Was Theo Thijssen aardig?

ZOU THEO THIJSSEN eigenlijk een aardige man zijn geweest? Daar is weinig over bekend. Sinds z'n boeken niet alleen zijn (her)ontdekt, maar zelfs voorwerp van een zekere cultus werden, lijken z'n bewonderaars hem steeds vanzelfsprekender te hebben vereenzelvigd met de sympathieke figuren - kinderen èn volwassenen - die hij met...

Maar leek hij bijvoorbeeld op meester Staal, de onderwijzer uit De gelukkige klas?

Dat verhaal uit 1925 was gecomponeerd als een dagboek met twee 'bijlagen'. In het dagboekdeel leren we Staal kennen als een wat verlegen, weifelmoedige jonge schoolmeester die zich zo keurig mogelijk aan de regels van de Inspectie probeert te houden en zich verder nauwelijks mengt in de niet zelden verhitte onderwijskundige debatten die andere leerkrachten met elkaar plegen te voeren. Al z'n aandacht is gewijd aan 'het lieve, lastige stel', dat hij op weg helpt naar de volwassenheid en dat hij aan het eind van z'n dagboek nog eenmaal als een bevlogen opvoeder toespreekt: 'De jaar of wat dat ik jullie heb en dat jullie mij hebben, behoren wij enkel maar een gelukkige klas te zijn. En de rest is nonsens, hoor, al zal ik dat jullie nooit zeggen.'

In de bijlagen wordt onthuld dat hij kort daarna ineens is overleden, en dat zijn dochter de tussen oude papieren teruggevonden aantekeningen jaren later laat lezen aan een ex-collega van haar vader. Deze Koning, die we door de ogen van Staal al een beetje hebben leren kennen als het prototype van de opstandige 'rooie schoolmeester', is meteen onder de indruk van het manuscript en stuurt het door naar nòg een collega, aan wie hij in een begeleidend briefje schrijft: 'Het is me duidelijk geworden dat wij Staal indertijd 'n beetje verkeerd hebben beoordeeld. Hij was ons wat te tam, nietwaar? Wel lid van de bond, maar geen vergaderingsmens, we kregen altijd de indruk dat-ie met de grote hoop meeliep: iemand die zich eigenlijk niet zo voelde als wij van collega's verlangden. Zou-ie zelf hebben geweten hoe brutaal hij, te midden van honderd voorschriften en regelingen en onder onontwarbare ambtelijke verhoudingen, nam of schiep wat hij nodig had om volop schoolmeester te kunnen zijn?'

En de collega antwoordt: 'Waarde Koning! Ik schrijf je spoedig uitvoeriger, en nu alleen maar dit: Staal was een uitverkorene. Want hij wist toen al, wat ik nu pas begin in te zien: er is op de wereld maar één ding werkelijk, en dat is de liefde. Hij had gelijk, de rest is altijd nonsens.'

Mooi, half en half pathetisch einde van een prachtig boek dat ons in ieder geval duidelijk kan maken dat Thijssen een Staal had willen zijn.

Hij wàs het niet. Al op de kweekschool in Haarlem was hij een 'vergaderingsmens' geweest, strijdbaar vakbonder van het eerste uur, het tegendeel van tam of verlegen of weifelmoedig, en allerminst afzijdig als het om de onderwijskundige debatten van zijn tijd ging. Thijssen deed rond z'n veertigste bovendien iets wat Staal nooit gedaan zou hebben: hij verliet de school, om secretaris te worden van de Bond van Nederlandsche Onderwijzers, en daarna de politiek in te gaan: voor de SDAP eerst in de Tweede Kamer, en vanaf 1935 ook gemeenteraadslid in Amsterdam. Het onderwijs zou hij als woordvoerder en als redacteur van onder andere het onderwijzersvakblad De Bode en het 'ouders'blad School en Huis blijven dienen, maar een klas heeft hij blijkbaar nooit meer geambieerd. We weten eigenlijk niet eens of hij een goede schoolmeester is geweest, laat staan of hij zo goed was als Staal.

Voor zover Wieneke 't Hoen, die een fotoboek over Thijssens leven heeft samengesteld, representatief is voor de Thijssen-vorsers die in de Amsterdamse Jordaan ook een museumpje beheren, die een filmdocumentaire hebben gemaakt en in wier kring een biografie wordt voorbereid, mocht van háár kant niet meteen een antwoord worden verwacht op de vraag of Thijssen een aardig karakter had, en of hij de gedroomde onderwijzer was geweest.

Het foto-album vol beminnelijke familiekiekjes laat een massieve, bijna altijd wat norsige man zien, zelden zonder een sigaar of een pijp in z'n mond, grote snor, donkere blik, weinig toeschietelijk. Vergadersituaties te over, nationaal en internationaal. Maar als hij en famille is geportretteerd, staat hij er altijd bij alsof ze hem hebben moeten smeken om even mee te poseren. Ook als anderen lachten, keek hij streng en somber; je krijgt geen idee hoe dat gezicht er moet hebben uitgezien als het zich ooit ontspande. Op één schitterende foto ligt hij (in het bos bij Nunspeet, 1925) tegen een boom te slapen, terwijl de familie op de achtergrond heel stilletjes naar het vogeltje kijkt. Daar lag waarachtig een Vader met een hoofdletter, voor wie de liefde misschien heel belangrijk was, maar de rest lijkt hij geenszins nonsens te hebben gevonden.

Bijschriften hadden de plaatjes de nodige meerwaarde kunnen verschaffen, maar de bijschriften zijn tamelijk gedwee, wagen zich nooit aan interpretatie of relativering, blijven uitgaan van de gedachte dat die grote man (hij was zwaar en mat 1.92 meter) ook werkelijk een groot man was.

Typerend is de afwezigheid van ook maar één verwijzing naar de vele artikelen die Thijssen voor vakbladen schreef en waarin hij zich liet kennen als een sardonische polemist: een even waardige opvolger van de Van Deyssel van de scheldkritieken als een waardige voorganger van de W.F. Hermans van Mandarijnen op zwavelzuur - stukken die meester Staal nooit uit zijn pen had durven krijgen, al zou hij het er wel mee eens zijn geweest. Waren die boosaardige uitvallen naar het frikkendom niet minstens zo kenmerkend voor Thijssen als de lieflijke observaties van Kees Bakels, een gelukkige klas of een grijs kind? Ze zijn ooit gebundeld onder de titel Taal en schoolmeester, en dat is de enige titel die in het fotoboek ontbreekt.

Het 'Thijssen-onderzoek' lijkt vooralsnog overwegend te worden verricht door zachtmoedige adepten, die het beeld van de meester-Staal-achtige mensenvriend Thijssen eerder willen zien te bevestigen dan dat ze er hier en daar aan zouden moeten twijfelen. Dat zie je ook af aan de opzet van de filmdocumentaire (waarvan eerder deze week een verkorte versie werd gepresenteerd), die voornamelijk bestaat uit interviews met oude mensen die de schrijver nog hebben meegemaakt, en die door Peter-Paul de Baar, secretaris van de Theo Thijssen Stichting en biograaf in spe, beleefd, maar niet al te nieuwsgierig laat staan kritisch zijn ondervraagd. Op de oproep die tevoren in een aantal Amsterdamse kranten werd geplaatst, blijkt jammer genoeg niet te zijn gereageerd door oud-leerlingen - maar die zouden nu ook diep in de tachtig hebben moeten zijn.

Zo blijven het foto-album, de film en het museumpje aan de Eerste Leliedwarsstraat - Thijssens geboortehuis - vervuld van eigenlijk niet veel meer dan de boeken. Maar misschien is de de rest ook inderdaad nonsens.

Jan Blokker

Wieneke 't Hoen (samenstelling): Theo Thijssen, een beeld van zijn leven.

Bas Lubberhuizen; ¿ 39,50.

ISBN 90 73978 50 5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.