Wapengekletter bij Raad van State

Onteigende aandeelhouders van SNS Reaal pleitten vrijdag voor een schadevergoeding bij de Raad van State. In ruitjescolbert of met twinkelende ogen.

DEN HAAG - De 600 duizend euro die Ben van de Camp (69) op 1 februari in rook zag opgaan, had hij halverwege de jaren tachtig bij elkaar geharkt in 'het zitgebeuren'. 'Ik heb veel te danken aan de uitvinding van de personal computer', memoreert de zestiger vrijdagochtend in de wandelgangen van de Raad van State. 'Iedereen wilde opeens zo'n ding en men kocht daar dan ook een bureaustoel bij.'


De stoelenhandel leverde de kwieke Udenaar een aardig spaarpotje op. Totdat hij op die fatale vrijdag twee weken geleden 's ochtends de beursberichten raadpleegde. 'Toen verschoot ik wel even, zoals we dat in Brabant zeggen.'


Het achteraf rampzalige besluit om aandeelhouder te worden van SNS Reaal viel een jaar of drie, vier geleden. 'Ik had er heus goed over nagedacht. De balans van SNS Bank zag er kerngezond uit. Het probleem zit ook niet bij de bank, maar bij dat vastgoedpootje.'


Geleidelijk breidde hij zijn belang uit. De in een steenrood ruitjescolbert verpakte Brabander maakte zich geen zorgen. 'De overheid zou SNS nooit failliet laten gaan. Dat heeft de minister zelf gezegd.'


En nu komt hij, eigenhandig gecomponeerde pleitnota in zijn jaszak, in Den Haag zijn recht halen bij de Raad van State. Het fleurige jasje van de gedupeerde aandeelhouder steekt frivool af bij het in zwarttonen gehulde advocatenleger. De Raad van State behandelde vrijdag in een spoedzitting de beroepschriften van de schuldeisers en aandeelhouders van SNS Reaal die door minister Dijsselbloem onteigend zijn.


Bij de Raad van State kwamen de afgelopen twee weken ruim zevenhonderd bezwaren binnen. Gisteren namen ongeveer twintig individuele klagers en belangengroepen de gelegenheid te baat om hun zaak persoonlijk voor de drie staatsraden te bepleiten.


Vlak voordat de rechtszitting aanvangt, zoomen de filmcamera's in op Jan Maarten Slagter. De voorzitter van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) is een van de weinige 'bekende' gezichten. Zijn advocaat mag als eerste pleiten, waarschijnlijk omdat de VEB de grootste groep gedupeerden vertegenwoordigt (5.344 'en het aantal aanmeldingen groeit elk uur').


Op een lage sofa tussen de koffiebar en de ingang van de rechtszaal zit nog een bekende Nederlander. Beroepsprovocateur Pieter Lakeman verkeert zichtbaar in zijn element. Hij zal de staatsraden toespreken als vertegenwoordiger van twee ex-aandeelhouders die op 11 januari instapten, drie weken voor de nationalisatie dus. Lakemans 'achterban' heeft als gevolg daarvan 2.000 euro schade geleden, een futiel verlies vergeleken met de tonnen- en miljoenendrama's die tijdens de zitting de revue passeren. Heeft hij 'zijn' twee aandeelhouders er soms met de haren bijgesleept? Omdat hij een alibi nodig had om bij de Raad van State zijn zegje te doen? 'Dat is niet helemáál juist, maar wel een beetje', antwoordt de claimspecialist met twinkelende ogen.


Ondanks de korte voorbereidingstijd die de wet hen heeft gegund, komen de advocaten van de gedupeerden goed beslagen ten ijs. Toepasselijke frasen uit het Europese mededingingsrecht, stoffige jurisprudentie uit de annalen van de bestuursrechtspraak, eigendomsrechtelijke bepalingen uit het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens, ministeriële ontboezemingen tijdens Kamerdebatten en alinea's uit onderzoeken: het hele arsenaal wordt in stelling gebracht om het nationalisatiebesluit van Jeroen Dijsselbloem aan flarden te schieten.


De drie grijze staatsraden blijven ogenschijnlijk siberisch onder het verbale wapengekletter. Voorzitter Thijs Drupsteen roept wijdlopige praters streng tot de orde. De Brabander Ben van de Camp houdt zijn zelfgeschreven pleitnota toch maar in zijn binnenzak. 'Ik heb niet zo veel toe te voegen.'


De uitspraak is op 25 februari.


----------------------------------------

Argumenten van de bezwaarmakers

* De minister heeft alternatieven voor nationalisatie te snel afgeserveerd.

* De minister heeft te laat ingegrepen, waardoor nationalisatie onvermijdelijk werd.

* De onteigening van de achtergestelde leningen en schadeclaims was onrechtmatig, want de Interventiewet geeft de minister geen bevoegdheid tot het ontnemen van schulden, alleen van vermogensbestanddelen (obligaties) en aandelen.

* De minister is blindgevaren op de lage vastgoedwaardering van het bureau Cushman & Wakefield, dat een noodzakelijke afwaardering van 2,4 tot 3,2 miljard euro op Property Finance voorzag. Ernst & Young had in een vergelijkbaar (en volgens de bezwaarmakers grondiger) onderzoek veel kleinere verliezen voorspeld. Als de minister was uitgegaan van die raming was er geen sprake geweest van een noodsituatie.

* Om de bedreiging voor de financiele stabiliteit weg te nemen was het voldoende geweest om de aandeelhouders te onteigenen. Daarmee was nationalisatie immers al een feit. De onteigening van de schuldeisers is puur om economische redenen gebeurd, om de rekening voor de schatkist lager te laten uitvallen. Maar daar is de Interventiewet niet voor bedoeld.

* Het gelijkheidsbeginsel is geschonden omdat niet alle schuldeisers zijn onteigend. De gewone obligatiehouders zagen hun obligaties na de nationalisatie zelfs in waarde zien stijgen.

* De onteigening van sommige buitenlandse aandeelhouders en obligatiehouders is niet rechtsgeldig, omdat de Interventiewet buiten de landsgrenzen niet geldig is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden