Was de vader van Kuifje fout?

Hergé, pseudoniem voor de tekenaar Georges Remi, was een graag geziene gast op het Belgische koninklijk paleis. Het gerucht ging dat hij een onechte zoon van koning Leopold II was, een berucht vrouwenliefhebber....

In een interview in Vrij Nederland zei Hergé, de tekenaar Georges Remi, vader van Kuifje: 'De klare lijn. Daarin ben ik een fascist. Daarin ben ik een reactionair.' Was hij dat ook op andere terreinen?

In de schitterende biografie van Huib van Opstal uit 1994, Essay RG, Het fenomeen Hergé, waarin naar zeggen van de Belgische journalist Johan Anthierens 'nogal wat blinde vlekken uit het levensverhaal van RG (zijn) gestofzuigd', staat dat niet met zoveel woorden. Hergé, die een tijdje met Rex-leider Léon Degrelle omging, heeft zich niet tegen de bezetter gekant. Hij was 'neutraal'. Maar anderzijds, hij was ook geen echte collaborateur.

Tot die slotsom komt Pierre Assouline in een nieuwe biografie van Hergé. Hij kreeg inzage in de briefwisseling van Hergé en in politiedossiers. Assouline vertelt weinig nieuws. Hij is, omwille van zijn in 1985 verschenen boek L'Épuration des intellectuels, buitengewoon geïnteresseerd in de collaboratie. Maar was Hergé wel een collaborateur? Hij was een katholiek. Dat wel. Zijn inspiratie voor zijn stripverhalen was gekleurd.

Hergé is een van de twee Belgische monstres sacrés. De andere is Georges Simenon, waarover Assouline in 1992 een biografie heeft geschreven. Wanneer Hergé ergens kwam, schrijft Assouline, 'was het alsof la comtesse de Ségur op bezoek was op een kinderfeestje'. De tekenaar werd met zijn stripfiguur geïdentificeerd. Het leven van Hergé is echter niet, zoals dat van zijn jonge reporter, opwindend. Het is 'burgerlijk'. Er waren vier moments clefs, 'sleutelmomenten', in zijn leven, beslissende ontmoetingen: de abbé Wallez, zijn eerste vrouw Germaine, Tchang Tchong-jen uit Shanghai en zijn tweede vrouw Fanny.

'Kuifje dat ben ik.' Sloeg dat wel op de tekenaar? In zijn jeugd was hij padvinder, en dat is Hergé wellicht gebleven. Als kind van een keurig middenstandsgezin groeide hij op met de ideeën van de action française en van Charles Maurras. Hij was een padvinder met passie, 'de totem van de Nieuwgierige Vos torsend'. Zijn eerste gepubliceerde strip was een verhaal over de padvinderij, De avonturen van Totor, patrouilleleider van de Meikevers.

Maar zijn allereerste stripverhaal ging over 'een jongentje dat een rol speelt in het verzet en met de Duitsers in moeilijkheden komt'. Hergé is zo'n jongen gebleven. Na de oorlog, toen hem een beroepsverbod werd opgelegd, zocht hij collaborateurs en vrienden op in de gevangenis. Het was zijn daad van edelmoedigheid. Hij vocht tegen de naoorlogse 'oneerlijkheid', die heel wat ellende in België heeft veroorzaakt, en hielp sommigen die omwille van hun 'zwart verleden' gevangen zaten, ook financieel.

Het levensverhaal van Assouline, over een eerder 'zwijgzame' tekenaar en politiek zelfs kleurloze Hergé, bevat een verborgen petite histoire. Was Hergé van koninklijke bloede? Het was een van de grote geheimen in het leven van Hergé. Zijn grootmoeder, Marie Dewigne, had een tweeling 'die in het grootste geheim is geboren'. De vader was onbekend. Dewigne was femme de chambre, kamermeisje van de gravin Hélène Errembault de Dudzeele op het domein Chaumont-Gistoux nabij Brussel in waals Brabant.

De kinderen Léon en Alexis - Hergé's vader, werden op het domein opgevoed. Later is Dewigne met een drukker - typograaf of ouvrier imprimeur - getrouwd. Alexis werd een Remi, genoemd naar zijn oneigenlijke vader Philippe Remi. Wanneer iemand naar de echte vader vroeg, zei Dewigne 'dat haar kinderen al vroeg hun vader verloren hebben'. Wanneer over de kinderen Léon en Alexis werd gesproken, fluisterden zij die het wisten: 'Soyez respectueux quand vous leur parlez', spreek ze met respect aan. De echte vader was van adellijke afkomst.

Maar wie? Volgens Assouline was het een habitué van het kasteel. Een van de vele gasten op het domein was koning Leopold II, een vorst die ooit Congo bezat en het aan de Belgen heeft geschonken. Hij was een notoir vrouwenloper. Volgens Assouline zou Hergé's grootvader niemand minder zijn dan 'de koning der Belgen'. In ieder geval was Hergé zijn leven lang een graag geziene gast ten paleize.

Tekenles kreeg Hergé van professeur de dessin Stoffijn, bijgenaamd 'Fine-Poussière', maar zijn gedachtengoed werd gevormd door de abbé Norbert Léopold Alexis Joseph Wallez. De priester was directeur van 'presse et librairie', waar Hergé (een samengaan van de initialen R van Remi en G van Georges) na een korte kantoorbaan opdracht kreeg de speciale pagina's van Le Vingtième Siècle te verluchtigen. Het bedrijf was een club van reactionaire rooms-katholieke geestelijken, die sympathiseerden met de action française en het 'verlichte' Italiaanse fascisnme. Het waren anti-democraten, ultranationalisten en antibolsjewieken. Het was de inspiratie voor Tintin au pays des Soviets (1930) en Tintin au Congo (1931), de eerste twee albums van Hergé.

Hij ontmoette op de redactielokalen van Le Vingtième Siècle de latere rexistische leider Léon Degrelle, een journalist van 22 jaar die voor het blad een reportage had gemaakt in Mexico om er 'de marteldood van twaalfduizend vermoorde katholieken' te memoreren. In de blaadjes die Degrelle uit Mexico had meegebracht, vond hij het procédé van de ballonstrip, een manier van verhalend tekenen dat al tientallen jaren in Amerika floreerde.

Met Degrelle ging hij dineren bij de abbé. Degrelle, 'fort en gueule' - een protserig iemand, heeft ooit beweerd dat hij 'model heeft gestaan voor Kuifje'. Veel van Kuifjes belevenissen zouden zijn gebaseerd op de veelal verzonnen avonturen van de rexistische leider en nazi-sympathisant en 'mussolinien'. Hij droeg, toen hij met Hergé omging, 'regelmatig bruine plusfours' en had - als vroegtijdige jeune premier - een opvallend plukje haar op zijn hoofd.

Wanneer echter Le Petit Vingtième verschijnt, de opvolger van het blad van Wallez met een uitgesproken extreem-rechtse tendens, kiest Hergé voor het dagblad Le Soir. Hij heeft in die tijd ook onenigheid met Degrelle die een van zijn tekeningen ten onrechte en tegen de wil van Hergé heeft afgedrukt als propaganda.

Hergé had bewondering voor vrienden die zich lieten inlijven bij het Duitse leger om aan het Oostfront de goddeloze bolsjewieken te bestrijden. Hij bezocht Duitsgezinde cafés. Achteraf bezien, citeert Van Opstal in zijn Hergé-studie, vond Hergé het 'natuurlijk een grote vergissing. . .enig geloof in de nieuwe orde gehad te hebben'. Hij beschouwde zijn Duitsgezindheid als naïviteit, 'volstrekte dwaasheid, zeg maar gerust: stommiteit'. Hij werd opgesloten in de gevangenis van Sint-Gillis. In België verscheen een parodie op zijn werk, Tintin et Milou au pays des nazis. Jarenlang is hij 'uitgekreten' voor incivique, onvaderlandse Belg en collaborateur. Vrienden van hem werden gevangezet en gemolesteerd, onder wie abbé Wallez. Degrelle - die zijn vriend niet meer was - vluchtte naar Spanje waar hij verbleef 'onder de vleugels van generaal Franco'.

In het blad Front verscheen een vlijmscherp artikel tegen Hergé. 'Bedroevend en twijfelachtig was het dat dat beruchte mormel, dat niet van Kuifje te scheiden is en zijn neus in Duitse vuilnisbakken had gestoken, onze kindertjes nog vreugde kan bezorgen. . . . Als ik die hond Bobbie tegenkom, kan hij van mij, met permissie, een schop onder zijn kont krijgen.'

Assouline, geen Kuivoloog maar eerder een biograaf die het liefst spit in levens van 'wonderbaarlijke types' als Simenon, vliegtuigbouwer Dassault, uitgever Gaston Gallimard of kunsthandelaar D. H. Kahnweiler, vermeldt weliswaar het schitterende boek van 'Hergé's biograaf' Huib van Opstal, maar niet China in Kuifje van Marcel van Nieuwenborg en Claire Chang. Dat is jammer. China-kenner Van Nieuwenborg zegt geen beeldverhaal of roman te kennen met 'zo'n politieke impact als De Blauwe Lotus'. Van Nieuwenborg heeft in 1981 Tchang Tchong-jen, de mentor van Hergé voor De Blauwe Lotus, in de voormalige Franse Concessie van Shanghai ontmoet. Het relaas van zijn gesprekken en van zijn onderzoek naar de betekenis van het beeldmateriaal van het stripverhaal 'vol Chinese trekjes' ontbreekt in Assouline's boek. Hoewel hij uitvoerig over hun vriendschap spreekt, blijft het allemaal wazig en zelfs oppervlakkig.

Misschien is het wat overdreven. In zijn Hergé noemt Assouline de twintigste eeuw 'le siècle de Tintin'. Het slaat nergens op, ook al is hij waanzinnig populair en zijn zijn boeken collector's items. Het was een 'open' man, maar tegelijk ook een terughoudend iemand, misschien zelfs ietwat kleurloos. In ieder geval was Hergé geen drammerig type, maar 'quelqu'un qui a de l'humour toute l'année sauf le 1er avril'.

Kuifje (Tintin in Wallonië) is in de ogen van de biograaf 'het laatste restantje België', want het land valt onherroepelijk uiteen. Het is een Belgische held. Assouline's boek is niet alleen een verhaal over Hergé maar ook over België. Assouline evenwel is wars van een te uitdrukkelijke political correctness. Daarin heeft hij gelijk. Een biograaf moet vooral niet polically correct zijn, want dat belemmert alleen maar het zicht op de tijd.

Pierre Assouline: Hergé. Plon, 145,-FF.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden