Was Groningse beving Wodans straf voor Shell?

De kwestie

Soms grijpt de Voorzienigheid in en blijken er toch Goden te zijn. Meteen nadat de Shell-topman Ben van Beurden maandag in een interview met The Financial Times had aangekondigd weer volop in de schalie te stappen, begon de aarde te schudden in Groningen.

Noorderlingen van tweeduizend jaar geleden zouden er het werk van Wodan of Donar in hebben gezien en onmiddellijk zijn gestopt met het aftappen van de heilige grond onder Moeder Aarde voor het ontsteken van vuren.

Maar in de religies van nu bemoeien de goden zich niet met zoiets triviaals als de economie. Omdat de prijzen van olie en gas omhoogschieten, kunnen de laatste beetjes fossiele brandstoffen uit het gesteente worden geperst zonder dat iemand van boven ingrijpt. En de aardse politici steken er evenmin een stokje voor. Ze vinden de gevaren nepnieuws en willen niet dat Opec en Rusland, die na het sluiten van een monsterverbond de olieprijzen omhoog hebben gekregen, er met de hele buit vandoor gaan.

De schaliewinning, die tot nu toe vooral het werk was van kleine bedrijven, wordt nu opgepakt door de grote oliejongens. De exploitatie gebeurt met grof geweld. Het wordt eufemistisch hydraulisch fractureren, of fracking genoemd. Op drie of vier kilometer diepte worden grote hoeveelheden water, zand en chemicaliën in de gesteenten gespoten. Daarbij ontstaan scheuren van 1 à 2 centimeter breed, waarbij het gas vrijkomt. Bij iedere kraak worden er zo'n 80 tot 100 ton chemicaliën de bodem in gepompt. Milieugroeperingen hebben een lange lijst van nadelen opgesomd, waarvan het gevaar van verzakkingen en aardbevingen er een is.

Maar dat weerhoudt Shell niet, ook niet nadat het 50 procent grootaandeelhouder van de NAM in Groningen heeft ontdekt wat normale winning van aardgas al voor ellende kan opleveren. Shell wist vier jaar geleden de milieubeweging nog te paaien met sommetjes dat schalie niet rendabel winbaar zou kunnen zijn. Van Beurden verkocht de schalievelden in de VS en nam daarmee een verlies van drie miljard dollar. Het economisch succes van schalie werd zelfs in twijfel getrokken. Het zou zelfs onder de kostprijs worden verkocht.

Vier jaar later ligt het ineens heel anders. De olieprijs is hoger en de productiekosten van schalie zijn vanwege nieuwe technologie lager. Van Beurden stapt er weer helemaal in: 'We willen snel groeien in deze tak van sport.' In de komende tien jaar moet het bedrijf een groot deel van de groei uit schalie halen.

Het is vreemd dat een topmanager die vier jaar geleden niet voorzag dat schalie in 2017 rendabel zou kunnen zijn, wel voorziet dat het in 2027 nog steeds rendabel is.

Wodan en Donar zullen over de ruggen van de mensheid de oliemultinationals en politici heel hard moeten straffen: niet alleen voor de wijze waarop met het milieu wordt omgegaan, maar ook vanwege het tarten van bedrijfseconomische visies.