'Wandelen laat je het zachte van de traagheid herontdekken'

Stap uit de auto om het landschap te bekijken en het blijft slechts een afbeelding. Wandel erdoor en het wordt deel van je lichaam, zegt Frédéric Gros, wiens boek Marcher - Une philosophie een bestseller werd in Frankrijk.

Wandelen is misschien wel de simpelste en meest repetitieve bezigheid die we kennen. Het wordt gezien als iets elementairs, iets van vroeger. Wat ik wil laten zien is de rijkdom aan betekenis die een eenvoudige activiteit kan hebben.'

Frédéric Gros (47) doceert ethische filosofie aan de universiteit van Parijs en schreef boeken over Michel Foucault en over ons denken over oorlog en veiligheid. Buiten dat alles is hij wandelprofessor. Een status die hij dankt aan Marcher - Une philosophie, een bestseller in Frankrijk. Lichtvoetig bespiegelt hij over klimmen en dalen, de pelgrimstocht, de mars, het flaneren en wat al dat wandelen met de mens doet. En hij vertelt hoe denkers - Kant, Nietzsche, Thoreau, Rousseau, Rimbaud, de cynici - het wandelen nodig hadden om tot hun inzichten te komen.

Herhaling is voor hem de kern van het wandelen. Die herhaling maakt de gedachten vrij. Het ritmisch voortbewegen - 'extreme regelmaat is heel belangrijk' - bevordert bovendien de ontwikkeling van een verhaal.

'Vroeger vormde lopen een aanwijzing voor iemands sociale positie', zegt hij, steeds behoedzaam naar de beste verwoording zoekend. 'Wie loopt, had kennelijk niet de middelen zich anderszins te verplaatsen. Paradoxaal genoeg is wandelen iets waardevols geworden. Het kan zelfs gebeuren dat je ervoor moet betalen. We zijn zo verzadigd met technologie dat wandelen als een bevrijding voelt. Omdat het weinig techniek vereist, kan een andere dimensie zich openbaren: die van de aanwezigheid. Door te wandelen herontdek je je lichaam en de wereld.'

Is er een verschil tussen wandelen met en zonder doel?

'Wie geen doel heeft, wordt al snel voor een vagebond of een zonderling versleten. Veel wandelingen hebben een doel, denk aan de pelgrimstocht of de voettocht met etappes. Maar is dat doel niet vaak een excuus dat ons in staat stelt te wandelen? Het geheim van het wandelen is dat het een doel op zichzelf is. Aristoteles maakte het onderscheid tussen poiesis en praxis. Poiesis is het produceren: iets doen om iets te maken. Maar wandelen is praxis: de activiteit zelf is het doel. Eerder onderweg zijn dan aankomen dus.'

U schrijft dat het landschap gaat vibreren als een gedachte je invalt. Hoe voelt dat?

'Tijdens een autorit kun je uitstappen om het landschap te bewonderen: wat zich dan aan je voordoet is een afbeelding ervan, je blijft zelf aan de buitenkant. Aan een wandelaar doet het landschap zich voor als een beloning voor de inspanning die hij levert. Je krijgt een meer intieme verbondenheid met het landschap, omdat het deel van je lichaam wordt. Die twee kunnen dan in unisono vibreren, een lichamelijke gewaarwording.'

Wordt wandelen ondergewaardeerd?

'Sociaal gezien heeft het weinig waarde. Prestatie, techniek en snelheid worden als belangrijk gezien. Wandelen laat je het zachte van de traagheid herontdekken, tegenover de dronkenschap van de snelheid. Dat zijn dimensies die in de moderne wereld vergeten worden.'

Toch wordt er steeds meer gewandeld. Zijn we op zoek naar een tegenwicht?

'Wandelen kan een antwoord geven op de verzadiging door beelden, geluid, technologie. Het laat je de extreme eenvoud ervaren van de verhouding tussen je lichaam en de wereld. En er is het plezier van de inspanning. Technologie biedt gemak en snelheid; surfen en glijden zijn de bewegingen van deze tijd. Terwijl wandelen je juist de zwaartekracht laat beleven.'

Het is beter met niet meer dan vier mensen te lopen, schrijft u. Waarom is dat?

'Misschien ben ik een mensenhater', lacht hij. 'Voor een ander is de omvang wellicht drie of zes. Wandelen kan je bevrijden uit de sociale rollen die je krijgt opgelegd. Loop je met velen, dan ontstaan er nieuwe rollen en krijg je een gemeenschap van wandelaars. Voor je het weet, heb je gesprekken over je schoenen en wat er zoal in de rugzak zit. Een groep maakt je ook minder ontvankelijk voor het landschap. Maar alleen wandelen is ook een bron van onrust. Je voelt je kwetsbaar.'

Heeft u een favoriet wandelgebied?

'Ik loop graag in Zuidoost-Frankrijk, met een voorkeur voor de Cevennen, zoals het ezelsspoor van R.L. Stevenson. Dat is middengebergte, je hebt niet die dwang tot prestaties die de Alpentoppen opleggen. En je ervaart ook de cultuur, de invloed van de mens op het landschap.'

Nietzsche en Kant waren beiden grote wandelaars. Zijn ze voorbeelden voor u?

'Dat zijn twee uitersten. Het wandelen van Kant lijkt op zijn boeken, het is gereguleerd, afgebakend, geordend. Voor hem is het een kwestie van hygiëne; hij liep elke dag hetzelfde parcours op dezelfde tijd. Hij interesseerde zich voor voeding en diëten, wilde zijn leven verlengen. Tijdens het wandelen rustte hij uit van het nadenken.'

'Nietzsche had een veel hartstochtelijker verhouding met wandelen. Voor hem was het ervaring en inspanning. Hij schreef al lopend en werkte zijn gedachten later uit. Bij hem was de intimiteit tussen lopen en denken groter. Kant liep in de stad, Nietzsche zocht de natuur op: 's zomers in de Zwitserse bergen,'s winters in de heuvels rond Italiaanse steden.'

Nietzsche, Thoreau, Gandhi en Rimbaud zijn uw lopende denkers. Ieder van hen was geneigd tot extreme opvattingen. Maakt wandelen radicaal?

'Het zijn in elk geval geen salonfilosofen. Wandelen heeft een dimensie van radicaliteit en verzet.De politieke lading daarvan zie je bij protestmarsen. Het is ook breken met de wereld, een terugkeer naar de natuur, naar een ander ritme. Wandelen is een manier van de dingen ter discussie stellen.'

Frédéric Gros: Wandelen. Een filosofische gids verschijnt 21 februari bij de Bezige Bij. Uit het Frans vertaald door Liesbeth van Nes. 256 pagina's. € 15,-.

WANDELENDE FILOSOFEN

Frédéric Gros (47) citeert in Marcher - Une philosophie, een bestseller in Frankrijk, denkers over het wandelen.

Friedrich Nietzsche

'Wij horen niet tot degenen die pas te midden van boeken, onder invloed van boeken tot gedachten komen - het is onze gewoonte om in de vrije natuur te denken, wandelend, springend, klimmend, dansend, liefst op eenzame bergen of dicht bij zee, waar zelfs de wegen tot nadenken stemmen.'

Montaigne

'Mijn gedachten slapen als ik ze op een stoel zet. Mijn geest functioneert niet als mijn benen hem niet in beweging zetten.'

Epictetus

'Kijk naar mij, ik heb geen huis, ik heb geen vaderland, ik heb geen rijkdommen en geen dienaars. Ik heb geen vrouw, geen kinderen, geen ruime verblijfplaats, alleen de aarde en de hemel en een oude jas. En wat ontbreekt me? Droefheid, angst. Dus ben ik dan niet eindelijk vrij?'

R.W. Emerson

'In de bossen schudt een man zijn jaren van zich af zoals een slang zijn oude huid - en in welke periode van zijn leven hij ook is, hij blijft altijd een kind. In de bossen bevindt zich de eeuwige jeugd.'

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden