Wat als je tijd als museumdirecteur erop zit?

Stelling: het tweede leven van een museumdirecteur moet een stilzwijgende rol op tv zijn.

Mag Ernst Veen al voor de camera verschijnen, dan vooral lopend en zittend; mag hij iets zeggen dan zijn het veelal platitudes (kunst is een 'vreugde voor het oog').Beeld anp

Wat moet je als museumdirecteur, wanneer je beste tijd erop zit of als je hebt besloten het museumpand definitief te verlaten? Een kunstpuzzel leggen is een mooie optie (neem een dripschilderij van Jackson Pollock en je bent maanden zoet). Naar Wenen verhuizen om je onder te dompelen in hoog vibrerende en zoetgevooisde operaklanken (zoals Ronald de Leeuw deed, de vroegere directeur van het Rijksmuseum). Of naar 'vergeten musea' in België en Noord-Frankrijk afreizen en daarover een boek schrijven (deed Karel Schampers, ex-directeur van het Frans Hals Museum).

Maar wat moet je doen als je zelf niet vergeten wilt worden? Als je de belangstelling van derden mist, het aanzien, de herkenning? En als blijkt dat je gewoon over straat kunt lopen, zonder dat iemand je herkent. Gatver. Wat is dan de uitweg?

Televisie!

Tv verlengt de attentiewaarde van iedereen die in vergetelheid dreigt te raken. Die nog een volgende shot aandacht kan gebruiken. Bovendien kent televisie een mooie bijkomstigheid: iedere museumdirecteur kampt tegenwoordig met het probleem publiek bij elkaar te moeten schrapen. Een expositie die 100 duizend bezoekers trekt, heet al snel een kassucces van buitengewone proporties.

Niet op tv. Dan zijn dat aantallen die op één avond, gedurende één uur al zijn behaald. Ook bij de publieke omroep.

Ach, de heerlijkheid van succes gecombineerd met ongebreidelde ijdelheid.

Pierre Janssen en Henk van Os wisten het al. Ze waren de eerste tv-museumdirecteuren die met een onovertroffen rapheid van woorden en volzinnen (in Janssens geval aangevuld met een ontwapenende klungeligheid van spastische armbewegingen) een groot publiek aan zich wisten te binden.

Inmiddels staan andere directeuren te trappelen het stokje over te nemen. Vorige week begon de reeks Tuinen van verwondering, over 'indrukwekkende landgoederen vol spectaculaire kunstobjecten', gepresenteerd door Ernst Veen, gewezen voorman van De Nieuwe Kerk en oprichter van de Hermitage Amsterdam. Begin volgend jaar is het de beurt aan Wim Pijbes (ex-Kunsthal, ex-Rijksmuseum, ex-Museum Voorlinden) om zijn tv-serie te lanceren over 'het Nederlandse landschap gezien door de ogen van kunstenaars', zoals hij eerder liet doorschemeren.

In hoeverre ze in de voetsporen van hun voorgangers treden is natuurlijk onduidelijk. Maar toch.

Pierre Janssen en Henk van Os waren behept met de gave van Het Woord. Ze hadden ook veel wetenswaardigs te vertellen, vanuit hun praktijk als tentoonstellingsmakers en catalogusschrijvers. Met een enkele dia op de achtergrond of een beeldje in de (bibberende) hand konden ze een hele wereld oproepen, van Duccio tot Dumas.

Hoe anders oogt Tuinen der Verbeelding. Afgaande op de eerste twee afleveringen (van beeldenparken in Nieuw-Zeeland en Italië) richt men zich vooral op Het Beeld. Mag Ernst Veen al voor de camera verschijnen, dan vooral lopend en zittend; mag hij iets zeggen dan zijn het veelal platitudes (kunst is een 'vreugde voor het oog'). Uiteindelijk maken de filmopnamen het programma de moeite waard, veelal vanuit overvliegende drones.

Blijkt het toch weer een waarheid als een koe te zijn: dat elk tijdsgewricht de tv-museumdirecteur krijgt waarom het verlegen zit. Het liefst een stille.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden