Wandelen in vrijheid

Vooraf lijkt het alsof de bureaucraten zeker willen weten dat je bereid bent offers te brengen om de Verenigde Staten in te komen....

Ook als je door de gerespecteerde Universiteit van Berkeley bent uitgenodigd vier maanden lang Amerikaanse studenten met je aanwezigheid te verlichten, zul je bureaucraten van de noodzaak van je komst naar de VS moeten overtuigen. De bureaucraten staan boven de intelligentsia. Je hebt visa nodig en veel tijd om ze in te vullen, af te leveren, toe te lichten, in de rij te staan.

Alles moet met de hand worden ingevuld, door jou zelf en door de uitvoerende ambtenaren, alsof dit secure werkje niet ook aan computers kan worden toevertrouwd. Men wil zeker weten dat je bereid bent offers te brengen om het meest begeerde en tevens meest verguisde werelddeel ter wereld te betreden.

De ontmoediging begint al als je zo gek bent telefonisch advies in te winnen op het consulaat. Vijftien euro per persoonlijk consult.

Men dient bij aankomst zeker een paar uur voor de douane uit te trekken, wordt dreigend door een jonge, zelfverzekerde stem gelispeld .

Als wij niet beter hadden geweten, hadden wij ons op grond van alle adviezen die we de laatste maanden kregen minstens moeten voorbereiden op volledige ontkleding door acht zwaar bewapende douaniers, visitatie van het intiemste soort en eenzame opsluiting – tot wij zouden hebben onthuld wat onze werkelijke motivatie vormde om de Verenigde Staten van Amerika te willen bezoeken.

Elk stukje bagage hadden we vervolgens eigenhandig mogen ontleden en onze schoenen zouden wij, als wij de waarschuwingen die wij kregen serieus hadden genomen, net zo goed meteen in de vuilnisbak hebben kunnen smijten. Wij konden er donder op zeggen dat die integraal aan stukken zouden worden gesneden door zwaar bewapende GI's.

Niets was minder waar. Geen wenkbrauw werd opgetrokken toen wij op Schiphol aan de incheckbalie verschenen met onze tien koffers. Vrolijk wiebelend verdwenen ze op de band het ruim in en geen haan die ernaar kraaide toen we ze ruim twaalf uur later in Los Angeles van de bagageband trokken.

Geen grein te zien van de Guantánamo Bay-taferelen die ons waren beschreven door lieden die ons waarschuwden dat de VS een militaire dictatuur zijn.

Bij een zachtmoedige douanier zetten wij onze vingers op het glazen plaatje dat onze vingerafdrukken voor de eeuwigheid zou conserveren (waarbij de beambte een van onze vingers eigenhandig met een lotion bevochtigde, omdat deze iets te droog was om onze hoogst unieke vingerafdruk te kunnen registreren) en we wandelden de vrijheid in.

De Amerikaanse vrijheid is een andere dan de Nederlandse. Vrijheid wordt hier letterlijker genomen dan in de polder, waar talloze overwegingen het inzicht doen rijpen dat vrijheid een fictie is wanneer je tot je heupen in de modder staat.

Amerika is groot en dus valt aan alles te ontsnappen, ook aan hoog water, droogte, mensen, redelijkheid .

Wij houden van die grote Amerikaanse gekte en minstens een keer per jaar zoeken we haar op. Inmiddels zijn we zes dagen in Los Angeles, in precies dezelfde straat als waar we ooit anderhalf jaar hebben gewoond. Voordat we naar Berkeley afreizen, wilden we een kort sentimenteel reisje maken naar een verloren tijd – die zoals alle verloren tijd pas herleeft als je de plekken bezoekt waaraan zij vastgeklonken zit.

We ontbeten in The Rose, een café in Venice waar we al bijna vijftien jaar komen, sprongen in de golven van Paradise Cove, het mooiste strand in de wereld, lunchten met grote hamburgers en frieten en glazen Amerikaanse Chardonnay en zochten zoals altijd naar ons droomhuis. Dat we niet vonden, want zelfs een schuur is hier te duur.

We weten inmiddels dat we, telkens als we bijna zover zijn dat we alles opzij gaan zetten om de sprong te wagen (de aankoop van een te duur huis aan de andere kant van de wereld), panisch wakker schrikken. Eenmaal weer in Nederland lijken deze zoektochten naar het huis op een soort krankzinnige droom en ebt de begeerte weer zachtjes weg.

Vandaag vliegen we door naar Berkeley, de stad waar in de jaren zestig de studentenrevolte uitbrak en een wereldwijde culturele revolutie op gang bracht. We zijn uitgenodigd om er op de universiteit over Nederlandse literatuur te komen praten en over Fortuyn en Van Gogh en Hirsi Ali en over onze beroemde tolerantie en multiculti's.

De komende weken gaan we om de beurt berichten over de culture shock die we daar verwachten, over de ontmoetingen en confrontaties met studenten en docenten en over de vraag hoe groot de kloof tussen Amerikanen (de Marsmannen) en ons Europeanen (de Venusianen) geworden is.

En natuurlijk over onze speurtocht naar het landhuis met zwembad en driedubbele garage, waarvoor we een zware tweede hypotheek op onze schouders gaan dragen.

Volgende week is Leon als eerste aan zet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden