Was het maar waar

TOEN REDMAR Kooistra en Stephan Koole het manuscript van Beatrix in februari bij hun uitgever hadden bezorgd, was er nog nauwelijks een vuiltje aan de lucht....

Dus konden de twee Rotterdamse journalisten met een gerust geweten hun terugblik op twintig jaar Beatrix beginnen met de vaststelling:

'Nauwgezet heeft ze geprobeerd het koningschap te voorzien van waarborgen die het staatsbestel geschikt moeten maken voor de eenentwintigste eeuw. Haar aandeel daarin kan moeilijk worden overschat. Ze heeft zich de lessen uit het verleden aangetrokken en ervoor gezorgd dat het omstreden karakter van de erfelijke troonopvolging in de samenleving thans nauwelijks nog een punt van discussie is. De monarchie heeft nog altijd een flinke aanhang. Overtuigde republikeinen slagen er sinds haar aantreden minder dan ooit in een kansrijk, realistisch alternatief te bieden. Vanuit het gezichtspunt dat Nederland en het Huis van Oranje bij elkaar horen, heeft Beatrix een belangrijke bijdrage geleverd aan het overleven van de constitutionele monarchie.'

Vanuit dat buitengewoon positieve perspectief - waar vind je zo'n koningin? - moeten Kooistra en Koole aan het werk zijn gegaan voor het soort gelegenheidsvluggertje waarvan Nederlandse uitgevers onder het motto 'nooit-geschoten-altijd-mis' wel pap lusten. Knipselmap onder handbereik, en vooruit niet de geit.

Wie toevallig De macht van de kroon al had gelezen, kwam vanzelfsprekend dezelfde kleine of grotere constitutionele wrijfpunten tegen die ook bij Van Wijnen al waren geïnventariseerd - zij het dat die ze goeddeels chronologisch rangschikte, terwijl Kooistra en Koole meer 'een thematische opzet' kozen, en de diverse gebeurlijkheden langsliepen in afzonderlijke hoofdstukjes over paleisgeheimen, buitenlandse reizen, huiselijke aangelegenheden en politieke contacten.

Maar de memorabelste zijn er weer: jonkheer Roëll, die van Pretoria naar Brussel moest worden overgeplaatst, Beatrix' 'betrokkenheid' bij de vestiging van een ambassade in Amman, de Kamerleden die na een audiëntie op Noordeinde doorkwekten dat de koningin een tegenstandster was van de gekozen burgemeester, maar daarentegen een voorstandster van pepperspray, het omstreden lidmaatschap van het IOC en het gedoe met kroonprinselijke verlovingen dan wel vriendschappen - tot en met het relletje bij de jubilerende hoofdredacteuren ('de leugen regeert') en de minder gewenste skivakantie in het Oostenrijk van Jörg Haider.

Geen nieuws dus, afgezien van een paar incidenten of 'affaires' die Van Wijnen om hem moverende redenen heeft overgeslagen, en die Kooistra en Koole blijkbaar wel het vermelden waard vonden. Zoals die rondom Elco Brinkman, die in de vroege jaren negentig nog de 'natuurlijke' opvolger leek van Ruud Lubbers als politiek leider van het CDA, dus ook als minister-president, en wiens politieke ondergang in 1994 mede zou zijn bewerkstelligd door vorstelijk ingrijpen.

Was dat dan nieuws?

Om te beginnen al letterlijk niet. Al een jaar na dato was Brinkmans 'val' in Vrij Nederland gereconstrueerd onder de voor weinig misverstanden vatbare kop 'Lubbers en Beatrix vloerden Brinkman' - en het desbetreffende artikel (van Max van Weezel) moet met ere in de knipselmap zijn bewaard.

Kooistra en Koole lieten het zich niet ontgaan, en mogelijk met de hulp van nog wat 'mensen die in staatsrechtelijke of politieke zin relaties met het staatshoofd of met leden van het koninklijk huis onderhouden of hebben onderhouden' (formulering in hun 'Woord vooraf') hebben ze het oude verhaal dankbaar geparafraseerd en aangelengd.

Beatrix, lezen we in hun weergave, heeft als reactie op Brinkmans wijze van campagne voeren al eens 'de wenkbrauwen gefronst', en het wordt snel erger:

'Al in de zomer van 1993 vraagt zij zich af waarom het CDA in Elco Brinkman de gedoodverfde nieuwe minister-president ziet. Waarom denkt de partij dat hij over de kwaliteiten beschikt om die positie de komende jaren te kunnen bekleden? De ergernissen over Brinkman en zijn vrouw Janneke, die steeds vaker met hem in de openbaarheid treedt, leven ook in Huis ten Bosch. Brinkmans aanwezigheid in de roddelbladen vindt evenmin genade in de ogen van Beatrix. Hardop spreekt Beatrix in kleine kring haar zorgen uit (. . .): ze ziet in hem absoluut niet de nieuwe premier. Onder invloed van Beatrix wint dat inzicht ook bij Lubbers steeds meer terrein.'

Kort voor de verkiezingen van 1994 schrijft Lubbers aan een aantal prominente partijgenoten dat hij geen vertrouwen meer in Brinkman heeft, en van die brief stuurt hij een kopie aan majesteit - als om duidelijk te maken 'dat hij mede onder haar invloed tot zijn conclusies is gekomen'.

En het uitlekken van die brief (met de parmantige slotregels: 'Wat mij rest is te bidden. Dat valt mij, ondanks al mijn zondigheid, niet zwaar. Mijn schild en de betrouwen zijt Gij, o God, mijn Heer') is de onmiddellijke aanleiding voor de genoemde publicatie in Vrij Nederland.

Nieuws van vijf jaar geleden.

Maar het is intussen de week geworden van Thom de Graaf, de week van de papierversnipperaar (vroeger zetten de papen onwelgevallige gedachten op hun Index; sinds Jaap de Hoop Scheffer moeten ze meteen worden vernietigd), de week van een paar klungel-enquêtes - dus het doet er niet toe hoe oud het is, en het Journaal opent er mee.

Nog diezelfde avond word ik gebeld door de dienstdoende presentator van Met het oog op morgen: of ik het heb gezien, en wat ik ervan vind. Ik antwoord dat het oude koek is, nooit echt bewezen, en nog eens herkauwd in de beste schrijftradities van Henk van der Meyden, en Frits Spits zegt met ontzag in zijn stem: 'Maar de schrijvers hebben gesprekken gevoerd met mensen die in staatsrechtelijke of politieke zin relaties met het staatshoofd of met leden van het Koninklijk Huis onderhouden of hebben onderhouden!', en kan zich ternauwernood voorstellen dat ik nog geen lid ben geworden van het Republikeins Genootschap.

De week van Thom de Graaf, zoals gezegd. Maar niet minder de week van de media: van al die over elkaar heen hijgende kranten, van het Journaal, van Nova, van 2 Vandaag, van Netwerk, van Middageditie en nog een handvol radiorubrieken, dus van al die deskundigen als Hans van den Bergh of J.G. Kikkert, of Fred Lammers of professor Koekkoek van de Katholieke Universiteit Brabant.

'De leugen regeert in de Nederlandse journalistiek', zei Beatrix dus tot verontwaardiging van de om haar heen verzamelde verslaggevers en hoofdredacteuren.

Was het maar waar!

Liegen veronderstelt nog een zekere vindingrijkheid, een zekere fantasie, een zekere scheppingskracht.

Maar zonder een spoor van eigen creativiteit kakelen de Nederlandse media mekaar nu al een week lang dom na.

Leuk overigens voor Kooistra en Koole dat hun onbijzondere boekje daardoor even wereldnieuws in Hilversum mocht worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden