Wanhoop over falend lijf onvoelbaar

ZWANEN-ZANG..

* *

Haarlem ‘Alles zakt af, behalve het tandvlees. Dat kruipt omhoog.’ Tja, het is fysiek geen pretje om oud te worden. De (bijna) zestigers Pauline Daniëls (oud-danseres met artrose), Bambi Uden (oud-ballerina met plastic heup) en Elsje de Wijn (actrice met krimpverschijnselen) weten waarover ze het hebben. Zeker de dansvrouwen. Die hebben waarschijnlijk al veel vroeger dan de actrice moeten rouwen om het verval van hun lichaam, dat immers hun instrument en artistieke zeggingskracht ineen is.

Over het ouder wordende lichaam gaat Zwanen-Zang van regisseur Karina Holla. Vijf jaar geleden pakte ze dit onderwerp in Falten aan met drie vermaarde mimespelers op leeftijd – allen mannen. Waar die productie mooi uitgebalanceerd, emotioneel rijk gelaagd en subtiel was, is Zwanen-Zang een ratjetoe aan oppervlakkige anekdotes en voor de hand liggende tragiek en humor.

Alle drie willen ze nog graag schitteren. Intussen schiet de kramp in hun rug en gunnen ze elkaar het licht in de ogen niet. Er wordt gescholden (‘Je hebt het figuur van een omgewaaide boom!’) en met handtasjes geslagen. Er zijn obligate jeugdherinneringen aan die natuurlijk verschrikkelijke balletjuf, er wordt een parodie op de vier zwaantjes uit Het Zwanenmeer gedanst en Elsje de Wijn – die overigens opvallend goed beweegt en de anderen met haar acteerprestaties ver achter zich laat – probeert er wat poëzie in te brengen met een verhaal over een stervende zwaan in de sneeuw.

In Falten kregen de heren tegenwicht van een jonge vrouw. De dames in Zwanen-Zang hebben het genoegen om de expressieve performer Andreas Denk om zich heen te hebben. Zijn rol is eigenlijk de meest aangename om naar te kijken. Als een soort bejaardenverzorger, maar ook duivel en dood in vermomming is hij onopvallend en tegelijk zeer bepalend aanwezig. Hij verlost de lijven van hun verbandjes, trekt ze fleurige jurkjes aan, ondersteunt ze in hun danspassen, maar is ook niet te beroerd een dodelijk poedertje in een glaasje water te mengen.

Het moet verschrikkelijk zijn om te ervaren dat jouw lichaam niet meer kan wat jij wilt. Toch wordt die wanhoop nergens voelbaar in Zwanen-Zang. Sterker nog: je krijgt gaandeweg een hekel aan die ijdele, zeurende krengen. Je wordt er opstandig van. Ze doen zichzelf hopeloos tekort met dit stuk! Blijft er dan met zoveel levenservaring zo weinig eigendunk over?

Je zou toch denken dat mensen met ervaring in de moderne dans, waarin het juist draait om de persoonlijke, particuliere bewegingstaal, zich niet gek laten maken door strammere spieren, diepere huidplooien en grijs haar.

Mirjam van der Linden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden