Wandelen langs Hadrianus' Muur? Rond 2000

De Romeinse keizer Claudius waagde in 43 voor Christus een invasie in Engeland en liet zelfs olifanten het Kanaal overvaren....

ALS JE SPULLEN - schoenen, kaarten, kleren - in orde zijn, is het in Engeland vrijwel onmogelijk een wandeltocht slecht voor te bereiden.

Maar deze wel.

Hadrian's Wall is 73 mijlen lang - 117 kilometer. Tussen de Noordzee bij Newcastle en de Ierse Zee even voorbij Carlisle, de kortste afstand die je in Engeland tussen oost en west kunt vinden. Moest gemakkelijk in een week te doen zijn. Had ik immers niet ook het Grand Union Canal van London naar Birmingham in diezelfde tijd gedaan? Dat was dan wel vlak, maar ook flink langer.

Natuurlijk had ik thuis even Walkers' Britain moeten inkijken onder het hoofdje Long-Distance Paths. Daar grijnst me nu, naast de tekstverwerker, maar hoe achteraf, het zinnetje tegen: 'Het is niet mogelijk de hele lengte van Hadrian's Wall zonder onderbrekingen te lopen, maar er zijn enkele mooie, onbedorven gedeelten'.

Dat de Muur van Hadrianus er lang niet overal meer zou zijn, wist ik. Maar het traject stond immers keurig aangegeven op de Ordnance Survey Historical Map & Guide Hadrian's Wall. En waar een traject is, moet immers een weg zijn. . .

In Newcastle marcheerde ik rechtstreeks uit de Londense Intercity (drie uur vanaf King's Cross) welgemoed Westgate Road af in westelijke richting.

Dat was op zichzelf al een beetje onverstandig want Newcastle is een zeer forse stad (ook een voetbalminnende stad; nog nooit zoveel zwartwitgestreepte shirtjes op straat gezien). Westgate Road is kaarsrecht en vele kilometers lang. Blazend, stinkend autoverkeer in een vochtige hittegolf. Maar verderop - stééds verderop, als een fata morgana - lokt groen.

Waar de bebouwing schaarser wordt, vind ik het eerste restant Muur. In een perkje, naast 'Charlie Brown's Auto Accessories', ligt een karige hoop stenen met een bordje waarop staat dat dit gedeelte van de befaamde Muur door de gemeente Newcastle is aangekocht en wordt onderhouden.

Dan komen ook de borden die, steeds weer rechtdoor, naar Hadrian's Wall verwijzen.

Er kan niks meer misgaan. Denk ik.

In Heddon on the Wall staat het eerste stuk Muur dat je van enig belang kunt noemen. Met een souvenirshop en daarnaast een levensgrote pop, die zijn wandelschoenen heeft uitgedaan, de blote, gipsen voeten op een bankje, rugzak naast zich op de grond en een mug tea in de hand.

Voor zestig pence - de prijs van de thee - mag ik even voor zijn tweelingbroer spelen.

In Heddon begint de Military Road. Die ligt de eerste kilometers òp de Muur, zodat er voorlopig niets antieks meer te zien zal zijn. Deze soldatenweg is de schuld van Bonnie Prince Charlie. In 1745 trok deze prins van Schotland naar het zuiden en leek rechtstreeks op de Britse kroon af te stevenen. De Engelse veldmaarschalk Wade probeerde vanuit Newcastle naar het westen op te rukken omdat hij wist dat de prins via Carlisle naar Londen wilde. Maar die tocht duurde te lang omdat er geen weg was. Wade dacht: dat nooit meer en legde vervolgens de Military Road aan.

Enkele kilometers is er langs die weg nog altijd iets dat je met wat goede wil een trottoir zou kunnen noemen. Wanneer ik steeds vaker het gras moet induiken vanwege langsrazende vrachtauto's, stopt een rode personenauto. De bestuurder stapt uit: 'Ik ben van de National Trust en we zijn aan het proberen langs de hele Muur een voetpad aan te leggen. Het is nu niet zo verstandig verder te lopen. Pas bij Chollerford (hij rolt een stafkaart uit op het dak van zijn auto) loopt het Muurtraject weer náást de weg en daar is ook weer een wandelroute. Dat is over, pakweg, vijftien kilometer. Bovendien: waar zou je willen slapen? Er zijn aan deze weg twee of drie Bed and Breakfasts en je kunt er donder op zeggen dat ze al maanden geleden volgeboekt zijn.'

Wanneer komt dat voetpad? Domme vraag, weet ik meteen. 'Rond 2000, hopen we.' Dat is het dan. Het is inmiddels laat. Ik neem de bus naar Hexham, de dichtstbijzijnde wat grotere plaats. Teleurstelling.

In Hexham klaag ik mijn nood aan de eigenaar van het Westbrooke Hotel en die trekt de oplossing uit zijn verzameling foldertjes. Er blijkt een Hadrian's Wall Bus te bestaan, die 's zomers dagelijks tussen Hexham en Carlisle op alle mooie plekjes stopt en je, uitgewandeld, weer kan oppikken. Voor drie pond tachtig is er een rover ticket - een onbeperkte dagkaart.

De pint smaakt dan toch nog goed. In deze streken worden Engelands beste bitters gebrouwen. Ik maak Hexham tot mijn uitvalsbasis.

Afgezien van een paar kleinere invallen door Julius Caesar, die rond 55 voor Christus nogal wat schepen verloor bij dit soort avonturen, was het keizer Claudius die in 43 voor Christus een heuse invasie in Engeland waagde en daartoe zelfs olifanten het Kanaal liet overvaren. Maar tegen wat nu de Schotse grens is, bleven de Romeinen steken.

Hadrianus (keizer van 117 tot 138) besloot de Muur te bouwen die nog altijd zijn naam draagt. Op elke vijfhonderd meter kwam een wachttoren - boodschappen konden op die manier vrij gemakkelijk langs de hele grens worden geschreeuwd - en op elke (Romeinse) mijl een fort, nu Milecastles genoemd.

Hadrianus kwam persoonlijk kijken hoe het met de bouw stond. Dat weten we omdat de Romeinse dichter - we zouden hem nu wellicht conferencier noemen - Florus over die tocht schreef.

Het is dus duidelijk in welke tijd de Muur gebouwd werd, maar de geleerden tasten volslagen in het duister over het precieze moment waarop de Romeinen deze regio verlieten. Of de Muur ooit definitief is overwonnen door de Britse of Schotse barbaren, staat ook niet vast.

Aan de zuidkant van de Muur ligt het zogenaamde Vallum, een brede, diepe sloot met aarden wallen. Er is veel geschreven over de zin van dit bouwsel dat je eerder aan de noordkant zou verwachten omdat vandaar immers de vijand werd verwacht.

Er is een theorie dat het Vallum niet diende om de Schotten buiten te houden, maar om Engelse slaven/huurlingen binnen het terrein te houden - Hadrianus à la Honecker. Het zou ook kunnen dat het een afscheiding was voor Romeins vee. Maar wellicht is het veel simpeler en ging het gewoon om een demarcatielijn: wie het Vallum passeerde, geraakte in militair gebied.

Hadrianus werd opgevolgd door Antoninus Pius, die besloot nog verder naar het noorden een tweede verdedigingswal aan te leggen. Dat werd de zogenaamde Antonine Wall, tussen Edinburgh en Glasgow. Het waarom van deze Antonijnse Muur is een raadsel. Antoninus Pius was geen veroverend type. Toch moest voor 'zijn' Muur een flink stuk Schotland worden ingenomen. De Antonijnse Muur was in feite slechts een aarden wal plus een diepe sloot met eveneens forten. Deze verdedigingslinie hield het slechts vijftig jaar. Daarna was Hadrian's Wall weer de grens van het Romeinse Rijk tot het einde toe.

De beste wandeltochten langs de Muur van Hadrianus zijn te maken tussen Chesters en Birdoswald. Het uitzicht is rondom vaak adembenemd. Hadrianus legde zijn Muur hier pal over de kam van een heuvelrug. Goed schoeisel is absoluut nodig en er zitten een paar stevige klimmen tussen. Bij Birdoswald kun je, pal naar het noorden en mits niet mistig, het grootste door mensen aangelegde bos van Europa zien liggen: het Kielder Forest. Bij Birdoswald zou Koning Arthur zijn befaamde laatste slag hebben gevochten, beweren sommigen, maar net zo min als in Wales is de plaatselijke VVV er hier in geslaagd een spoor van Camelot te ontdekken.

In Chesters is het mogelijk best bewaarde Romeinse badhuis van Europa. Baden was voor de Romeinen een sociale gebeurtenis van de allereerste orde. Vrouwen werden niet getolereerd. Maar de opgravers in Chesters vonden tot hun grote verrassing typisch vrouwelijke zaken, zoals haarspelden. Was het badhuis van Chesters een bordeel voor het plaatselijke regiment? Of had je ook toen al 'foute' sauna's?

Vindolanda is een blootgelegd fort dat op enige afstand van de Muur staat. Hier vlakbij is ook een stuk van de Muur op de oorspronkelijke hoogte nagebouwd met een wachttoren. Puristische archeologen hadden zich hevig verzet tegen het eerdere plan om dat op de plek van de Muur zelf te doen. Bij huidige opgravingen wordt er meticuleus op gelet dat geen steentje extra bovenop het gevonden patroon wordt gelegd. In de vorige eeuw, toen de opgravingen begonnen, hadden ze daar minder moeite mee. Het is ook de reden dat veel van de opgegraven forten zo 'glad' lijken. De restaurateurs vulden de muurtjes gewoon aan tot een hoogte die hun interessant leek. Er lagen stenen genoeg.

Veel schrijvers hebben zich in de loop der tijden met deze Muur van Hadrianus beziggehouden. Sir Walter Scott werd vlakbij geboren en Rudyard Kipling situeerde hier zijn Puck of Pook's Hill. Kipling bracht ook het sprookje in de wereld dat het voor de Romeinen een straf zou zijn geweest om naar de Muur te worden gezonden. Maar huidige historici concluderen dat het leven hier toen tamelijk aangenaam moet zijn geweest.

Op het hoogtepunt leefden naar schatting rond veertigduizend mensen rond de Muur; het was het dichtstbevolkste gebied van Noord-Engeland. Wie met wat fantasie en boekenwijsheid de restanten van het enorme fort Housesteads bekijkt, moet beamen dat het hier niet slecht toeven was. Het enorme huis van de commandant had centrale verwarming - een systeem van hete lucht dat met de Romeinen uitstierf. Zelfs vóór de muren van het fort woonden Britse 'poorters' tamelijk gerieflijk, sommigen zelfs in stenen huizen.

Het blijkt wel mogelijk, zij het met enige moeite, van Birdoswald naar Carlisle te lopen. Beetje slootje springen, en af en toe vragen of je over een particulier stukje land mag. In Carlisle staat Tullie House op de plek van het oude Romeinse fort. Veel opgegraven spullen zijn hierheen gebracht (andere zijn in het Museum of Antiquities van de Universiteit van Newcastle).

De laatste avond eet ik een pizza op een terrasje aan de markt van Carlisle. Slecht voorbereid, maar toch niet gestraft; een onverwacht fraaie tocht zelfs. De ober komt naar buiten met een cappuccino. Wie heeft die besteld? U, mevrouw? Prompt laat hij, schrik, schrik, de inhoud van het kopje in de schoot van de betreffende dame vallen. Het blijkt een sinaasappel, ingepakt in een witte servet met daarop een beetje cacaopoeder.

'It's an old Roman trick', gniffelt de Italiaan.

Tot 29 oktober loopt in het Historisch Museum van Duisburg de tentoonstelling Kalkriese - locatie van de slag in het Teutoburgerwoud; Romeinen in de regio Osnabrück. Het gaat om (Romeinse) opgravingsvondsten sinds 1987 op de Kalkrieser Berg. Het museum is open di, don-zat 10-17, woe 10-16 en zon 11-17 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden