Wassen en watergolven II

'Met de Engelsen is meer aan de hand dan dat ze niet de euro hebben, links rijden en niet het metrieke stelsel gebruiken', schreef Bas Berkenbosch....

Bas schreef naar aanleiding van de stukjes over de vraag of het 'normen en waarden' moet zijn of 'waarden en normen'. Hedenlands' voorlopige conclusie was dat de volgorde van dit soort duo-termen wordt bepaald door het klankcomfort, ook wel de orale ergonomie, tenzij die duidelijk in strijd is met de logica.

Maar toen kwam Harry W. Arp met het voorbeeld 'donder en bliksem' waarbij klankgemak prevaleert boven logica, want het onweer waarbij donder voorafgaat aan bliksem moet nog worden uitgevonden. Dit komt volgens Harry W. door de Norm van de Dominantie van de Korte O. Horten en Stoten, Potten en Pannen, Hollen of Stilstaan, Bommen en Granaten, altijd komt die O voorop, en kennelijk is dat principe zo dwingend dat de logica ervoor moet wijken. Waaróm dit zo is vertelt Harry W. niet, maar Hedenlands vermoedt dat het iets met ademeconomie te maken heeft. Probeer het maar. Bij het uitspreken van een O adem je uit, en dat gaat beter aan het begin van een vaste combinatie, als je longen nog vol zijn, dan aan het einde, als ze bijna leeg zijn.

Misschien dat je het daarom ook vaak in liedjes hoort. Ooose wiese wooose wiese-walla kristalla. . . (ademhalen). . . kristoooose wiezewoooze wiese wies-wies-wies-wies.

Henk van de Roest meent nog andere wetten te hebben ontdekt. Alfabetische volgorde bijvoorbeeld. 'Peter-Jan' krijgt hij nauwelijks zijn mond uit, 'dat móet gewoon Jan-Peter zijn!' Maar Robert-Jan dan, Henk, en Mient-Jan en Marie-Antoinette, en Marie-Louise? Nee Henk-Henk, zo makkelijk is het niet. Ook gelooft Henk dat er zoiets bestaat als de 'baas-knecht regel': het hiërarchisch hoger geplaatste element moet voorop. 'Denk maar aan Sint en Piet'. Bij 'Burgemeester en Wethouders' geldt dat ook, maar dat kan ook zijn omdat je het enkelvoud nu eenmaal eerder voorop zet, net als bij 'directie en medewerkers' of 'Schout en Schepenen'. Andere voorbeelden à la Sint en Piet kan Hedenlands niet bedenken.

Joep Zander, 'pedagoog en kunstenaar', is bezig een verhandeling over het 'ouderverstotingssyndroom' te schrijven, en worstelt met de drieslag 'vader, moeder, kind'. Hij experimenteerde met 'moeder, kind, vader' en andere varianten, maar kon geen enkele variant vinden die zo soepel loopt als 'vader, moeder, kind'. Conclusie, (u voelt hem al): 'De maatschappelijk-kulturele rolpatronen zitten er stevig in.'

Carla de Boer en een vriendin zijn toevallig ook al een tijdje aan het 'filosoferen' over de volgorde van duo-namen. Er bleek in hun omgeving niet één duo te zijn waarbij de tweelettergrepige naam vooropging. Het is Gert en Hermien, Piet en Berdine, Rob en Betty, Jos en Aafje, enzovoorts. Maar kennen wij nu ook een voorbeeld waarbij die eerste éénletergrepige vooroploper een vrouw is? John en Corry, Derk en Ellen, Bert en Marianne , nee, dat valt tegen. Je zou haast denken dat vrouwen veel vaker een meerlettergrepige naam hebben! Hoewel, wacht eens, Roos en Ronald. Zeggen wij dat? Ja, dat zeggen wij. Net als Nel en Piet-Hein trouwens. (Ook niet alfabetisch trouwens, die laatste, net zomin als Jan-Hein.)

Het is een kwestie van ritme, meent Carla. 'Alsof je over een overweg rijdt. Draai je het om, dan ligt er een obstakel op de rails.' Tadada-dam wil je horen (Wim en Margot), niet tadam-dam-dam (Margot en Wim.) Dat we liever Jan-Peter horen dan Peter-Jan is waarschijnlijk net zoiets, en dat noemen wij dus het mini-overwegeffect.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden