Wangzakspringmuis

In l'Innommable schrijft Samuel Beckett: 'Ce qui se passe, ces sont les mots.' Ik gebruikte die zin als motto voor mijn novelle Het avontuur van Iks en Ei (De Bezige Bij, 2008). Wat er in dat verhaal gebeurde, waren de woorden. Als Klein Duimpje zijn kruimels, volgde ik het spoor van de woorden. De handeling ontstond uit de woorden, die Iks en Ei op onverwachte wegen leidden. Toen ik begon te schrijven, had ik zelfs geen schim van een intrige in mijn hoofd. Hoe het verhaal moest verlopen, liet ik aan de woorden over. Ik dichtte Iks en Ei van tevoren niet bepaalde eigenschappen toe. Die zouden uit de woorden moeten blijken.


Flaubert noemde zijn heertjes Bouvard en Pécuchet. Ik wilde Iks en Ei niet belasten met namen als bijvoorbeeld Polderman en Verstegen. Ik gaf ze bij hun geboorte letters mee en die letters dan nog zwaar vermomd. Alleen de woorden golden. De woorden vonden plaats.


Na je geboorte komen het eerst de beelden tot je. Er worden wel woorden tegen je gesproken, maar dat zijn meer geluidjes die nog geen betekenis hebben. Later leerde ik na veel aandringen het woord 'mamma' uitspreken. Eerst was het nog een klank, maar al snel wist je die klank in verband te brengen met degene die zo vurig verlangde dat je je het woord eigen maakte: je moeder. Beelden beklijven net als woorden. Met een lichte voorkeur verkoos ik woorden. Anders was ik waarschijnlijk cineast geworden.


Elke middag scrabble ik met degene die ik liefheb. Daarbij raadpleeg ik Van Dale, het boek der woorden. Om een reden die me duister is, stuit ik bij het doorbladeren op zoek naar een woord vaker op twee woorden waar ik niet naar op zoek ben: defenestreren en wangzakspringmuis. Het eerste betekent zoiets als iemand om politieke redenen uit een raam gooien en is een onaangenaam woord. Bij de wangzakspringmuis stel ik me leukere dingen voor, hoewel hij een knaagdier is uit de zakrattenfamilie. Maar bij het woord 'spring' stel ik me iets vrolijks voor, even als bij het woord huppelen, terwijl er toch ook het vreselijke woord huppelkutje bestaat. 'Kut' vervangt bij de spraakmakende gemeente tegenwoordig steeds meer het woord 'shit'. Ik houd er niet van. Wat dat betreft ben ik preuts als een non.


Zojuist heb ik uitgerekend wat het woord huppelkut me, mits gunstig aangelegd, bij het scrabbelen zou opleveren: in ieder geval 24 punten. De ellende van scrabbelen is dat ik 's nachts in bed doorscrabble. Ellende: 9 punten plus 50, want een heel woord gevormd.


Van Dale omschrijft het woord als 'het kleinste geheel van spraakgeluiden dat op zichzelf een betekenis heeft en als zelfstandig taalelement gebruikt'. Wat doe ik als ik die tot woord gestolde spraakgeluiden opschrijf? Dan is schrijven: 'literair of ander werk vervaardigen'. Daar zijn gewone woorden voor nodig, maar in een speciaal verband geschikt.


In Language Made Plain (Fontana, 1975) schrijft Anthony Burgess, romanschrijver en grootmeester van de Engelse taal: 'Voorlopig - maar alleen voorlopig - kunnen we veilig aannemen dat we allen weten wat er bedoeld wordt met het woord 'woord'. Ik zou zelfs van mening kunnen zijn dat mijn typende vingers het weten, als we een woord definiëren als wat er komt tussen twee spaties.'


Woorden, woorden, woorden. Met zoveel woorden gezegd: als het woord er niet was, zouden wij er niet zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden