Wat de een heeft, wil de ander ook

'Laat je vallen lang en plat, dan heeft de A-bom minder vat'. Zou het? In ieder geval werden hele lichtingen dienstplichtigen tijdens de Koude Oorlog met deze wijsheid de hei opgestuurd....

Na de Koude Oorlog, werd de kans op een kernoorlog tussen Oost en West verwaarloosbaar en namen de VS en Rusland zich in mei 2002 voor hun arsenalen te verminderen tot een wederzijds niveau van 1700 tot 2200 operationele kernwapens. Deze belofte in het 'Verdrag van Moskou' is tot nu toe loos gebleven. Het Amerikaanse en Russische arsenaal heeft nog steeds dezelfde omvang als ruim tien jaar geleden: 7200 kernkoppen.

Beter ging het na 1989 met het verdrag tegen de verspreiding van kernwapens, het Non-Proliferatie Verdrag (NPV), dat in 1970 in werking trad.Landen, zoals Zuid-Afrika, Argentinië en Brazilië, gaven hun ambitie op om kernmogendheid te worden en tekenden het NPV. Wit-Rusland, Oekrai¿ene en Kazachstan besloten de kernwapens die ze uit de boedel van de Sovjet-Unie erfden, niet te behouden.

Ook belangrijk, er ontstond ruimte voor de traditionele kernmogendheden om een begin te maken met de naleving van artikel 6 van het NPV. Het verdrag kon in 1968, na vijf jaar onderhandelen, worden getekend omdat het voorzag in een ruil tussen de traditionele kernmogendheden en de landen zonder kernwapens. De VS, Rusland (toen de Sovjet-Unie), China, Frankrijk en Groot-Brittannië zouden niet-bezitters helpen met het vreedzaam gebruik van kernenergie terwijl de vijf kernwapenbezitters beloofden te goeder trouw te zullen onderhandelen om tot een verdrag over kernontwapening te komen (artikel 6).

Bijna 35 jaar later en nadat het NPV in 1995 voor onbepaalde duur is verlengd, moet worden geconstateerd dat het verdag een relatief succes is gebleken. Zeker als naar het beperkte aantal nieuwe kernwapenstaten wordt gekeken. India, Pakistan en Israël hebben het verdrag niet ondertekend en er bestaan twijfels over Iran en Noord-Korea die wel hebben getekend. Teheran is op chicanes betrapt en Noord-Korea pokert met zijn nucleaire potentie. Libië heeft daarentegen na jaren AmerikaansBritse diplomatieke druk verklaard geen kernwapenstatus meer te zullen nastreven en in Irak werd sinds de laatste VN-inspecties niets (meer) gevonden.

Desondanks wordt het NPV, waarbij 188 landen zijn aangesloten, geleidelijk gevangen in een paradox. De basis van het verdrag, verspreiding van het vreedzame gebruik van kernenergie, vergroot het gevaar van verspreiding van kernwapens. En het bezit van kernwapens, lokt bezit uit.

'Het verdrag vergroot de internationale veiligheid (. . .) het moedigt het vreedzaam gebruik van het atoom aan', sprak president Johnson in 1968 hoopvol.

Het VN-orgaan belast met toezicht en controle op kernenergie, het IAEA, is zich van die paradox bewust. Directeur Mohammed ElBaradei waarschuwde in januari dat de kans op een kernoorlog groter is geworden, niet in de laatste plaats door de wereldwijde illegale handel in nucleaire technologie. De arrestatie van de Pakistaanse kerngeleerde Khan wegens zijn jarenlange betrokkenheid bij die handel en zijn snelle vrijlating door president Musharraf na gemaakte excuses, gaven te denken over de betrokkenheid van de Pakistaanse staat.

ElBaradei betreurde ook de Amerikaanse plannen voor de ontwikkeling van kleine taktische kernwapens. In de National Strategy to Combat Weapons of Mass Destruction verklaarden de VS eind 2002 al dat zij zich het recht voorbehouden kernwapens in te zetten als antwoord op chemische of biologische wapens. Aan de vooravond van de tweede oorlog tegen Irak kon nog van een psychologische zet worden gesproken. Verontrustender was dat in de Nuclear Posture Review die in januari 2002 verscheen, het houden van proeven voor deze kleine kernwapens niet werd uitgesloten.

De regering-Bush komt hierdoor in strijd met artikel 6 van het NPV en met de negatieve veiligheidsgarantie in VN-resolutie 984 uit 1995. Daarin aanvaardden de VS geen kernwapens te zullen inzetten tegen nietkernwapenstaten. Overigens wel met het voorbehoud dat die waarborg vervalt bij een invasie of een daad van agressie tegen Amerikaanse grondgebied indien de agressorstaat met een kernwapenstaat is geallieerd.

Het heeft er alle schijn van dat de VS streven naar een herstel van hun vermeende onkwetsbaarheid in de jaren na de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki (1945), totdat de Sovjet-Unie in 1953 zijn eerste waterstofbom tot ontploffing bracht. Unilaterale diplomatieke stappen, high tech middelen en financiële slagkracht moeten deze onkwetsbaarheid realiseren.

Maar met een agressievere inspectie door het IAEA, gekoppeld aan de ontwikkeling van mini nukes, van een raketschild in de ruimte, de opzegging van het anti-raketverdrag (ABM) met Rusland uit 1972 en de weigering van het Congres om een verdrag op atoomproeven te tekenen, wordt het Non-Proliferatie Verdrag als instrument verder ondermijnd.

Tijdens de Koude Oorlog werd aangenomen dat het bezit van kernwapens door de VS en de Sovjet-Unie (en later China) tot rationeel gedrag dwongen waardoor een kernoorlog uitbleef. Het NPV berust daarentegen op de aanname dat die ervaring niet van toepassing is op de relaties tussen andere staten als die over kernwapens zouden gaan beschikken. Het beleid van president Bush is een gevaarlijke uitnodiging om beide aannames te testen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden