Drie vragenBox 3-belasting

Wat betekent de uitspraak van de Hoge Raad over de te hoge Box 3-belasting op spaargeld?

De Hoge Raad gooide vlak voor Kerstmis een handgranaat op de veel bekritiseerde Box 3-belasting op spaargeld. Het nieuwe kabinet moet nu waarschijnlijk razendsnel maatregelen nemen, want de belastingaangifte over 2021 staat alweer bijna voor de deur.

Yvonne Hofs
De Belastingdienst moet vóór het begin van de nieuwe aangifteperiode al de manier waarop de vermogensrendementheffing wordt berekend aanpassen. Beeld ANP / Rob Voss
De Belastingdienst moet vóór het begin van de nieuwe aangifteperiode al de manier waarop de vermogensrendementheffing wordt berekend aanpassen.Beeld ANP / Rob Voss

Wat heeft de Hoge Raad tegen de Box 3-belasting?

De vermogensrendementsheffing, zoals de belasting op spaartegoeden en beleggingen officieel heet, is volgens de hoogste Nederlandse rechtbank in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Op 24 december oordeelde de Hoge Raad dat de Box 3-belasting discriminerend is en inbreuk maakt op het wettelijk beschermde eigendomsrecht. Het arrest was het sluitstuk van een proefproces dat de Bond voor Belastingbetalers had aangespannen tegen de staatssecretaris van Financiën. Het proces ging over een spaarder die over de jaren 2017 en 2018 ruim 24.000 euro Box 3-belasting moest betalen, terwijl hij niet meer dan 10.000 euro rente had ontvangen over zijn spaartegoed van negen ton. De Hoge Raad heeft de Belastingdienst opgedragen de te veel geïnde belasting aan de bezwaarmaker terug te storten.

De Belastingdienst kijkt sindsdien niet naar het werkelijke rendement dat Nederlanders op hun netto vermogen (exclusief de overwaarde op de eigen woning) behalen, maar gaat uit van een fictieve opbrengst. Box 3 telt drie tariefschijven. De Belastingdienst gaat er klakkeloos van uit dat burgers meer beleggen en minder sparen naarmate hun vermogen hoger is. Beleggingen leveren volgens de Belastingdienst 5,69 procent rendement op, spaartegoeden 0,03 procent. In de fictieve wereld van de Belastingdienst stoppen vermogende Nederlanders standaard 33 tot 100 procent van hun vermogen in aandelen, beleggingsfondsen of vastgoed. Burgers die weinig beleggen en veel sparen, zoals de man uit het proefproces, betalen daardoor meer belasting dan hun vermogen jaarlijks oplevert.

Door meer belasting te heffen dan de vermogenswinst maakt de Nederlandse staat inbreuk op het eigendomsrecht van burgers, aldus de Hoge Raad. De vermogensrendementsheffing is daarnaast discriminerend, omdat spaarders (en beleggers die verlies lijden op de beurs) meer belasting betalen dan beleggers die winst maken. Of iemand pech of geluk heeft op de beurs mag geen verschil maken in de belastingdruk, stelt de Hoge Raad.

Waarom belast de overheid niet gewoon het werkelijke rendement?

Omdat de Belastingdienst niet over voldoende data beschikt om dit te kunnen doen. Banken en beleggingsinstellingen zouden dan veel meer gegevens aan de fiscus moeten aanleveren dan ze nu doen, zoals de genoten spaarrente en de koerswinst van de aandelenportefeuille. Dit is in theorie mogelijk, maar moet wel eerst georganiseerd worden.

Van sommige vermogensbestanddelen, zoals tweede huizen, participaties in bedrijven en kunstvoorwerpen kan de waardestijging alleen via jaarlijkse taxaties worden vastgesteld. Dit leidt tot een hoge administratieve last en is fraudegevoelig, omdat de Belastingdienst de opgave van de burger niet goed kan controleren.

Het belasten van het werkelijk rendement heeft meer nadelen. Zo kunnen burgers calculerend gedrag vertonen als spaargeld minder zwaar belast wordt dan aandelen. Er ontstaat dan een prikkel om de effectenportefeuille vlak voor de peildatum 1 januari om te zetten in spaartegoeden en meteen daarna weer in aandelen. Verder is het uitvoeringstechnisch bewerkelijk om voor elke belastingplichtige het werkelijke rendement vast te stellen. De overbelaste Belastingdienst zou de aangiften dan ook veel beter moeten controleren, maar heeft daar helemaal geen capaciteit voor. Ook de verouderde ict-systemen van de dienst kunnen geen ingrijpende wijziging van de Box 3-belasting verdragen.

Maar de Hoge Raad heeft het huidige systeem toch afgeserveerd?

Inderdaad. Daarmee zadelt het rechtscollege het nieuwe kabinet op met een groot probleem. Demissionair staatssecretaris Hans Vijlbrief schreef de Tweede Kamer eerder dit jaar dat het belasten van het werkelijk rendement misschien toch mogelijk is, maar op zijn vroegst vanaf 2025. Eerst moeten bovenstaande haken en ogen worden opgelost en daar is meer onderzoek voor nodig.

Maar het arrest van de Hoge Raad verklaart de huidige Box 3-systematiek met terugwerkende kracht illegaal. Dat betekent dat de inkomstenbelasting over 2021 niet op die manier berekend mag worden en dat het kabinet Box 3 al vóór het begin van de nieuwe aangifteperiode op 1 maart moet aanpassen. Anders kunnen zo’n 1,7 miljoen Nederlanders bezwaar maken tegen hun belastingaanslag 2021.

Wellicht moet de Belastingdienst ook alle Box 3-aanslagen over de jaren 2017 tot en met 2020 met terugwerkende kracht neerwaarts bijstellen en miljoenen Nederlanders belasting terugbetalen. Het ministerie van Financiën kijkt hier nog naar. Mogelijk geldt de terugstortverplichting over de voorbije vier jaar alleen voor degenen die binnen de wettelijke termijn van zes weken bezwaar hebben gemaakt tegen hun definitieve aanslag. Welke gevolgen het arrest van de Hoge Raad precies heeft, kan het ministerie nog niet overzien.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden