Wat de doden bij de levenden aanrichten PAULINE SLOT DEBUTEERT VERRASSEND MET KRACHTIG GECOMPONEERDE ROMAN

OP HET eerste gezicht heeft Zuiderkruis van Pauline Slot alle trekken van het soort debuutroman dat de laatste jaren bijna een genre op zich is geworden: niet meer zo jonge, in het leven geslaagde veertiger, vindt tijd voor die ene, prestigieuze daad die de loopbaan bekroont, en schrijft een roman....

ALEID TRUIJENS

De hoofdpersonen in Zuiderkruis zijn rond de veertig, organisatieadviseur en manager aan een kunstfaculteit; ze nemen verlof en trekken op de fiets door Australië en over eilanden in de Stille Zuidzee, en hervinden zo, halverwege hun leven, zichzelf. Schrijfster Pauline Slot (1960) is een succesvol taalonderzoeker. Zij publiceerde boeken en artikelen over argumentatie, retorica en indirect taalgebruik. En dan nu een roman. Maar, verrassend na alle signalen, hier wordt niet het beruchte is-dit-nu-alles?-gevoel uitgewalst. En de vraag naar het autobiografische gehalte dringt zich niet één keer op. Zuiderkruis is een mooie roman over vriendschap en dood. Over wat de doden bij de levenden aanrichten.

De met krachtige hand gecomponeerde roman is opgezet als een reisverhaal. Al snel wordt duidelijk dat de ikfiguur Emma haar traject niet zelf heeft uitgezet. Ze reist, aan de hand van brieven en een dagboek, in de voetsporen van haar vriendin Floor. Deze zegde twee jaar tevoren haar baan op, vertrok met haar fiets naar Australië, en kwam nooit meer terug. In het water rond het eiland Tavewa, bij Fiji, was haar lichaam gevonden, drie dagen nadat zij had geprobeerd naar een naburig eiland te zwemmen, en kort voordat haar vrienden haar thuis verwachtten. Niemand weet of het zelfmoord was of een ongeluk. Emma reist om het laatste levensjaar van haar vriendin over te doen en hoopt mensen te ontmoeten die Floor hebben gesproken, of andere aanwijzingen te krijgen die haar dood verklaren.

Maar ze vindt de verklaring vooral in haar herinnering. In de loop van de roman wordt duidelijk hoezeer Floor, een tamelijk gesloten meisje dat pas tot bloei kwam tijdens de vele reizen die ze maakte, het leven van Emma twintig jaar lang heeft bepaald. Emma is altijd de schaduw van Floor geweest. Na haar dood moet ze zichzelf opnieuw definiëren. Zij ontmoetten elkaar in een studentenhuis en leefden een tijdlang met elkaar. Maar Floor had verhoudingen met andere vrouwen, tot grote jaloezie van Emma, en gaat samenwonen met Julia, die zo'n tien jaar later aan kanker sterft. Emma is dan heimelijk verliefd op Jan, Floor's broer die op haar lijkt, maar ze gaat samenwonen met de geleerde Paul, de verkeerde.

Alles wat de verstandige, succesvolle Emma in liefde en vriendschap onderneemt, pakt verkeerd uit. Emma gaf Floor bij haar promotie in de kunstgeschiedenis een bronzen beeld. Na Julia's dood verkoopt Floor het beeld, dat enorm in waarde is gestegen, en gaat van de opbrengst een jaar op reis. Zo voelt Emma zich indirect verantwoordelijk voor Floor's dood. 'Het was een veel groter geschenk gebleken dan ik ooit had willen geven. En ik betaalde opnieuw een prijs. Zij was weg.' Een ongewild geschenk aan Emma is Floor's mooie huis, waarop Emma past tijdens haar laatste reis. Zij, het 'koekoeksjong', mag het houden. Boven het bed plakte Floor vlak voor haar vertrek het uitspansel van het zuidelijk halfrond vol lichtgevende sterretjes, na haar dood lijkt dat een stille uitnodiging om haar naar het Zuiderkruis te volgen. En dat doet Emma, want ze wil vergeven worden.

Prachtig, met veel kleine, terloops aangeduide details laat Pauline Slot de vrouwen tijdens de reis steeds meer samenvallen. In het begin is Floor overal en nergens: 'Op een plaats met zoveel wegen en zoveel mensen moest Floor's beeltenis duizenden malen weerkaatst zijn in winkelruiten, zonnebrillen en autospiegels. Honderden inwoners van de stad bewaarden een beeld van haar in hun ooghoeken. Maar waar hadden zij die beelden mee naartoe genomen?' Later, als zij door Floor's route te volgen precies dezelfde mensen ontmoet en haar gesprekken met hen echo's zijn van de gesprekken in Floor's brieven, is zij met haar vriendin versmolten. En pas dan beseft zij dat zij welbewust op weg is naar hetzelfde einde, en dat ze 'er ook voor kon kiezen dat niet te doen'.

Aan het einde van haar reis brengt zij twee gelukzalige maanden door op Tavewa; ze snorkelt in het water waar Floor's opgezwollen lichaam dreef. Dan dringt het tot haar door dat Floor's dood gewoon een ongeluk geweest had kunnen zijn, en zelfmoord een neurotische projectie van haar, Emma. Het simpele eilandleven vaagt alle angsten weg. 'Voor het eerst sinds mijn kindertijd hoefde ik geen beslissingen meer te nemen. Ik at wat mij werd voorgezet. Ik droeg wat schoon was. (. . .) Ik voelde langzaam terugkomen wat ik als kind moet hebben gehad, maar waar ik mij niets van herinnerde: levenslust.' Door haar op reis te 'sturen' en postuum een gids te zijn, had Floor haar getroost en gered.

Pauline Slot schreef deze 'Bildungsroman' over volwassenen in een rustige, gereserveerde stijl zonder ook maar ergens larmoyant te worden. En dat is bijzonder in een roman waarin bovenmatig veel gestorven, getreurd en gedoold wordt. Haar manier van schrijven is sober, maar soepel. Als zij al beeldspraak gebruikt, is dat achteloos en precies. Over een lange fietsetappe: 'Elke meter moest ik veroveren op de wind, mijn benen gevuld met stijve kabeltouwen. De blauwe heuvels, die zich als een grafiek aan de horizon aftekenden, weigerden groen te worden, en ik dwong mijzelf nooit meer dan één kilometer vooruit te denken.'

Hier en daar verraadt Slot zich als de analytica die gewend is taalgebruik te bestuderen. Zoals in dit dialoogje: ' 'Floor schrijft toch ook wel over haar gevoelens', zei ik, hoewel ik het eigenlijk met haar eens was.. 'Ja, natuurlijk', antwoordde Ellen, 'maar. . .' 'Je hebt gelijk', onderbrak ik haar. Nu ze haar mening had herzien, kon ik hem alsnog onderschrijven. 'Het is anders dan bij eerdere reizen.' ' Of, in een gesprek met twee jongens die twee jaar geleden met Floor hadden gesurft: 'Toen we allemaal een paar keer geroepen hadden hoe toevallig dit was, vroeg Alan hoe het met Floor ging. 'Wat zal ik zeggen', zei ik. Mijn verzoek om advies was oprecht. Maar de twee surfers zwegen.'

Dat overbewustzijn, van taalgebruik, maar ook van emoties, gebaren en minieme veranderingen in gedrag, is kenmerkend voor deze roman. Zorgvuldigheid, verstand en een praktische inslag zijn de eigenschappen waardoor de ik-figuur zich omhoogtrekt uit een moeras van verdriet. Zo komt Emma - meer gewend anderen te observeren dan zichzelf - met omtrekkende bewegingen toch bij haar eigen drijfveren uit. En zo doet ook de koel vertellende schrijfster indirect een beroep op het gevoel van de lezer. Met bedwongen emotie registreert zij overwonnen verdriet. Die beheerstheid maakt Zuiderkruis tot een sterk romandebuut. Hopelijk geen tussendoortje, maar het begin van een oeuvre.

Aleid Truijens

Pauline Slot: Zuiderkruis.

De Arbeiderspers; 202 pagina's; * 29,90.

ISBN 90 295 3735 3.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden