Waren de aanslagen in Brussel te voorkomen?

Hoe konden de daders van de Brusselse aanslagen hun gang gaan terwijl ze bekend waren bij de veiligheids-diensten? De 'aanslagen-commissie' zoekt het uit.

De Belgische politie op zoek naar Salah Abdeslam in de Brusselse wijk Molenbeek Beeld getty

Wat zijn de belangrijkste vragen van de Belgische parlementaire onderzoekscommissie Terroristische Aanslagen?

Hadden de terreuraanslagen van 22 maart in België vermeden kunnen worden? Hebben de Belgische veiligheidsdiensten fouten gemaakt, met 32 doden en 340 gewonden tot gevolg? Dat zijn de vragen waarop de Belgische parlementaire onderzoekscommissie Terroristische Aanslagen vanaf vandaag een antwoord zoekt. Met een duidelijke link tussen de aanslagen in Parijs en Brussel, is de inzet groot.

De afgelopen maanden boog de 'aanslagencommissie' zich over de hulpverlening na de aanslagen, naar eigen zeggen uit respect voor de slachtoffers, maar officieus ook om niet met de politiek gevoeligste onderwerpen te moeten beginnen. De zeventien commissieleden concludeerden dat de coördinatie beter had gekund, maar hadden verder niets dan lof voor de hulpdiensten.

Was dit deel van het commissiewerk een opwarmertje, dan belooft dat over de werking van de Belgische politie en inlichtingendiensten meer vuurwerk. Kort na de aanslagen bleek dat enkele daders al lang in het vizier van de veiligheidsdiensten waren, maar toch hun gang konden gaan. Dat er fouten zijn gemaakt, is duidelijk, maar waren die ook te voorkomen?

Om daar achter te komen, houdt de aanslagencommissie de komende maanden zo'n dertig hoorzittingen, met leidinggevenden van ondermeer politie, Openbaar Ministerie, Staatsveiligheid en antiterreurorgaan OCAD. Ook de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie worden op het matje geroepen. Vier hoofdvragen zullen de ondervragingen domineren.

Hoe kon Ibrahim El Bakraoui, die in 2015 in Turkije werd gearresteerd op verdenking van terrorisme, terugkeren naar België en er acht maanden later een aanslag plegen?

De hoorzitting waar het meest naar wordt uitgekeken, is die met Sébastien Joris, de Belgische verbindingsofficier in Turkije. Hij werd na de aanslagen door minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (N-VA) als grote zondebok aangewezen, omdat hij zou hebben getreuzeld met het doorgeven van cruciale informatie over Ibrahim El Bakraoui, een van de twee kamikazes op de luchthaven van Zaventem.

El Bakraoui, een zware crimineel die voorwaardelijk op vrije voeten was, werd in juni 2015 aan de Turks-Syrische grens opgepakt, duidelijk in overtreding van zijn parool. Joris licht de Belgische terreurpolitie in, maar die vraagt meer info, waarna Joris het dossier enkele weken laat liggen. Als Turkije de geradicaliseerde gangster in juli op een vliegtuig naar Schiphol zet, is niemand op de hoogte.

Minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon (foto) wees de Belgische verbindingsofficier in Turkije Sébastien Joris aan als grote zondebok Beeld epa

Waar minister Jambon de verbindingsofficier met alle zonden overlaadde, wijzen anderen erop dat Joris net vakantie had en niet werd vervangen. Sowieso kwam hij om in het werk. Bovendien reageerde de terreurpolitie ook niet erg alert. Op zijn minst een gedeelde verantwoordelijkheid dus. 'Als blijkt dat Jambon de verbindingsofficier onterecht alle schuld in de schoenen heeft geschoven, dan zal hij het nog lastig krijgen', aldus Stefaan Van Hecke, commissielid voor oppositiepartij Groen.

Waarom stonden de broers El Bakraoui niet op de lijst van terreurverdachten?

In juni 2015 werd Ibrahim El Bakraoui in Turkije opgepakt op verdenking van terrorisme, de jongste broer Khalid werd in november 2015 aan de aanslagen in Parijs gelinkt. Toch stonden de broers niet op de Belgische lijst met terreurverdachten. Buitenlandse inlichtingendiensten zouden de broers wel in het vizier hebben gehad, maar die informatie belandde niet bij de Belgische Staatsveiligheid. Zowel de Staatsveiligheid als het OCAD, dat verantwoordelijk is voor de lijst met terreurverdachten, zeggen overstelpt te worden met informatie en te weinig personeel te hebben.

De Wetstraat - Rue de la Loi is afgezet na de aanslag op metrostation Maalbeek in Brussel op 22 maart Beeld afp

Werden de geradicaliseerde broers Abdeslam voldoende in de gaten gehouden?

In 2014 en nog eens begin 2015 krijgt de Brusselse terreurpolitie een tip over het radicaliseren van de broers Abdeslam. Ze worden voor verhoor naar het politiebureau gebracht, maar dat levert niets op. Het Openbaar Ministerie vraagt de politie hun telefoonverkeer en e-mails te volgen, maar wegens een gebrek aan mankracht wordt het dossier geseponeerd. 'Hoe wordt die selectie van dossiers gemaakt?', vraagt commissielid Van Hecke zich af. 'Als er inderdaad een personeelstekort was, is dat gesignaleerd? En waarom kwam er geen versterking?'

Hoe kon Abdeslam na de aanslagen in Parijs ontsnappen? En had hij niet veel eerder ingerekend kunnen worden?

Als Abdeslam op 13 november van Parijs naar België vlucht, wordt hij drie keer gecontroleerd door de Franse politie. Eén gendarme heeft argwaan en checkt een half uur internationale databanken, maar kan niets vinden wat Abdeslam aan terreur linkt. Volgens de Franse onderzoekscommissie komt dat doordat België hem 'niet correct had geseind', de Belgische politie spreekt dit tegen.

Twee weken later krijgt een Mechelse politie-inspecteur een tip over een geradicaliseerde neef van Abdeslam, bij wie de ondergedoken terrorist later wordt opgepakt. De Mechelse korpschef doet de tip af als onbetrouwbaar, maar mogelijk speelt een conflict tussen hem en de allochtone politie-inspecteur mee. De tip wordt niet uitgezocht en Abdeslam wordt pas vier maanden later gevonden.


Daders terreuraanslag

Ibrahim El Bakraoui (30), zware gangster uit Laken, werd in juni 2015 aan Turks-Syrische grens gearresteerd maar kwam weer op vrije voeten. Blies zich op op luchthaven van Zaventem.

Khalid El Bakraoui (27), zware gangster en broer van Ibrahim. Was betrokken bij voorbereiding van aanslagen Parijs van 13/11. Blies zich op in metrostation Maalbeek.

Najim Laachraoui (24), student die bijkluste op luchthaven van Zaventem. Zou bomvesten voor aanslagen in Parijs hebben gemaakt. Blies zich op op Zaventem.

Mohamed Abrini (31), 'de man met het hoedje' op bewakingsbeelden. Was betrokken bij voorbereiding van aanslagen Parijs. Zijn bomkoffer op Zaventem ontplofte niet. In april opgepakt in Anderlecht.

Osama Krayem (24), Zweed van Syrische afkomst. Was op pad om zich op het metrostation op te blazen, maar bedacht zich en dook onder. In april opgepakt in Laken.

Salah Abdeslam (27), Fransman die in Molenbeek opgroeide, enige overlevende van zelfmoordcommando Parijs. Moest zich laten ontploffen in Stade de France, maar bedacht zich en vluchtte naar België. Opgepakt in Molenbeek op 18 maart, wat de aanslagen in Brussel in gang zette.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden