het papierwerk bij deze mummiekist is dus in orde. Je kunt de vraag stellen: het is legaal, maar is het ook moreel acceptabel? Europeanen, zoals Britten en Fransen, hadden alsnog veel te zeggen in Egypte – het was sinds 1885 een Brits protectoraat. Het juridische en het morele, dat zijn twee waardesystemen die soms naast elkaar bestaan, zeker wanneer de wetten in een koloniale context zijn ontworpen. Toch had deze mummiekist hier zonder instemming van de Egyptenaren waarschijnlijk niet gestaan. En vandaag de dag zijn er geen eisen voor teruggave. Onze samenwerking met het museum in Caïro is juist erg goed.’

Museum Volkenkunde

Beeld Nationaal Museum van Wereldculturen

Een staatsiekris uit Yogyakarta
‘Een kris heeft een grote symbolische, vaak ook magische waarde. De vorst van Yogyakarta, op Java, schonk dit in 1865 aan de gouverneur-generaal van Nederlands-Indië. Het is in de diplomatie gebruikelijk dat men geschenken uitwisselt – dat gebeurt nog steeds. In de koloniale context was dat niet anders en het gebeurde meestal niet onder dwang. De Nederlanders gaven ook giften terug, zoals art-nouveau meubels, die erg geliefd waren.

‘Er hangen hier ook krissen die op een hele andere manier in de collectie terecht zijn gekomen, bijvoorbeeld tijdens de gewelddadige veldtochten van het koloniale leger op Lombok en Bali. Om een expeditie te bekostigen, werden waardevolle voorwerpen uit de paleizen meegenomen, van de lijken geroofd, en ter plekke geveild. Via tussenhandelaren kwamen ze dan in collecties en musea terecht. Deze achtergrond wordt hier in het museum vermeld, maar er zou meer nadruk op gelegd kunnen worden.’

‘De aandacht voor de herkomst van museumstukken is vrij recent. Dat heeft niet alleen te maken met het maatschappelijk debat, maar ook met veranderingen in musea zelf. Curatoren waren in de jaren zeventig en tachtig nauwelijks geïnteresseerd in de verzamelgeschiedenis van stukken. Dat vonden ze niet wetenschappelijk genoeg. Nu is dat anders.’

Beeld Nationaal Museum van Wereldculturen

Een ‘toverstaf’ van de Batak op Sumatra
‘Deze ‘toverstaf’ (lengte 2,15 meter) is in de ­jaren veertig van de 19de eeuw verzameld. Dit is een belangrijk cultureel voorwerp dat wordt beheerd door de datoe, de priester. Deze staf is verzameld door een Duitser, Carl Benjamin Hermann Baron von Rosenberg, die voor de (Nederlandse, red.) koloniale overheid in Indië werkte.

‘Hij is aan deze staf gekomen toen hij nog in het koloniaal leger diende. Dat trok destijds rond door het noorden van Sumatra. Daar troffen ze voornamelijk verlaten dorpen aan. In zijn dagboek noteert hij dat hij dit vreemd vond, maar die dorpen waren natuurlijk leeg omdat het leger eraan kwam – iedereen vluchtte de bergen in.

‘In een van die dorpen zag Von Rosenberg een toverstaf staan. Als het echt belangrijk zou zijn, hadden ze het wel meegenomen, was zijn gedachte. En hij nam de staf mee. Maar deze was natuurlijk met opzet achtergelaten, om kwaad af te ­weren: de Nederlanders. Als je naar zijn ­latere werk kijkt – hij werd op den duur wetenschappelijk ambtenaar in Batavia – zie je dat hij een goede verzamelaar is, met veel respect voor de lokale cultuur en gebruiken. Maar hij deed dus ook dit soort dingen.’

Beeld Nationaal Museum van Wereldculturen

Ivoor: een zoutvaatje uit West-Afrika en een olifantstand uit Benin
‘Dit zoutvaatje was bedoeld voor de handel. Het moet zo tussen 1520 en 1530 in de buurt van Benin zijn gemaakt. Het is toen gekocht door de Portugezen. In de kuststreken van West-Afrika was veel handel, er bestond vraag en aanbod. Europeanen deden zout in hun eten, dus werden er zoutvaatjes gemaakt. In dit geval met de afbeelding van een Europeaan op een paard. Het is een resultaat van twee culturen die met elkaar in contact komen en handel drijven.’

Naast het vaatje staat de slagtand van een olifant, met uitgesneden afbeeldingen. ‘Dit is oorlogsbuit, geroofd door de Britten tijdens een strafexpeditie tegen de Oba in 1897, een volk uit Benin. Na de expeditie verkochten ze voorwerpen aan Europese musea om de kosten te compenseren.’ 

Beeld Nationaal Museum van Wereldculturen

Anders dan bij het zoutvaatje is de koloniale context hier anders. Waar de Portugezen in de 16de eeuw nog handel dreven, waren de Britten eind 19de eeuw een agressieve koloniale wereldmacht. ‘De verzamelcontext van deze slagtand is typisch voor die periode.’

Voor deze voorwerpen is de Benin Dialogue Group opgericht, waar curatoren uit Benin, Museum Volkenkunde en meerdere Europese musea aan deelnemen. Samen denken we na over of en hoe deze stukken moeten worden teruggegeven. En dat is belangrijk.’

Tot slot: eer de plek van oorsprong

‘Kijk,’ zegt Ter Keurs op weg naar buiten, ‘ik zal er geen nacht wakker van liggen als er op een gegeven moment stukken teruggaan, naar Indonesië bijvoorbeeld.’ Zo is in 1978 een boeddhistisch beeld teruggekeerd naar Indonesië. ‘De Mona Lisa van Indonesië werd het beeld genoemd. De papieren waren allemaal in orde. Maar dat beeld heeft zo’n enorme culturele en religieuze waarde voor de mensen daar, dat het wel terug moest. Het belangrijkste is dat je dergelijke processen doorloopt met respect en eerbied voor de plek van oorsprong.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden