WAO is ziek, maar minder ziek dan u denkt Als wij de WAO net zo degelijk hadden beheerd als de Belgen, waren er nu 400.0000 WAO'ers

De WAO-maatregel van 1993 heeft, anders dan wat de media suggereren, wel degelijk blijvend effect, stelt Willem Velema vast. Dat neemt niet weg dat er nog zo'n 9,5 miljard op jaarbasis te besparen valt....

'AANTAL WAO'ers neemt dit jaar weer fors toe' was de alarmerende kop waarmee de Volkskrant op 27 november recente cijfers van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (LISV) presenteerde.

Gaat het met de WAO na een paar rustige jaren weer de verkeerde kant op? Op grond van de kale cijfers lijkt dat het geval.

In 1992 bereikte het aantal arbeidsongeschikten met 920 duizend zijn voorlopige hoogtepunt. Het keerpunt werd bereikt door een draconische wetswijziging in 1993, die de WAO-aanspraken van het overgrote deel van de arbeidsongeschikten - bona fide of niet - drastisch beperkte.

De uitkeringen werden gekort, zelfs zeer fors voor werknemers met een goed salaris die voor hun 33e arbeidsongeschikt worden. Ook de medische keuring moest strenger worden en er mocht bij het bepalen van de arbeidsongeschiktheid geen rekening meer worden gehouden met 'opleiding en vroeger beroep'.

Arbeidsongeschikten konden geen aanspraak meer maken op 'passende arbeid', maar moesten iedere 'algemeen geaccepteerde arbeid' aanvaarden.

In 1993 was de wetswijziging erdoor, in gehavende vorm, en begon het aantal arbeidsongeschikten gestaag te dalen. In 1996 was het niveau van 850.000 bereikt, maar al in 1997 kwam aan de daling een eind. De geringe stijging van 1997, zo leren de recente LISV-cijfers, heeft zich dit jaar versterkt doorgezet. Als we zo doorgaan, zullen we binnenkort de magische grens van 900.000 arbeidsongeschikten weer passeren.

Dan zijn er weer evenveel WAO'ers als in 1991, toen de heisa rond de WAO begon. Ook het treurige record van 920.000 arbeidsongeschikten uit 1992 kan met gemak nog voor de eeuwwisseling worden gebroken.

Betekent dit nu dat het misbruik van de WAO stiekem weer het oude krankzinnige niveau heeft bereikt? Is het ondanks alle drukte uiteindelijk toch niet gelukt de WAO te temmen, nadat iedereen eenmaal weer bekomen was van de schrik, nadat het 'WAO-gat' (de korting op de uitkeringen) al in '94 in de cao's werd 'gerepareerd' - zelfs bij de overheid die de wetswijziging had bevochten. En nadat de strenge keuringsnormen van '93 weer werden versoepeld?

Zo erg is het nu ook weer niet. Wie zich blind staart op het absolute aantal WAO'ers, ziet niet dat het aantal arbeidsongeschikten in verhouding tot de beroepsbevolking (dat we gemakshalve het 'ao-percentage' zullen noemen) juist sterk is gedaald.

De ontwikkeling van dat ao-percentage is een veel betere aanwijzing voor toe- of afname van de arbeidsongeschiktheid dan absolute aantallen. Het is van veel meer belang, omdat de hoogte van de WAO-premie vooral daardoor wordt bepaald.

Het ao-percentage daalde de laatste jaren voortdurend, ook toen het totale aantal arbeidsongeschikten alweer toenam. Dat kwam doordat de beroepsbevolking (de noemer van de breuk die het ao-percentage oplevert) jarenlang vrijwel voortdurend sneller is gegroeid dan het aantal arbeidsongeschikten (de teller).

Vergeleken met tien jaar geleden nam de beroepsbevolking met ongeveer een miljoen personen toe, maar het aantal WAO'ers slechts met enkele tienduizenden. Het ao-percentage begon vooral daardoor in 1990 al te dalen, nog ruimschoots voor het begin van de WAO-crisis in 1991. De daling zette sindsdien door, met een spurt in 1994 en 1995, toen de schok van de wetswijziging uit 1993 keihard in de cijfers doordreunde. Ook dit jaar was het ao-percentage aanzienlijk lager dan in 1993. Anders dan de Volkskrant beweert is het effect van de wetswijziging uit 1993 dus nog lang niet 'uitgewerkt'.

Dat de krant toch de stormbal meende te moeten hijsen, komt doordat dit jaar voor het eerst sinds 1990 ook het ao-percentage weer (minimaal) is opgelopen. Dat duidt erop dat het schokeffect van de wetswijziging uit 1993 inderdaad uitgewerkt is. Maar andere LISV-cijfers wijzen erop dat aan de daling van het ao-percentage beslist nog geen einde is gekomen.

De 'instroom' van WAO'ers is bijvoorbeeld in 1998 relatief nog altijd beduidend lager dan voor 1993 gebruikelijk was. De 'uitstroom' van WAO'ers (door herstel of pensionering) was dit jaar zelfs hoger dan de laatste jaren. En het saldo van in- en uitstroom is bepalend voor de ontwikkeling van het 'volume' WAO'ers. Het moet nog heel wat beroerder gaan met de WAO wil de daling van het ao-percentage omslaan in een blijvende stijging.

Een blijvende daling op langere termijn ligt trouwens ook om andere redenen voor de hand. Het huidige WAO-bestand bevat nog talloze 'oude gevallen', mensen die - vooral in de jaren zeventig en tachtig - en masse op oneigenlijke gronden arbeidsongeschikt werden verklaard. Die 'verloren generatie' zal vooral als gevolg van veel te lange inactiviteit nooit meer aan de slag komen, hoe de wet ook wordt gewijzigd.

Maar het eeuwige leven hebben ze ook niet. Zolang die hopeloze gevallen nog jaarlijks bij bosjes uit de WAO verdwijnen als ze 65 worden, terwijl via de 'ingang' veel minder werknemers de WAO binnenkomen door de strengere keuringsnormen, zal de daling nog wel voortgaan.

Het aantal arbeidsongeschikten wordt sterk opgedreven door de vergrijzing van de beroepsbevolking. Het risico op arbeidsongeschiktheid neemt in de loop van de jaren razendsnel toe: mannen tussen de 45 en 54 jaar hebben aanzienlijk meer dan twee keer zoveel kans om arbeidsongeschikt te worden als mannen tussen de 25 en 34 jaar. Door deze demografische ontwikkeling zou het ao-percentage de laatste jaren beduidend moeten zijn gestegen. In werkelijkheid is het juist sterk gedaald. Niet de minieme stijging van het ao-percentage in 1998 is verbluffend, maar de sterke en blijvende daling van de laatste jaren.

Om een idee te krijgen welke impact de wetswijziging van 1993 had, is het verhelderend om in de tijdmachine plaats te nemen en te gaan zien hoe somber de toekomst van de WAO er tien jaar geleden nog uitzag. De eminente WAO-onderzoekers Leo Aarts en Philip de Jong, die indertijd de wanstaltige contouren van het WAO-debacle met voorbeeldige precisie in kaart brachten, rekenden voor hun schokkende studie Economic Aspects of Disablility Behavior uit 1990 uit hoeveel WAO'ers er rond 1998 zouden zijn bij ongewijzigd beleid.

Aarts & De Jong becijferden in 1990 het aantal werknemers dat in 1998 in de WAO zou belanden bij ongewijzigd beleid op bijna 1,1 miljoen. Als we weer terugreizen naar 1998, kunnen we constateren dat het er 'maar' 720.000 zijn geworden. Vergeleken met de degelijk onderbouwde prognoses van Aarts & de Jong een spectaculaire daling van bijna 400.000 WAO'ers binnen tien jaar tijd. En het einde is nog niet in zicht!

Aarts & De Jong konden in 1990 ook vrij nauwkeurig schatten wat een correcte uitvoering van de (toenmalige) wettelijke regels, zou opleveren, alleen voor 'nieuwe gevallen'. De belangrijkste oorzaak van het WAO-debacle was immers dat de uitvoerders de wet stelselmatig aan hun laars lapten. Als aan dat misbruik in 1990 radicaal een einde was gemaakt, zou in 1998 het aantal WAO'ers zijn gedaald tot krap 790.000. Nog altijd bijna 70.000 meer dan er nu in 1998 werkelijk zijn. Pure winst!

Betekent dit nu dat de sanering van de WAO een doorslaand succes is geweest? Was het maar waar. Nederland zal nog jarenlang kampen met een overdosis WAO'ers, zolang het reservoir 'oude gevallen' nog niet uitgestroomd is. Ook deugt de uitvoering van de WAO nog altijd niet.

Hoe effectief de wetswijziging van 1993 ook was om met grof geweld across the board het aantal WAO'ers te verlagen, de gebrekkige 'claimbeoordeling' van arbeidsongeschikten maakt het nog steeds niet goed mogelijk het kaf van het koren te scheiden. En dát was juist de kern van het probleem.

Hoe ver we nog verwijderd zijn van een rechtvaardige en zorgvuldige beoordeling van arbeidsongeschikten bleek deze week overduidelijk uit het interview dat Vrij Nederland had met de medische topman van het LISV, Simon Knepper.

Zijn eigen LISV, dat voor de WAO de 'poortwachtersfunctie' eindelijk behoorlijk zou moeten gaan vervullen, blijkt daartoe absoluut niet in staat. 'We hebben er geen zicht op hoe de uitvoering loopt. De uitvoeringsinstellingen maken er een rommeltje van,' vertelt Knepper aan VN. Ook 'de cultuur in het bedrijfsleven' blijkt niet werkelijk veranderd. Werkgevers zijn nog steeds 'verslaafd' aan collectieve voorzieningen als de WAO.'

De oorzaak zoekt Knepper in de politieke druk om het maar weer wat rustiger aan te doen met de strengere beoordeling van arbeidsongeschikten die in 1993 werd voorgeschreven: 'Artsen en arbeidsdeskundigen ontvingen vanuit Den Haag het signaal dat het wel wat minder streng kon en nu zijn we bijna terug bij af.'

Volgens de becijferingen van Aarts & De Jong uit 1990 zouden er, als er altijd alleen werkelijk arbeidsongeschikten in de WAO waren toegelaten nu niet veel meer dan rond de 500.000 WAO'ers zijn. Er zijn er dus nog altijd minstens 200.000 teveel.

Nog pijnlijker wordt het beeld als we de situatie in Nederland vergelijken met buurlanden die toch echt niet veel minder beschaafd en welvarend zijn. In de Sociale Nota 1999 staat, verstopt in de bijlagen, een ontluisterende tabel. Daaruit blijkt dat als Nederland relatief evenveel arbeidsongeschikten zou hebben als Duitsland, er nu ongeveer 280.000 werknemers in de WAO zouden zitten.

De vergelijking met België valt maar iets minder beschamend uit. Als wij de WAO net zo oerdegelijk hadden beheerd als de Belgen hun eigen wettelijke arbeidsongeschiktheidsverzekering, waren er nu in Nederland ruim 400.000 WAO'ers - iets meer dan de helft van het werkelijke aantal.

Als wij het Belgische niveau zouden weten te halen halen en de uitgaven aan uitkeringen net zo sterk zouden dalen als het aantal arbeidsongeschikten, zou er in 1998 bijna 9,5 miljard gulden minder aan de WAO uitgegeven hoeven te worden. Als we de Duitsers weten te evenaren levert dat een bezuiniging van ruim 13 miljard gulden op de WAO-uitkeringen op.

Dat maakt een stevige belastingverlaging mogelijk.

Willem Velema is journalist en samen met mr.J.G. Hibbeln auteur van Het WAO-debacle uit 1993)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden