Wat als het niet lukt?

Terwijl regeringsleiders vandaag op de eurotop zoeken naar een geloofwaardige oplossing, breidt de eurocrisis zich als een olievlek uit. Italië verkeert in chaos, en ook Ierland en Portugal lijken niet meer veilig. De hele Europese economie staat onderhand op het spel.Drie vragen over de eurotop.

Europese regeringsleiders afgelopen weekeinde tijdens de eurotop. Beeld
Europese regeringsleiders afgelopen weekeinde tijdens de eurotop.

Is doemdenkerij niet te voorbarig? We weten toch nog niet wat de eurotop gaat opleveren?
Er is de afgelopen dagen voldoende uitgelekt over de beraadslagingen in de Brusselse achterkamers om in te kunnen schatten welke kant het opgaat. En dat is niet in de richting van de spreekwoordelijke 'bazooka' die de onruststokers (lees: de financiële markten) voor eens en altijd het zwijgen op zal leggen.

Na vanavond weten we waarschijnlijk nog steeds niet met hoeveel miljarden of biljoenen de uitleencapaciteit van het Europese noodfonds EFSF wordt vergroot, hoeveel de banken aan de schuldsanering van Griekenland gaan bijdragen (schelden ze 40, 50 of 60 procent kwijt?), en met hoeveel miljard euro de grote Europese banken hun kapitaalbuffers moeten aansterken. Laten dat nu net de belangrijkste vragen zijn die iedereen zo graag beantwoord wil zien.

Zonder antwoorden geen zekerheid en zonder zekerheid geen einde eurocrisis. Dus als de voortekenen niet bedriegen, schuift de politiek het oplossen van de crisis opnieuw op de lange baan.

Maar langer uitstel kan toch niet? Het is vandaag toch D-Day, nu of nooit voor de euro?
Bij gebrek aan een overtuigende oplossing zijn de financiële markten bang dat de rijke eurolanden hun zwakke broeders laten vallen, en dat banken en hele landen failliet gaan. Beleggers zullen daarom huiverig blijven om te investeren in zwakke eurolanden, waardoor de rentes op de staatsschulden van die landen blijven stijgen. Europa glijdt zo af naar een levensgevaarlijke negatieve spiraal.

Omdat ook de politiek dat gevaar zo langzamerhand onderkent, werd 23 oktober 2011 een maand geleden bij voorbaat uitgeroepen tot D-Day voor de eurozone. Nu zou het toch echt moeten komen, het grote gebaar van de regeringsleiders. Langer doormodderen op dezelfde weg zou niet langer mogelijk zijn. Maar dat is wel mogelijk, dankzij de ECB.

De Europese Centrale Bank staat als een Hans Brinker met de vinger in de dijk. Het instituut voorkomt met staatsobligatie-aankopen dat landen als Italië en Spanje in betalingsproblemen komen en verhindert een bankencrisis door als lender of last resort voor Europese probleembanken te fungeren.

De ECB roept wel dat zij slechts tijdelijk Hansje Brinker wil spelen, maar zij staat met de rug tegen de muur. Du moment dat het instituut zijn vinger uit de dijk trekt, volgt een watersnoodramp. De politiek kan dus blijven falen in de wetenschap dat de ECB de scherven wel opveegt.

Stel dat het misgaat. Waarom is dat zo'n ramp?
Een eurozone oprichten is iets heel anders dan hem weer afbreken. De invoering van de euro heeft tien jaar voorbereiding gekost. Als Griekenland de euro zou opgeven, of Duitsland eruit stapt, is die tijd er niet. Ga maar na: pinautomaten en computersystemen moeten worden aangepast, salarissen, pensioenen en winkelprijzen omgerekend, miljoenen bankbiljetten gedrukt en verspreid. Het is een miljardenverslindende operatie waar bedrijven en overheden zich ordentelijk op moeten kunnen voorbereiden. In de crisissituatie waarin Europa zich nu bevindt is dat onmogelijk.

Het uiteenspatten van de euro zal resulteren in blinde paniek bij consumenten en beleggers. In de zwakke eurolanden rennen burgers massaal naar de bank om hun eurospaartegoeden weg te halen voordat die worden omgezet in relatief waardeloze drachmes of lires.
Omdat alle Europese banken aan elkaar gelinkt zijn, volgt een bankencrisis, erger dan die van 2008.

In heel Europa gaan bedrijven failliet omdat klanten in zwakke eurolanden hun rekeningen niet meer kunnen betalen. In de sfeer van totale paniek crashen de beurzen, waardoor de vermogens van de Nederlandse pensioenfondsen verdampen. De waarde van de gulden en de D-mark stijgt explosief, omdat die net als de Zwitserse frank als 'veilige haven' worden beschouwd. Nederlandse en Duitse exportproducten worden extreem duur, en de export in beide landen decimeert. Gevolg: een hausse aan faillissementen van bedrijven en escalerende werkloosheid.

Om weer concurrerend te worden, moeten de lonen omlaag, waardoor de welvaart daalt. Omdat dan steeds meer Nederlanders hun torenhoge hypotheken niet meer kunnen betalen, stort de huizenmarkt in, en lijden banken miljardenverliezen op hun hypotheek- en vastgoedportefeuilles. Nog meer banken gaan failliet. Kortom: de kosten van het uiteenklappen van de euro zullen niet in de miljarden, maar in de biljoenen lopen. Europa haalt zich dan een jarenlange zware depressie op de hals.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden