Warschau krijgt eindelijk nieuwe musea

De Poolse hoofdstad Warschau heeft weinig te bieden op museaal gebied. Maar dat gaat veranderen...

WARSCHAU Het modernste biografisch museum van Europa is het bij voorbaat al genoemd, het nieuwe Fryderyk Chopin Museum in Warschau dat maandag 1 maart opengaat.

Met de opening van het museum begint het Chopin-jaar – de componist werd tweehonderd jaar geleden geboren. Voor de inrichting van het museum in het Ostrogski-paleis is niet op een zloty gekeken. De installatie van het interieur is in handen van de Belgische firma Meyvaert, een van de grote namen in de wereld van museumvitrines.

De vitrines, vertelt projectleider Gauthier Pessers tijdens een rondleiding kort voor de opening, zijn uitgerust met sensoren die gaan bliepen als de vochtigheidsgraad te hoog wordt voor de kostbare manuscripten die er een plaats zullen krijgen. Het museum zal de bezoeker in staat stellen een multimediale reis te maken door het leven van Chopin. Daarbij moeten alle zintuigen worden geprikkeld. In de ‘Parijse flat’ van Chopin hangt straks de geur van viooltjes, de lievelingsbloem van de componist.

Warschau kan zo’n moderne aanwinst goed gebruiken. Vergeleken bij andere Europese hoofdsteden is de hoofdstad van Polen op museumgebied een woestijn. Het in 2004 opgerichte Museum van de Opstand buiten beschouwing gelaten, is er sinds de Tweede Wereldoorlog nauwelijks geld in nieuwe musea gestoken.

Daar gaat de volgende jaren snel verandering in komen. Nog dit jaar moet aan de oever van de Weichsel een multimediaal wetenschapscentrum de deuren openen. Vier andere grote projecten staan in de steigers: het Museum van de Geschiedenis van de Poolse Joden, Het Museum van de Poolse Geschiedenis, Het Museum van Moderne Kunst en het Museum van het Poolse Leger. Tegen 2016, wanneer Warschau hoopt culturele hoofdstad van Europa te worden, moeten ze voor het publiek toegankelijk zijn.

Die spectaculaire ommekeer zou niet mogelijk geweest zijn zonder Europese subsidies. Van de 81 miljoen zloty (bijna 20,5 miljoen euro) die het nieuwe Chopin Museum heeft gekost, heeft Brussel er 31 voor zijn rekening genomen. Het wetenschapscentrum Copernicus (207 van de 364 miljoen zloty) en het Museum van de Poolse Geschiedenis (300 van de 350) doen het zelfs nog beter. Alleen het Museum van Moderne Kunst en het Museum van de Geschiedenis van de Poolse Joden kregen geen Europees geld.

Wat vorm betreft springen de nieuwe musea er niet uit. In plaats van grote namen als Gehry, Koolhaas of Libeskind iets spectaculairs te laten ontwerpen, werd gekozen voor relatief mindere goden die bij het functionalisme zweren. Van ver zien de meeste projecten er uit als een witte doos. Vooral Christian Kerez, de Zwitserse ontwerper van het Museum van Moderne Kunst, kreeg het hard te verduren. Met sobere vormgeving wilde hij zijn gebouw laten afsteken tegen de tierlantijntjes van het aanpalende Paleis van Cultuur en Wetenschap, maar critici spreken over een ‘supermarkt’.

En dat terwijl Warschau wel een nieuwe blikvanger had kunnen gebruiken. Bij gebrek aan beter moeten de inwoners van de hoofdstad het stellen met het Paleis van Cultuur en Wetenschap, de stalinistische wolkenkrabber in het centrum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.