Wat als papa en mama in één klap weg zijn?

Jou overkomt het natuurlijk niet, maar stel: je kind verliest in één klap zijn vader en moeder. Wie krijgt dan de voogdij?...

Wat als het vliegtuig neerstort? Even schoot dat door mijn hoofd, toen mijn vriend en ik dit voorjaar een lang weekend Londen boekten. We zouden voor het eerst samen naar het buitenland gaan zonder onze zoon. Die zou, 1 jaar oud, twee dagen bij oma en twee dagen bij een van zijn tantes logeren. Prima geregeld dus. Behalve... behalve als ons iets zou overkomen. Dat ging natuurlijk helemaal nooit gebeuren, maar goed. In dat, zeer onwaarschijnlijke, geval was er hoe dan ook helemaal niets geregeld.

Voor het op-een-na-ergste scenario, als een van ons ‘vroegtijdig kwam te overlijden’, hadden we overigens wel alles dichtgetimmerd; al toen we een huis kochten. Dat was relatief makkelijk: kwestie van, in ons geval, een samenlevingscontract, maar trouwen mag ook. En dan moest mijn vriend als aanstaande vader zoiets moois doen als ‘de ongeboren vrucht erkennen’. En na de geboorte natuurlijk het officiële ‘verzoek tot aantekening van ouderlijk gezag’.

Maar wat de voogdij betreft kwamen we er nooit helemaal uit. Niet dat mijn vriend en ik het er nooit over hadden gehad. Tijdens de zwangerschap al bespraken we met lichte tegenzin ook het ergste aller scenario’s: wat als wij er allebei in één klap niet meer zouden zijn, wie ging er dan voor ons kind zorgen? Ook daarna stak het onderwerp inclusief licht schuldgevoel nu en dan de kop op.

Geruststellend is het niet, maar we zijn, naar nu blijkt, ab-so-luut niet de enigen. Beter gezegd: niemand om ons heen heeft het helemaal goed geregeld. Op de valreep meldt zich welgeteld één collega die alles tot in de puntjes geregeld heeft. Sandra, moeder van een dochter: ‘Wij hebben in ons testament omschreven dat mijn ouders op dat moment kijken wat voor onze dochter het beste is. Het kan zijn dat ze dan bij hen gaat wonen, maar ook bij mijn broer of bij vrienden.’

Gênant
Maar in de regel is er niets geregeld. Vriendin Yara, moeder van twee zoons, van 7 en van 3, aan de telefoon: ‘Voogdij? Nee daar weet ik niets van. Gênant hè?’

Zus Brecht, ook twee kinderen: ‘Ja, nu je het zo vraagt: het zouden allerlei mensen in de familie kunnen zijn: jij, Klaar of Jaap of mijn schoonzus Yvonne. We zullen er eens over nadenken.’

Collega Rig, een dochter: ‘Ik denk met dit soort dingen altijd: als je het gaat regelen, gebeurt het ook.’

Twee mensen regelden het, half. Vriendin Else, moeder van dochter van 3: ‘Wij hebben twee vrienden gevraagd maar eerlijk gezegd nog steeds niets geregeld met de notaris, heel suf!’

Vriend Rob: ‘Wij hebben toen Lola pas geboren was mijn zwager en zijn vrouw gevraagd. Maar voor de tweede bijvoorbeeld hebben we het nooit meer gevraagd. Mijn zus heeft ons gevraagd voor háár kinderen maar ook alleen maar voor de eerste. Ja hoe werkt dat eigenlijk met een tweede? Die krijg je er denk ik gewoon bij?’

Voogdij regelen – het zit een beetje in dezelfde categorie als een testament of je eigen begrafenis: je schuift het voor je uit. Je wil er niet over nadenken. En hé, hoe groot is de kans nu ook één keer? Zaten wij dertigers niet in de bloei van ons leven? Rob ‘Wij gaan tóch niet dood.’ Laat staan allebei tegelijk!

Vroeger had je peetooms en peettantes. Ik wist als kind ook niet beter dan dat ‘ik, als er iets met papa en mama zou gebeuren, naar oom Kees en tante Maria zou gaan’. Maar die traditie is weg en nu moeten we het zelf een beetje uitzoeken. Voor de meesten betekent dat, zoals Yara zegt: ‘Kop in het zand, het komt wel goed.’

Nest
Het ís ook nogal niet een dilemma: wie vertrouw je je kostbaarste bezit toe? Mijn vriend zegt in eerste instantie aan zijn familie, en ik vind mijn familie natuurlijk een beter nest. En mocht je uiteindelijk wel allebei op dezelfde persoon uitkomen: hoe vraag je diegene dat dan?

Yara: ‘Eigenlijk komt het erop neer dat wij stiekem al hebben bedacht naar wie de kinderen gaan, maar we hebben nog niet het juiste moment gevonden om het te vragen.

‘Je wilt iemand ook niet voor het blok zetten. Je zadelt iemand er enorm mee op. En stel dat diegene zegt: nee, daar heb ik geen behoefte aan. Dan is de sfeer natuurlijk wel een beetje verpest. Aan de andere kant: ik zou ook niet willen dat iemand ja zegt om ons maar niet teleur te stellen.’

Vriendin Milada werd een keer gevraagd: ‘Ik vond het heel moeilijk. De moeder had als enige het ouderlijk gezag en die was terminaal. Ik vond het ontzettend lastig, want je bent geneigd om ja te zeggen. Uiteindelijk ben ik toch eerlijk geweest en heb ik nee gezegd.’

Rob: ‘Toen Lola net geboren was zijn we een avondje bij mijn zwager gaan eten. Ze hebben al drie kinderen, maar ze zeiden meteen ja. Ze werden zelfs helemaal emotioneel, voelden zich enorm vereerd.

‘Ik vond het wel lange tijd onwijs lastig. Ik heb me heel lang een beetje verplicht gevoeld naar mijn zus, ik wilde haar niet passeren.’

Sorry
Het eerste ga je de familie af. Dat voelt toch het meest vertrouwd, is ook iedereen het over eens. Yara: ‘De voorkeur gaat wel uit naar familie. Het heeft toch iets met bloed te maken. Bij familie voelen ze zich denk ik toch het meest thuis.

Ook in ons geval speelt dat een rol. Ook bij ons ging zoals bij de meesten de voorkeur uit naar de familie. Onze ouders, wisten we meteen, is geen optie, want die wonen allemaal alleen en zijn, sorry mensen, te oud. Houden we over twee zussen en een broer aan mijn kant, en nog eens twee zussen aan de kant van mijn vriend: keus zat dus. Maar ook heel moeilijk:

Stabiel
Want welke zus, schoonzus, broer of zwager, zou ons liefje, ons schatje de aller- allerveiligste en stabiele omgeving bieden? Wie van hen kan het verdriet – daar ga ik dan voor het gemak maar even vanuit – en het verlies van beide ouders het beste opvangen? Wie biedt de meeste garantie dat ons kind uitgroeit tot een gelukkig, intelligent, en aardig mens? Oftewel: welke broer of zus is de beste papa of mama? En in die termen wil je dan weer helemaal niet denken.

Toch hadden wij in de loop van de tijd wel een soort wensenlijstje. Mijn vriend somt op:

Eén: ‘Het moet wel een gezin met kinderen zijn. Ze moeten gewend zijn om met kinderen om te gaan.’ (Dat is een makkelijke: twee afvallers. Houden we over: aan mijn kant een broer en een zus, en één zus aan zijn kant.)

Twee: ‘Het moeten mensen zijn die wel enigszins hetzelfde in het leven staan. (Dat is al lastiger te beoordelen. Daar waag ik me niet aan. Alledrie de kandidaten door.)

Drie: ‘Ze moeten een beetje in de omgeving wonen zodat hij wel zijn vriendjes en vriendinnetjes kunnen blijven zien.’ (Eigenlijk vallen ze dan allemaal af, maar laten we het houden op een afvaller: mijn reislustige broer, ook weer sorry! Houden we over: van elk een zus.

Maar dan wordt het toch echt heel moeilijk.

Ja, zegt Rob: ‘Wij gingen ook heel praktisch nadenken. Hoe is hun relatie? Is die wel stabiel? En hoe staan ze er financieel voor? Is hun huis wel groot genoeg? Het enige wat je wil is zekerheid voor je kind.’

En ja, als we dan toch moeten vergelijken is er een wezenlijk verschil, dat de doorslag geeft. De kinderen van de ene zus zijn tien en twaalf. En de kinderen van de andere zijn ze precies in de leeftijdscategorie van ons kind: het jongetje is een jaar ouder en het meisje: vier. Mijn vriend: ‘Hij kent ze goed, en hij kan heel goed met ze opschieten.’

Nou dat was het dan: we zijn er uit: ‘Lieve zus...’ Nee wacht, laat ik het niet op deze manier vragen. ‘Lieve zus, ik bel je morgen voor een afspraak. Ik wil je iets vragen.’

Dat is in ieder geval een begin!

Een mondelinge afspraak telt niet
Voogdij regelen is op zich een fluitje van een cent is – één bezoekje aan de notaris en klaar ben je. Er zijn twee manieren om het te regelen: via een aparte notariële akte, of in een testament. ‘Dat laatste doen de meeste mensen’, zegt Marion Donkersloot van Smith Bentum Amson Netwerk Notarissen in Amstelveen. In de 22 jaar dat zij als notaris werkzaam is, heeft ze het maar één keer meegemaakt dat de regeling ook echt nodig bleek.

‘Wat je eigenlijk regelt is wie het gezag over het kind heeft als de ouders er niet meer zijn. Het zijn altijd een of twee natuurlijke personen.’ Formeel is de voogd degene die in samenspraak met de kantonrechter uitmaakt wat er gebeurt; het is dus niet automatisch zo dat het kind ook bij de voogd gaat wonen. Dat kun je uiteraard wel expliciet in het testament laten zetten.

De voogd krijgt ook het bewind over het geërfde vermogen van het kind. In zogeheten bewindsregelingen kun je in je testament vastleggen aan wat en hoe je wilt dat de erfenis besteed wordt: voor studie, of medische zorg. Een testament kan altijd herroepen worden.

Een mondelinge afspraak is geen afspraak. In dat geval regelt de kantonrechter het. Die roept de directe familieleden van het kind op, en bekijkt dan: wat is de beste oplossing in het belang van het kind?

Notaris Donkersloot: ‘Maar ik zou het er nooit zo op aan laten komen. Het is maar een pennestreek.’

Als de familie er niet uitkomt, neemt de Raad van de Kinderbescherming het over, de voogdij wordt dan uitgevoerd door Bureau Jeugdzorg, totdat zij een oplossing vinden, desnoods in de vorm van een pleeggezin.

Hoeveel kinderen per jaar in Nederland ouderloos worden en een voogd toegewezen krijgen, is niet te zeggen.

‘Wij houden dat niet bij’, zegt Richard Bakker van de Raad voor de Kinderbescherming. ‘In de meeste gevallen is het, of wordt het wel geregeld. Je ziet dat als er niets op papier staat de rechter vaak bereidwillig is mee te werken aan de oplossing waar de familie mee komt, zoals bijvoorbeeld bij Ruben, die als enige de vliegramp in Tripoli overleefde.’

Hoe vaak het niet geregeld is, kan Bakker ook niet zeggen.

Het enige wat wordt bijgehouden door de Raad van de Kinderbescherming is het aantal keren dat de rechter een gezagsmaatregel of een voorlopige gezagsmaatregel uitspreekt.

‘Dat zijn de gevallen dat het niet wordt opgelost, en de rechter eraan te pas moet komen.’ In 2008 waren er 130 van dit soort voogdijverzoeken, in 2009 127 en dit jaar tot nu toe: 49 gevallen. Maar, waarschuwt Bakker, daar zitten ook heel andere gevallen bij dan plotseling overlijden. ‘Ook bijvoorbeeld minderjarige kinderen, vluchtelingen, bolletjesslikkers, die zonder begeleiding aankomen op Schiphol.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden