Wapengekletter

De geluiden van het slagveld laten zich op allerlei manieren omzetten in muziek. Daarvan getuigen een boek en een exposititie....

Het gebulder van de kanonnen op het slagveld klonk Ludwig van Beethoven als muziek in de oren. Tenminste, in zijn spektakelstuk Wellingtons Sieg - opus 91, ook wel Die Schlacht bei Vittoria genoemd - schreef hij wel 188 musket- en kanonschoten voor.

Het was een brutale vondst, die de woelige orkestpartituur een ongekend bloedig ritme geeft. Gunstig bijeffect: de kruitdampen stijgen na afloop daadwerkelijk in de concertzaal op. Ze herinneren aan de 21ste juni 1813, toen de Engelsen onder aanvoering van de Graaf van Wellington bij de Noord-Spaanse stad Vittoria een einde maakten aan Napoleons ambitie het Iberisch schiereiland in te lijven.

Aan het concertpubliek gaan alleen de body bags voorbij: vijfduizend doden aan Engelse zijde; achtduizend doden aan Franse zijde.

Toen Clément Janequin een kleine driehonderd jaar eerder aan La Guerre werkte, was het buskruit allang uitgevonden. Toch zette de Fransman geen geschut in. Componisten moesten het destijds nog, zeg maar, met strijdmiddelen uit de Middeleeuwen doen. Hij bootste de geluiden van de oorlog na met de menselijke stem: van frerelelan fan (trompetgeschal) en patipatac trique trac (hoefgetrappel).

De onomatopé, dat was ook brutaal. Zo troonde Janequin met een toen modieus vierstemmig chanson het publiek mee naar de Slag bij Marignano, waar een Frans leger de Zwitserse huursoldaten van een Milanese hertog versloegen. Het was 1515.

Het zijn schoolvoorbeelden van de battaglia, de werken van Beethoven en Janequin. Oorlogsmuziek - wapengekletter in noten gevangen. Enkele ervan komen aan bod in het Legermuseum in Delft, waar tot april volgend jaar de krijgsgeschiedenis niet alleen aan de hand van tanks, harnassen, admiraalspetten en raketwerpers wordt verteld, maar ook aan de hand van door een koptelefoon afgespeelde symfoniën en popliedjes. 'Muziek, oorlog en vrede' heet de tentoonstelling en dat is ook meteen de titel van het bijbehorende boek-met-'MuziekCD'.

Motto van de tentoonstelling, ontleend aan het Afrikaanse volksverhaal Gassir, waarvan Theo Loevendie ooit een opera maakte: 'Geen zwaard zo scherp, geen man zo machtig of ze zullen vergeten worden. Alles zal verdwijnen, alleen mijn lied zal voortleven.'

Geuzenlied

Het gelijk van die stelling is makkelijk te bewijzen. Wie kent immers nog de namen van de helden uit de Tachtigjarige Oorlog, van de beslissende veldslagen uit die strijd - wie kent nog de jaartallen? Het geuzenlied Wilhelmus daarentegen, zoals genoteerd in 1626 in de bundel Nederlandsche Gedenck-clanck, dát kan iedereen meezingen, -neuriën of -fluiten. (In Delft klinkt onder meer een ingetogen versie, gespeeld op pommers en schalmeien.)

De Tachtigjarige Oorlog, de expansiedriften van zonnekoning Lodewijk XIV en keizer Napoleon, de Eerste Wereldoorlog, de Tweede Wereldoorlog en de Vietnam-oorlog: voor de ordening heeft het Legermuseum zich laten leiden door gebeurtenissen aan het front. En zo is de 'Nieuwe Oorlog' die de Amerikaanse president Bush onlangs heeft uitgeroepen aanleiding om nog snel God Bless America toe te voegen.

In zes 'tijdvak-containers' - geïnspireerd op een VN-compound, zo lijkt het - worden schilderijen, foto's, brieven, lp- en singlehoezen, partituren, liedbundels en trommels getoond. Maar ook gasmaskers en granaten zijn uit het depot gehaald. Anekdotisch van opzet vertelt de tentoonstelling verhalen waarin de blokfluit gelijk op loopt met de hellebaard (Tielman Susato) en de elektrische gitaar met de bommenwerper (Jimi Hendrix).

Muziek klinkt door in de oorlogsgeschiedenis - de tamboer en de trompetter. Oorlog klinkt door in de muziekgeschiedenis - de Turkse Mars van Mozart, Ouverture 1812 van Tsjaikovski, In Flanders Fields van Ives, de Leningrad-symfonie van Sjostakovitsj, A Survivor from Warsaw van Schönberg, Threnody to the Victims of Hiroshima van Penderecki, Dat gebeurt in Vietnam van Louis Andriessen en Gulf War van Jacob ter Veldhuis.

Maar het meest opzienbarende onderwerp van de tentoonstelling: aan de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) heeft de muziekindustrie de hitsong te danken. Ga maar na. W.O. I was een stimulans voor de nog jonge platenindustrie. Met een slingergrammofoon in de loopgraven en in de huiskamer lagen front en thuisfront ineens dichter bij elkaar dan ooit tevoren. En als vanzelf verschenen er liedjes die de afstand overbrugden. It's A Long Way To Tipperary.

Meisje

Een prentbriefkaart, bestemd voor de soldatenmarkt, illustreert de reikwijdte van deze nieuwe oorlogsmuziek. Er staat een leger op afgebeeld dat zich op het Vlaamse platteland voorbereidt op de strijd. De officieren te paard, de soldaten te voet. In de lucht boven het tafereel bevindt zich in een soort gedachtenwolkje een meisje. Ze laat haar hoofd op haar handen rusten, haar ogen staren in het niets. 'Ik denk aan je', wil de soldaat haar zeggen, maar hij laat het aan de voorbedrukte tekst om zijn gevoelens vertolken:

It's a long way to Tipperary

It's a long way to go

It's a long way to Tipperary

To the sweetest girl I know

Met het einde van de Eerste Wereldoorlog komt de hitmachinerie niet tot stilstand. Wat te denken van How Ya Gonna Keep 'em Down On The Farm (After They've Seen Paris?), een Amerikaanse hit uit 1918. De song stelde een vraag waar veel families en vrouwen mee worstelden. De Amerikaanse soldaten die uiteindelijk de afloop van de oorlog hadden geforceerd, kwamen veelal van het platteland en hadden nog nooit een grote stad gezien. Laat staan Parijs, het zinnebeeld van wat modern en losbandig was. Zouden de jongens bij thuiskomst nog wel oog hebben voor 'forty acres and a mule'?

Evenzo hilarisch is een Amerikaans succesnummer uit de Tweede Wereldoorlog. In het lied ziet een aalmoezenier hoe een stuk luchtafweergeschut onbemand blijft nadat de twee gunners zijn doodgeschoten. Hij, de sky pilot, bedenkt zich geen moment. De aalmoezenier kruipt op de schuttersplaats, legt de bijbel naast zich neer en roept over zijn schouder: 'Praise the Lord. . . and pass the ammunition!' Zo heet het liedje dan ook, gezongen in close harmony, met een imitatie-mitrailleur in de tweede tenor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden