Washington wil eerder stabiel dan democratisch Afrika

Van onze buitenlandredactie..

WIM BOSSEMA

AMSTERDAM

Van Addis Abeba tot de Kaap: het deel van Afrika dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, bestrijkt op haar reis doet sterk denken aan het oude Britse koloniale droomrijk van de Kaap tot Caïro.

De keuze voor deze route is meer dan een grappig toeval. Koloniën zijn er niet meer in Afrika, invloedssferen wel. De Amerikanen maken zich meester van de vroegere invloedssferen van de Britten, de Belgen en de Portugezen. Alleen de Fransen houden stand in hun vroegere koloniën in West-Afrika. Dat is het reisgebied van de Franse president Chirac.

De Amerikanen hebben ook de invloedssfeer van de vroegere Sovjet-Unie ingenomen. Albright bezocht Ethiopië (onder de dictator Mengistu een vriend van Moskou) en zal Angola aandoen. Het voormalige marxistische regime zit er nog steeds, maar staat nu op goede voet met Washington. De dagen dat president Reagan de rechtse verzetsleider Savimbi vertroetelde als een heldhaftige strijder tegen het communisme, lijken alweer lang geleden. Het communisme bestaat niet meer.

Washington ziet nu een andere bedreiging voor de wereldvrede: het moslim-extremisme. Het Kwaad woont niet meer in Angola maar in Sudan. Het begin van Albrights bliksemtocht stond in het teken van de strijd tegen Khartoem, dat volgens de Amerikanen 'het internationale terrorisme' steunt. Ze sprak met de leider van het verzet in het zuiden van Sudan, Garang, en bezocht in Uganda de streek waar het gevreesde Verzetsleger van de Heer huishoudt, een gewelddadige sekte die door Sudan wordt gesteund.

De Amerikaanse regering verhult niet dat ze graag zou zien dat het fundamentalistische bewind in Khartoem ten val wordt gebracht. Ethiopië, Eritrea en Uganda kregen het afgelopen jaar samen 20 miljoen dollar om zich te verdedigen tegen terreurgroepen die met Sudanese steun opereren. Het geld ging linea recta naar Garangs SPLA en andere gewapende groepen.

Een tweede doelstelling van het Amerikaanse beleid in Afrika is de politieke stabilisering van in het midden van het continent. Albrights voorganger Christopher begon met het opbouwen van een netwerk bevriende regimes, met als kern het Uganda van Museveni. Het nieuwe machtsblok werd uitgebreid met Rwanda onder Kagame en Washington besloot al in een vroeg stadium de opstand in het toenmalige Zaïre te steunen. Mobutu was een hopeloze vriend geworden, het werd tijd voor een nieuwe.

Hoe groot de Amerikaanse bijdrage aan het succes van de opstand tegen Mobutu is geweest, is nog een raadsel. Maar het staat vast dat Washington vanaf het begin meer vertrouwen in Kabila's leger had dan welke westerse regering ook. De Amerikanen vertraagden een jaar geleden de besluitvorming over een humanitaire interventie in Oost-Zaïre en gaven Kabila zo de kans door te stoten. Het nieuwe Congo is een bondgenoot van de Verenigde Staten.

Met de omwentelingen in Rwanda en Congo verloren de Fransen hun grote invloed in de voormalige Belgische koloniën.

Het is ironisch dat de reeks met Washington bevriende regimes van oost- naar westkust van Afrika alle worden geleid door oud-revolutionairen met een links verleden. Het is ook ironisch dat die leiders doof zijn voor de roep om democratisering en naleving van de mensenrechten door het rijke Westen. Begin jaren negentig hadden de Amerikanen wat dat betreft misschien wel de grootste mond. Albright komt nu met een ander verhaal.

In Addis Abeba zei ze dat het Westen beter naar de Afrikanen moest luisteren. Dat horen leiders als Museveni graag. Ze gaf toe dat 'wij, de internationale gemeenschap' de genocide in Rwanda (1994) hadden laten gebeuren en veel eerder hadden moeten onderkennen dat het om een genocide ging. Op die erkenning heeft Kagame lang gewacht. Albrights uitspraken moeten aantonen dat de Amerikanen goede vrienden voor Afrika zijn, maar laten ook de verschuiving in het beleid horen: stabiliteit is nu belangrijker dan democratie.

Een derde doel van de Amerikanen is de vorming van een Afrikaanse vredesmacht. Die moet voorkomen dat er nog eens Amerikaanse soldaten in een avontuur met een rampzalige afloop, als in Somalië, worden gestort. Christopher begon de lobby voor zo'n macht op zijn Afrika-reis, aan het eind van zijn ministerschap. Alle landen die Albright aandoet zijn kandidaat-leveranciers van militairen. Zo'n Afrikaanse vredesmacht zou het wankele nieuwe evenwicht in Midden-Afrika moeten waarborgen.

Een vierde doel is het economisch opbloeien van geheel Midden- en Zuidelijk Afrika (Albright doet nog Angola, Zuid-Afrika en Zimbabwe aan). Dat is het uiteindelijke visioen: een sterk economisch blok onder leiding van de regionale grootmacht Zuid-Afrika dat nauw met de Amerikanen samenwerkt. De politiek-militaire stabilisering is daartoe het voorspel.

Afrika heeft het imago van het verloren continent. Maar dat verandert. The Economist schetste eerder dit jaar onlangs een toekomstbeeld van Afrika als sterke groeimarkt. De gematigd autoritaire regimes en een gunstig investeringsklimaat zouden nu eindelijk hun Aziatische voorbeelden kunnen gaan volgen. De Amerikaanse regering ziet dat ook.

Wim Bossema

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden