analyse‘Kwetsbare’ leerlingen

Wanneer is een kind zo ‘kwetsbaar’ dat het wel naar school mag?

‘Kwetsbare’ kinderen mogen in tegenstelling tot hun leeftijdgenoten in de lockdown wel naar school. Maar hoe werkt dat nou precies? Wanneer kan een kind als ‘kwetsbaar’ worden aangemerkt en wat als de ouders dat heel anders zien?

Kinderen in de noodopvang krijgen gymles. De kinderen op de foto zijn niet als kwetsbare leerlingen aangemerkt.Beeld ANP

Haal toch alle kinderen naar school, schreeuwt het lerarenhart van Annemieke van Stiphout geregeld. Geef ze persoonlijke aandacht, met de juf of meester die over hun schouder meekijkt. Laat ze lessen volgen in hun eigen klaslokaal, met hun eigen klasgenoten. 

Van Stiphout geeft les op It Oerset, een basisschool voor speciaal onderwijs in Heerenveen. Ze moet er niet aan denken dat de scholen langer dicht blijven – ze vreest dat het thuisonderwijs op termijn tot onherstelbare schade leidt. Het kabinet verlengt de lockdown vrijwel zeker met een paar weken, al zou het de basisscholen en de kinderopvang onder bepaalde voorwaarden al op 25 januari willen openen.

Sinds 16 december, inclusief twee weken kerstvakantie, zitten de meeste kinderen thuis. Scholen mogen slechts voor twee categorieën een uitzondering maken. Alleen voor kinderen van ouders met een cruciaal beroep en kinderen met een ‘kwetsbare positie’, is er plaats op de noodopvang.

Wat is kwetsbaar?

Maar wat houdt dat ‘kwetsbaar’ precies in? Een eenduidige definitie is er niet. Het ministerie van Onderwijs laat het onderscheid aan de scholen over. ‘Er zijn expres geen heel strakke richtlijnen voor’, zegt de Algemene Vereniging van Schoolleiders (AVS). ‘Elke situatie is anders. Kwetsbare kinderen kom je op alle scholen tegen. Die vind je echt niet alleen in het speciaal basisonderwijs of in achterstandswijken.’

‘Elk kind is op zijn of haar manier kwetsbaar’, vindt Van Stiphout, die lesgeeft aan leerjaar 4 (kinderen van 7 tot en met 9 jaar). ‘Wij hebben kinderen die moeilijk kunnen leren, kinderen met adhd, add en autisme, maar ook kinderen uit sociaal zwakke milieus en met een niet-westerse achtergrond.’

Bijna alle scholen (95 procent) vangen kwetsbare kinderen op, blijkt uit een rondgang van de AVS onder ruim duizend basisschooldirecteuren. Het vaakst zijn dat leerlingen uit groep 3, 4 en 5: jonge kinderen die volop bezig zijn met leren lezen en rekenen. Enkele scholen hebben alle leerlingen als kwetsbaar aangemerkt, aldus de AVS. ‘Maar dat zijn echt de uitzonderingen.’

Spelen op de galerij

Cruciaal is of het thuis veilig en vertrouwd genoeg is voor een kind om er de lessen op afstand te kunnen volgen. Zijn ouders de taal voldoende machtig om bij het thuisonderwijs te kunnen helpen? Laten ze hun kind niet hele dagen op de galerij spelen?

Maar ook een niet-werkende internetverbinding kan een reden zijn om een leerling naar school te halen, zegt basisschoolleraar Rob de Ruiter. ‘Het gaat echt niet alleen om kinderen die zielig in een hoekje zitten. Er zijn ook kinderen van wie de ouders hoogopgeleid zijn en veel moeten werken. Dat kind krijgt dan niet genoeg aandacht en is ook kwetsbaar op zijn manier.’

Een onbekend aantal scholen, waaronder meerdere in Amsterdam, kiest ervoor de leerlingen uit groep 8 op school les te geven. Ze vrezen dat deze kinderen niet goed voorbereid naar het voortgezet onderwijs gaan als ze nog langer thuisonderwijs moeten volgen, ook door de achterstanden die ze tijdens de lockdown in het voorjaar hebben opgelopen. In het voortgezet onderwijs mogen eindexamenleerlingen en leerlingen voor praktijkvakken naar school komen.  

Nooit moeten

Scholen en gemeenten bepalen welke kinderen zij als kwetsbaar beschouwen. Al gebeurt dat vaak in samenspraak met de ouders. ‘We zeggen nooit: uw kind moet naar school komen’, zegt directeur Arina Rook van de Rotterdamse basisschool De Catamaran. ‘Je wilt de vertrouwensband met ouders niet beschadigen. Uiteindelijk zijn zij verantwoordelijk.’

Van Stiphout van It Oerset: ‘Soms twijfelen we over hoe het thuis gaat, bijvoorbeeld omdat ouders daar niets over willen vertellen. We kunnen uw kind op school opvangen, zeggen we dan. Antwoorden ouders dat ze het thuis wel redden, dan geven we ze het voordeel van de twijfel. En bellen we extra vaak om het kind te helpen.’ 

Lijsten

Dankzij de schoolsluiting in het voorjaar lagen er deze lockdown lijsten klaar met leerlingen die toen onvindbaar waren en niet meer of helemaal nooit inlogden bij de digitale lessen. Scholen stellen alles in het werk om zulke leerlingen naar school te halen. In eerste instantie via een ‘goed gesprek’ met de ouders, in het uiterste geval volgt een bezoek aan huis met eventueel de leerplichtambtenaar. 

Al zijn dat echt uitzonderlijke gevallen, benadrukken scholen. Want zowel ouders als leerlingen snakken ernaar om naar school te kunnen, merkt Laura van der Holst, docent Nederlands op het Niftarlake College in Maarssen. Haar school houdt daarom ook deze lockdown een enquête onder alle leerlingen, waarin ze te kennen kunnen geven hoe ze zich voelen. 

Het thuiszitten valt leerlingen zwaarder dan in het voorjaar, denkt Van der Holst. ‘De lol van het lessen volgen in een joggingbroek is er wel vanaf. We krijgen ook steeds meer vragen of leerlingen op school kunnen werken. Maar dan nog is de vraag: wanneer kun je bewijzen dat iemand het thuis echt niet meer aankan?’

Noodopvang op scholen dreigt uit te puilen
Scholen door heel het land worstelen met de drukte op de noodopvang, nu steeds meer ouders met een cruciaal beroep ervoor kiezen hun kind naar school te brengen.

Anders dan bij de lockdown in het voorjaar lijken ouders de combinatie van thuiswerken en thuisonderwijs minder goed vol te houden. De PO-Raad schat zelfs dat inmiddels op veel scholen 25 tot 40 procent van de leerlingen bij de noodopvang zit. ‘En dat zal, als de lockdown langer duurt, alleen maar meer worden.’

Volgens de sectororganisatie in het primair onderwijs hebben veel ouders een verkeerd beeld van de noodopvang. ‘Ze denken misschien dat kinderen in een eigen klas les krijgen. Maar het is opvang, geen volwaardig onderwijs. Kinderen uit allerlei jaren zitten er door elkaar heen. En ze volgen precies dezelfde digitale lessen als de kinderen die thuis zitten.’

Volgens de Algemene Vereniging van Schoolleiders kwam aan het begin van de eerste lockdown 4 procent van alle kinderen van ouders met een cruciale beroep naar de noodopvang. Nu is dat 11 procent. Veel minder kinderen (5 procent) worden vanwege hun kwetsbare positie op school opgevangen.

Lees ook:

Op basisschool Finlandia kunnen alle kinderen noodopvang gebruiken – maar dat gaat niet.

Scholen in Amsterdam laten honderden leerlingen uit groep 8 naar school komen door ze als ‘kwetsbaar’ aan te merken. Hoe verhoudt die uitzondering zich tot de regel om zoveel mogelijk thuis te blijven?

Kinderen mogen niet naar school om ouders thuis te houden: kon dat niet anders?

Thuiswerken met kinderen die ook nog eens online les moeten volgen, is verre van ideaal. Sommige werkgevers bieden een oplossing: een betaalde oppas voor hun werknemers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden