Column

Wat aan Ajax brengt de Rotterdamse voetballiefhebber tot razernij?

Een spandoek met de tekst 'Klassieker' voorafgaand aan de wedstrijd van afgelopen zondag. Beeld Novum

Enkele uren voor Feyenoord-Ajax zei El Ghazi op de site van De Telegraaf: 'De haat voor Ajax is enorm in Rotterdam.' De Ajacied zag er dan ook tegenop aan de Klassieker te beginnen, maar zou zich het advies van zijn trainer in voorkomende gevallen scherp voor ogen houden: 'Je moet gewoon van die opgestoken middelvingers genieten.'

Zonder mij meteen boven het emotionele gepeupel te willen stellen - haat is ook maar een manier om je weekend mee te vullen - durf ik wel te zeggen dat ik geen liefhebber ben van die Ajax-haat. In het stadion van Groningen, plotseling omringd door honderden warme veertigers in T-shirts met '100% anti-Ajax' erop geschreven, heb ik mij ook weleens vrolijk in een nederlaag verheugd.

Ik probeer de Ajax-haat eigenlijk al te begrijpen sinds de dagen toen ik in de junioren van Emmen in rode shirts met een verticale, witte baan erover mocht spelen, die zo sterk op Ajax-shirts leken dat de tegenstanders alleen nog maar belangstelling voor standbenen overhielden. Maar iets opgeleverd heeft het nooit.

Wat is er toch aan Ajax dat de Rotterdamse voetballiefhebber telkens weer tot razernij wil brengen? Er hebben zich ook in mijn caféleven al heel wat woestelingen vlak voor mijn gezicht op de beantwoording van precies die vraag gestort, en ik zie het niet, maar het moet iets zijn wat echt heel irritant is.

Applausje

Ik heb trouwens de indruk dat de Ajax-haat de laatste jaren wat onbeantwoord blijft. Vroeger werd er tenminste nog fatsoenlijk terug gehaat. Maar als ik de sfeer een beetje goed aanvoel, wordt er door Ajax de laatste jaren met lichte sympathie naar het boze clubje teruggekeken. Ze gunnen hen zelfs hun liefste keeper.

De Feyenoorders mogen eigenlijk wel uitkijken dat zij zich geen negatieve, afgeleide identiteit aanmeten; ze zijn van alles, maar het meest van alles zijn ze geen Ajax. Het afgeleide is gevaarlijk terrein, een hoekje waar vrijwel zeker klappen vallen.

Het was dan ook wel leuk om te horen hoe de Feyenoordsupporters reageerden toen Kenneth Vermeer voor het eerst als Feyenoorder het gras van De Kuip betrad. Er kwam een applausje met kiespijn, moeizaam aan het gemoed ontrukt.

Zondagmiddag probeerde ik sterk te wensen dat de Ajacieden hun voormalige keeper er even een paar tussen de benen zouden schieten, maar ik bleek Feyenoord daarvoor veel te leuk te vinden. Ja, het veld, het stadion, de mooiste shirts. Clasie en Boëtius. De nieuwe keeper ook, flegmatiek en katachtig tegelijk, en bovendien zo verstandig om de mooiste club voor zichzelf uit te kiezen, tegen de haatlogica in.

Het mooiste brievenboek dat ik ken heet Haat is een deugd. Toen ik het las, lang geleden, begreep ik precies wat de schrijver met zijn titel bedoelde, maar intussen is de kennis helaas wat weggezakt. Het tegenovergestelde, de liefde als ondeugd, begrijp ik beter. Als je liefde hebt voor alle clubs kun je nooit eens juichen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden