Was dit eens, maar nooit weer?

SLOBODAN MILOSEVIC was een taaie tegenstander, maar uiteindelijk is hij toch gezwicht. Zijn land heeft grote schade opgelopen, duizenden burgers en militairen zijn om het leven gekomen, er wordt een buitenlandse troepenmacht gelegerd op Joegoslavisch grondgebied en de gevluchte Kosovo-Albanezen kunnen terug naar huis....

Arie Elshout

Daarmee biedt het conflict om Kosovo een historische primeur: er is nog nooit een oorlog geweest waarin een van de strijdende partijen de verliezen tot nul wist te beperken.

De vraag wie de overwinnaar is van deze oorlog, is dan ook niet moeilijk te beantwoorden: het Atlantisch bondgenootschap. De winnaar doet er echter verstandig aan zich te hoeden voor triomfalisme. Want als hem vervolgens gevraagd wordt of hij zich snel weer aan zo'n avontuur zal wagen, is het antwoord waarschijnlijk: nee. Was dit eens maar nooit weer?

De NAVO weet dat zij de afgelopen weken op de Balkan bijna in haar eigen ambities is gestikt. Als er binnenskamers juichkreten zijn geuit over Milosevic' capitulatie, dan waren dat niet alleen kreten van vreugde, maar ook van opluchting. De opluchting van een alliantie die ternauwernood aan een echec is ontsnapt.

De NAVO ziet zichzelf als Europa's ordebewaarder, maar toen zij in maart overging op het gebruik van militair geweld om het probleem-Kosovo op te lossen, schiep zij geen orde maar chaos. De exodus van de Kosovaren, de explosieve situatie in de buurlanden, de halsstarrigheid van Milosevic, de woede van Rusland en China, de missers, de onschuldige doden - stuk voor stuk ondermijnden deze ontwikkelingen het bondgenootschappelijke zelfvertrouwen.

Op een bepaald moment wist de NAVO niet meer hoe het verder moest. Het voorstel van de Britse premier Tony Blair om de patstelling te doorbreken door over te gaan op een grondoorlog, stuitte op verzet van Duitsland en Italië. Door voor zichzelf de weg naar escalatie af te snijden, werd het bondgenootschap afhankelijk van Rusland: het kon het karwei niet meer op eigen kracht klaren.

In het donderdag aanvaarde vredesplan zijn de sporen daarvan terug te vinden. Winst is dat de NAVO gedaan heeft weten te krijgen dat alle Servische troepen Kosovo moeten verlaten. Die toezegging is absoluut noodzakelijk, omdat anders de vluchtelingen niet durven terugkeren.

Maar tegenover dit pluspunt staat de afspraak dat de vredesmacht gaat opereren onder auspiciën van de Verenigde Naties, een organisatie die in Bosnië door de NAVO opzij was geschoven als hopeloos incompetent. Ook moet de immer moeizame samenwerking met de Russische vredestroepen nog nader worden uitgewerkt.

Voorts wordt nergens in het vredesplan gezinspeeld op een mogelijke onafhankelijkheid van Kosovo. In het akkoord van Rambouillet stond nog dat na drie jaar de status van de provincie zou worden bekeken, met de mogelijkheid van een referendum over onafhankelijkheid. Voor Milosevic persoonlijk is het ten slotte belangrijk dat in het vredesplan niets staat over de aanklacht die het Joegoslavië-Tribunaal vorige week tegen hem heeft ingediend wegens oorlogsmisdaden.

Dus als we de NAVO tot overwinnaar uitroepen, dan moet daarbij de kanttekening worden geplaatst dat de overwinning niet totaal is. Bescheidenheid is op zijn plaats, vooral omdat de alliantie de afgelopen maanden ondubbelzinnig met de neus op de zwakte van haar interventionisme is gedrukt. Zij heeft zichzelf in haar nieuwe Strategische Concept tot taak gesteld de stabiliteit in Europa te bevorderen door zonodig gewapenderhand in conflicten in te grijpen en de vrede te herstellen.

Maar als de oorlog om Kosovo eéé ding heeft geleerd dan is het dat de 'maakbaarheid' van de situatie in Europa en de rest van de wereld betrekkelijk is. Zeker als de NAVO niet bereid is tot het uiterste te gaan om crisis te beslechten.

En dat laatste is niet alleen maar een kwestie van een gebrek aan politieke wil. Het gaat om een fundamenteel probleem. De NAVO is een samenwerkingsverband van negentien fatsoenlijke, vredelievende en democratische staten. Geconfronteerd met regimes die zich schuldig maken aan etnische zuiveringen of terreur voelen zij zich verplicht tot ingrijpen over te gaan.

Maar die afkeer van geweld werkt naar twee kanten. De westerse regeringen hebben er ook moeite mee zelf geweld toe te passen, omdat de kiezers de gevolgen ervan moeilijk accepteren en niet willen dat hun zonen of dochters sneuvelen voor militaire missies in verre oorden. Burgers in moderne samenlevingen willen in hun leven zo min mogelijk risico lopen en zo snel mogelijk succes hebben. Bij het uitblijven van resultaat nam de kritiek dan ook toe. Het liefst had men op de reset-knop gedrukt, en was men overnieuw begonnen.

Het probleem met de NAVO-interventie in Kosovo lag daarom niet, zoals sommigen zeiden, in het schietgrage gedrag van de alliantie, maar juist in het halfbakken karakter van haar optreden. De nul gesneuvelden zijn net zo goed een teken van zwakte als van kracht.

Als de NAVO-landen in de toekomst weer aan een interventie willen beginnen, moeten zij het er van tevoren over eens zijn dat ze bereid zijn offers te brengen. Zo niet, dan moeten zij het niet meer doen. Alleen: wie treedt in dat geval op tegen genocide en onderdrukking?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden