Wandelaar wordt pelgrim

In het diepe zuiden van Frankrijk leefden 'de martelaren van de zuivere christelijke liefde', de katharen. Zo stevig had hun geloof zich genesteld in het gebied van de langue d'Oc dat paus Innocentius III het tijd achtte voor een kruistocht....

In gedachten verzonken kuiert ze om het gedenkteken voor 'de martelaren van de zuivere christelijke liefde'. Ouderwets chic gekleed gaat ze. Plotseling houdt ze stil, trekt haar lichtblauwe jurk strak en staart devoot naar het in steen gebeitelde eerbetoon aan gelovigen wier zoektocht naar een zuivere vorm van christendom 759 jaar geleden op de brandstapel eindigde.

Medio maart 1244 bezweek Montségur onder een regen van stenen uit katapulten en andere slingerwerktuigen, middeleeuwse voorlopers van mortieren. Twaalf jaar fungeerde de burcht als zetel van de katharen, tot afgrijzen van de rooms-katholieke kerk die ketters te vuur en te zwaard bestreed. Het bolwerk leek onneembaar, want 1207 meter hoog gelegen op een rots die de Pog heet; een grimmige puist in het voorgebergte van de Pyreneeën.

Ruim tweehonderd katharen kwamen in de vlammen om. De brandstapel moet zich vlakbij de stèle aan de voet van de Pog hebben bevonden. Van hieruit slingert een pad door weerbarstig struikgewas steil omhoog; in het begin verraderlijk door los grind en een geniepig hellingspercentage, en ongeschikt voor de halfhoge hakjes die zich uit de modder voor het monument loszuigen voor de klim naar de top.

Een twee drie, kordate passen, een twee drie, een, tw. . , het standbeen gaat onderuit en roetsj, de lemen glijbaan eindigt zes meter naar beneden in een fris ruikend grasveld. Een man met een baby op zijn rechterarm en jaren-zestig-sandalen aan zijn voeten helpt de ongelukkige loopster overeind. Ze inspecteert haar kleren, schuurt haar schoenzolen bot op kiezelsteentjes en hervat de tocht vastberaden. 'Merci, aardig van u, maar ik kom er ook zonder uw hulp.'

De klim van een half uur naar de burcht van Montségur is voor haar geen toeristisch uitstapje, maar een bedevaart, op een warme dag die tot loomheid neigt. Ouderen klauteren hijgend omhoog; zwaar leunend op hun modieuze wandelstok puffen ze om de twee minuten uit of speuren naar een rotsblok waarop ze kunnen zitten. Backpackers op gore-tex Lowa's snellen met hun hele hebben en houden naar de top alsof de duivel hen op de hielen zit. Jonge vaders en moeders met van zonnekleppen voorziene kinderzitjes op hun rug slenteren druk gesticulerend naar een kraam die dienst doet als kassa.

Een tolpoort, halverwege de Pog. Ook ruïnes vergen onderhoud.

Steeds meer klimmers nemen er hun gemak van en zoeken een plek waar ze kunnen genieten van het uitzicht over het Pays d'Olmes waar de zon de vele schakeringen groen accentueert. De baby's in de zitjes vermaken zich, getuige de tevreden brabbelgeluidjes. Op de gezichten van de dragers begint zich vermoeidheid af te tekenen. Zorgelijke blikken richting hoofdpoort van de pijlvormige citadel. Is het allemaal wel de moeite waard?

Die vraag houdt menigeen bezig en zeker de spoorzoeker die in het diepe zuiden van Frankrijk de geschiedenis van de katharen op zich laat inwerken en zich te voet en deels per auto verplaatst van Port-la-Nouvelle aan de Middellandse Zee, via de Corbières en de Ariège, naar de Cerdanya aan de Spaanse kant van de Pyreneeën. Hoppend van ruïne naar ruïne, van burchten als Quéribus, Peyrepertuse, Puilaurens, Puivert en Montségur. Ongenaakbaar als cols van de buitencategorie priemen ze de lucht in.

'Ruïnes', schreef Rudy Kousbroek over Hollandse oudheden in Indonesië, 'zijn de minst compromitterende objecten van bewondering en ontzag. Het mijmeren over wat voorbij is, het gevoel dat het allemaal vergeefs is geweest, dat is de essentie.'

Begin 13de eeuw had het kathaarse geloof zich stevig genesteld in het gebied van de langue d'Oc, het Occitaans dat nauw verwant is aan het Catalaans aan de andere kant van de grens. Paus Innocentius III achtte het de hoogste tijd voor een kruistocht die resulteerde in een bloedbad in Béziers waar 20 duizend mensen werden vermoord. Later droeg de terreur van de inquisitie in belangrijke mate bij tot het uitroeien van de ketterij (ketter en kathaar zijn afgeleid van het Griekse woord katharos dat 'zuiver' betekent). De val van Montségur leidde de ondergang van deze religieuze stroming in.

De katharen keerden zich tegen de schaamteloze verrijking waaraan de rooms-katholieke kerk zich volgens hen schuldig maakte. Van kerkelijke belastingen moesten ze niets hebben, net zo min als van dogma's en sacramenten. Doopsel, huwelijk, biecht en eucharistieviering deugden niet.

Uitgangspunt in hun geloofsopvatting was de tegenstelling tussen goed en kwaad. De goede god heerste over de onzichtbare wereld, de zichtbare wereld was een schepping van de duivel. Op aarde was de menselijke ziel de gevangene van het lichaam waaruit hij zich uitsluitend kon bevrijden door het consolamentum, doop door handoplegging. De ziel kon na het overlijden van het lichaam terugkeren naar de hemel en een nieuwe detentie in een ander stoffelijk omhulsel vermijden. Gedoopten gingen als Bonshommes, goede christenen, celibatair door het leven. Ze aten geen vlees en stelden zich in dienst van de gemeenschap. Perfecti of volmaakten, en later katharen, werden ze ook wel spottend genoemd.

Bovenop de Pog kan de verbeelding haar gang gaan in een ruïne die iets weg heeft van een wijnkist zonder deksel. De restanten van de verdedigingstoren en de muren staan er nog; imposant, maar ook ontheemd, bescherming zoekend onder een dak dat lang geleden in gruzelementen werd geschoten. Een brochure vergemakkelijkt de zoektocht naar de cisterne, de wateropslagplaats van de donjon. Van de onderkomens van de katharen buiten de muren is niets meer over. Maar het panorama is adembenemend.

De lastige gang naar de top blijkt een redelijke prijs voor een rustgevend uitzicht. Zo'n historisch beladen hoogtestage verveelt nooit, ook al is Montségur de vierde of vijfde burcht op de Sentier Cathare, de katharenroute, die na een vermoeiende aanloop te voet moet worden ingenomen. Het landschap is elke keer anders.

Diep beneden Montségur ligt het gelijknamige dorp. Zes taps toelopende rijen huizen. Het langste lint heet pompeus Grande rue. De oudste zerk op de begraafplaats dateert uit de eerste helft van de 19de eeuw toen Montségur nog duizend inwoners telde tegen 125 nu. Groenteboer, slager en bakker zijn verdwenen. Een kruidenier probeert te overleven. Le Montségurien van Lionel Séguéla - artisan charcutier/traiteur - heeft betere tijden gekend.

Maar op sterven na dood is Montségur allerminst. De intense geur van houtvuur bewijst dat het dorp leeft: van de burcht daarboven, die zich in de schemering onheilspellend verheft boven een dal waarin de laatste wandelaars op zoek zijn naar de nestwarmte van een hotel, chambre d'hôte of gîte d'étappe. Het dorp heeft een nieuwe middenstand.

Vanuit Comus leidt een oude verbindingsweg via de Gorges de la Frau, een honderden meters diepe kloof, naar Montségur. Het dertien kilometer lange pad vormt de laatste schakel in de Camí dels Bons Homes (Le chemin des Bonshommes) die van Queralt/Berga in Spanje naar Montségur voert, een route van 189 kilometer waarover de katharen Frankrijk uitvluchtten en herders hun schaapskudden dreven voor de transhumance, de verplaatsing van zomer- naar winterweiden.

Comus is een gat dat nog slechts dertig inwoners telt. De school ging 33 jaar geleden dicht en is met eenvoudige middelen verbouwd tot een druk bezochte overnachtingsplaats aan de weg van de goede mannen (én vrouwen).

Anderhalf uur lopen van Comus ligt Montaillou, het dorp dat bijna dertig jaar geleden wereldberoemd werd en de katharen een cultstatus gaf. Dankzij de Franse historicus Le Roy Ladurie die met behulp van dossiers van de inquisitie Een ketters dorp in de Pyreneeën 1294-1324 uit de dood liet herrijzen.

Voor de tocht naar Montségur volstaan vier tot zes uur, afhankelijk van de weersgesteldheid en de terreinomstandigheden. Het eerste gedeelte verloopt bedrieglijk soepel, want geleidelijk dalend naar de zinderende schoonheid van de Gorges de la Frau.

In het smalste gedeelte van de kloof dringen zonnestralen niet tot op de bodem door. De begroeiing is uitbundig. Hoog boven de naaldbossen en sparrenwouden glinstert het roodbruin en zwart van ijzer- en mangaanhoudende, kale rotsen. Borden waarschuwen voor het gevaar van vallend gesteente en attenderen de wandelaar erop dat hij het niet in zijn hoofd moet halen uitgerekend in deze schitterende omgeving te gaan jagen.

Zo'n vijf kilometer voor Montségur wacht een zware beproeving. De pas Sarrat du Liam laat zich uitsluitend bedwingen via een akelig steil oplopend, met stenen bezaaid spekglad bospad waarop de wandelaar zuchtend en steunend zijn evenwicht moet zien te bewaren.

Maar dan. Op een hoogte van 1010 meter doemt tussen de bomen de burcht van Montségur op. Aan de andere kant van het dal, dat wel. De wandelaar weet op dat moment dat hij pelgrim is geworden. Hij moet door naar de Pog.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden