Weblog

Was De Klerk te lief voor Mandela?

Het overlijden van Nelson Mandela is de aanleiding voor een opvallende polemiek onder blanke Zuid-Afrikanen over de rol van zijn tegenspeler Frederik Willem de Klerk. Heeft de laatste president onder de apartheid te diep gebogen voor Mandela tijdens de onderhandelingen van 1990-1994? Dat vindt bij nader inzien de belangrijkste historicus uit de Afrikaner minderheid, Hermann Giliomee. Hij schreef dit in het Maandblad Zuid-Afrika, in het herdenkingsnummer voor Mandela in januari. De FW de Klerk Stigting reageerde verbolgen op de website van het blad.

Wim Bossema
18 mei 1994: net gekozen president Mandela (rechts) en zijn voorganger De Klerk bij het Tuynhuis in Kaapstad, waar zij een coalitieregering gaan vormen. Beeld epa
18 mei 1994: net gekozen president Mandela (rechts) en zijn voorganger De Klerk bij het Tuynhuis in Kaapstad, waar zij een coalitieregering gaan vormen.Beeld epa

Giliomee raakt een gevoelige snaar. De dood van Mandela heeft tot grote onzekerheid geleid onder de blanke minderheid, zeker de Afrikaans-sprekende bevolkingsgroep. Welke bescherming hebben de blanken eigenlijk zonder de gezaghebbende en verzoenende persoon van Mandela?

Dat had De Klerk indertijd toch beter moeten laten vastleggen, betoogt Giliomee. Maar hij gaf Mandela in alles zijn zin. Waarom gaf De Klerk alle macht zo gemakkelijk uit handen en waarom luisterde hij niet beter naar zijn generaals en inlichtingendiensten, zijn volgens Giliomee de belangrijkste vragen.

'Groepsrechten'
De Klerk had beschermende maatregelen, zoals 'groepsrechten' moeten afdwingen. Dan zouden de blanken nu minder kwetsbaar zijn voor het machtsmisbruik en de corruptie van het almachtige Afrikaans Nationaal Congres (ANC).

Het is jammer dat De Klerk niet zelf reageert, maar de directeur van zijn stichting, Dave Steward, neemt het fel voor hem op. Die brief was weer aanleiding voor een nog veel langere reactie van Giliomee. Alles in het Afrikaans, maar goed te volgen.

Zeer misplaatst, die kritiek achteraf, vindt Steward. Tijdens de jarenlange onderhandelingen heeft De Klerk zijn uiterste best gedaan om speciale rechten voor minderheidsgroepen binnen te slepen, maar het was gewoon onhaalbaar. Hij had geen keus, gezien de internationale druk en het gebrek aan draagvlak onder de meerderheid van de bevolking voor zulke privileges. Zijn belangrijkste doel was een vreedzame overgang van apartheid naar een democratie. En dat is hem wonderwel gelukt.

De Klerk is gaan geloven in de kracht van een goede grondwet, waarin de rechten van alle burgers zijn vastgelegd, en waarin minderheden hun zekerheden kunnen vinden, betoogt Steward. Eerst in 1993 de voorlopige grondwet die vrije verkiezingen mogelijk maakte en in 1996 de goedkeuring van de definitieve grondwet.

Dankzij die goede grondwetten was er van een 'omverwerping van het blanke regime' geen sprake, meent Steward. Dat zeg je ook niet als er in de VS een regering van een andere partij aan de macht komt.

En wat bedoelt Giliomee eigenlijk met zijn opmerking dat De Klerk niet genoeg heeft geluisterd naar leger en geheime dienst? Die moesten zich van hem afzijdig houden tijdens de onderhandelingen, en terecht: ze horen geen politieke invloed te hebben maar de orde te handhaven, aldus Steward.

Kleine pro-apartheidspartijen
In zijn lange repliek verduidelijkt Giliomee zijn standpunten aanzienlijk. Ik pik er twee elementen uit. De Klerk had sterker gestaan met zijn eis van groepsrechten als hij beter zijn best had gedaan de blanke gemeenschap voor zich te winnen - bijna de helft van de blanken was tegen de onderhandelingen en verruilde de Nationale Partij voor kleine pro-apartheidspartijen.

Ten tweede had hij, als hij naar militaire adviseurs had geluisterd, beter kunnen zien dat het ANC in de zwarte woonwijken soms met geweld rivalen van andere partijen uitschakelde tijdens de onderhandelingen en er iets tegen kunnen doen. Bovendien had hij dan beter zicht gehad op illegale acties door leden van het veiligheidsapparaat.

null Beeld MZA
Beeld MZA

Wie heeft er gelijk? Steward verzucht dat de knappe professor - hij publiceerde vorig jaar weer een standaardwerk: Die laaste Afrikanerleiers - merkwaardig genoeg zo weinig begrijpt van de vroege jaren negentig.

Maar aan begrip zal het niet liggen. Giliomee lijkt het vooral slecht te kunnen verkroppen dat het ANC zo oppermachtig is geworden in een democratische structuur. Hij erkent dat historici de neiging hebben achteraf oordelen te vellen over politieke leiders die moeilijke besluiten moeten nemen. 'Ek wil my nie daaraan skuldig maak nie.'

Bloedbaden
Maar dat doet hij toch wel. Het is opvallend hoe weinig Giliomee (en ook Steward) zeggen over de zeer gespannen, explosieve en gewelddadige sfeer er hing in Zuid-Afrika tussen 1990 en 1994. Ik schreef daar eerder over op het Afrikablog. Het was niet zomaar kalm onderhandelen in fijne hotels: buiten werden bloedbaden aangericht in treinen, woonoorden, bij demonstraties.

Tussen de Zulu-partij Inkatha van Chief Mangosuthu Buthelezi en Mandela's ANC brak een burgeroorlog uit in de wijken rond de hostels voor Zulu-trekarbeiders. Een geheimzinnige 'Derde Kracht' pleegde aanslagen en moorden en gaf Inkatha-strijders wapens - zoals later bleek was dit het werk van een geheime afdeling van de veiligheidsdiensten. Ultra-rechtse blanken namen de wapens op en dreigden met een algehele opstand onder leiding van gevaarlijke mannen als Eugène Terre'Blanche.

Met elk uitstel van beslissingen tijdens de onderhandelingen nam de spanning en het geweld toe. Dat was de grote druk op De Klerk: een bloedbad lag elke dag op de loer.

Achteraf kun je eerder zeggen dat De Klerk er heel verstandig aan heeft gedaan de generaals te mijden. Zo kon hij volhouden dat hij niet op de hoogte was van de criminele acties door de doodseskaders van de geheime dienst. Zo kon hij met Mandela de Nobelprijs voor de vrede koesteren, terwijl Mandela er eigenlijk van overtuigd was dat De Klerk bloed aan zijn handen had.

Nieuw aan de redenering van Giliomee is de visie dat het ANC de onrust gebruikte om zijn macht in de townships te vestigen. Hij baseert zich op een recente Zuid-Afrikaanse studie van Anthea Jeffery: 'People's War' (2009). De invloed van Inkatha werd met geweld ingeperkt en nog steeds stemmen de zwarte Zuid-Afrikanen op het ANC.

Dat is een discutabele voorstelling van zaken. De oude, gangbare visie is dat de burgeractivisten van het Verenigd Democratisch Front (UDF) - gelieerd aan het ANC toen die verboden was en na 1990 opgegaan in de partij - werden belaagd door Zulu-strijders en hit squads. Pas later kregen ze bescherming van uit het buitenland teruggekeerde strijders van de gewapende vleugel van het ANC, MK (Umkhonto we Sizwe, Speer van de Natie). Inkatha maakte zich onmogelijk en het ANC bleef de populairste partij, maar het is vergezocht dat als een militaire strategie voor te stellen.

En wat had De Klerk kunnen doen als hij wél naar de generaals en geheime diensten had geluisterd? Nog harder laten optreden tegen activisten in de zwarte woonoorden? Giliomee geeft geen uitsluitsel.

Barack Obama begroet De Klerk tijdens de herdenkingsbijeenkomst voor Mandela in het Soccer City Stadium in Johannesburg, 10 december 2013. Beeld afp
Barack Obama begroet De Klerk tijdens de herdenkingsbijeenkomst voor Mandela in het Soccer City Stadium in Johannesburg, 10 december 2013.Beeld afp
15 september 1990: een aanhanger van Inkatha wordt op straat in Soweto vermoord door aanhangers van het ANC. Inkatha-strijders richtten bloedbaden aan in de townships, maar werden later verdreven. Beeld ap
15 september 1990: een aanhanger van Inkatha wordt op straat in Soweto vermoord door aanhangers van het ANC. Inkatha-strijders richtten bloedbaden aan in de townships, maar werden later verdreven.Beeld ap

Rampzalige weg
Had De Klerk meer moeten doen aan de blanke achterban? Ook dat zou een rampzalige weg zijn geweest, want het zou de slepende onderhandelingen nog langer hebben gerekt. Hij moest toegeven en toenadering zoeken tot Mandela en de onvermijdelijk prijs was dat weer een groep blanken zich van hem afkeerde. De versplintering van de blanke gemeenschap was onvermijdelijk, net als de teloorgang van de Nationale Partij.

Wat De Klerk te verwijten valt, is dat het hem lang heeft gekost tot dit besef te komen. De onderhandelingen duurden onnodig lang, omdat de wensen die Giliomee koestert te lang bleven meespelen bij De Klerk. Het heeft honderden levens gekost. De groepsrechten waren onaanvaardbaar voor de overgrote meerderheid van de Zuid-Afrikanen.

De Klerk heeft niets binnengehaald van zijn oorspronkelijke plan, daarin heeft Giliomee gelijk, maar hij had niet langer en beter zijn best moeten doen, hij had jaren eerder de knoop moeten doorhakken. Hij had zich ook meer moeten bemoeien met de generaals, maar niet om de reden die Giliomee noemt: hij had hun misdaden moeten voorkomen.

Maar waarschijnlijk had hij daar de macht niet voor, en was hij bang voor een coup. Zo gespannen was de sfeer toen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden