Wanbeleid als huisstijl

De heerser van het nietige Swaziland wil ondanks honger, aids en verpaupering een nieuw straalvliegtuig van zeventig miljoen dollar hebben....

Onvergetelijke foto, begin dit jaar. Locatie: de vertrekhal van de luchthaven van Singapore. Beeld: een rij bagagekarren, volgepakt met grote dozen vol tv's en andere elektronica. Eigenaars: Robert en Grace Mugabe.

Een wakkere medereiziger was tegen de bagage van het presidentiële paar van Zimbabwe aangelopen en had er een kiekje van gemaakt, dat hij doorspeelde naar een zondagskrant in Zuid-Afrika. Sta je toch lelijk in je hemd als Afrikaanse leider, terwijl je land bijna failliet is en je volk honger lijdt.

De foto haalde de Nederlandse kranten niet, en dat is misschien maar beter ook. Anders was de respons op de oproep van de samenwerkende hulporganisaties gul te storten op giro 555 (Help hongerend Afrika nu!) nog teleurstellender geweest dan ze al was.

Het is geen prettige boodschap voor degenen die wel bereid zijn in de buidel te tasten voor de noden van de Derde Wereld, maar van hun goedgeefsheid wordt vaak op perverse wijze misbruik gemaakt. Iemand als Robert Mugabe, maar ook zijn collega's van Angola, Malawi, Zambia, Mozambique, Swaziland en Ethiopië - waar de honger ook op de loer ligt - hebben een indrukwekkende staat van dienst als het gaat om beleidskeuzen die rampzalig uitpakken voor het welzijn van de bevolking.

De voedseltekorten die delen van Afrika weer teisteren waren te vermijden geweest, verzekeren deskundigen. Niet met honderden miljoenen euro's aan noodhulp, zoals nu onder leiding van het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties wordt gegeven, maar door beter bestuur. Precies wat Afrika vorig jaar beloofde met Nepad, het bewierookte herstelplan voor het continent. De nieuwe voedselcrisis toont aan dat de Afrikaanse renaissance in mooie woorden blijft steken.

Zimbabwe geldt als een van de schrijnendste voorbeelden. De 79-jarige Mugabe, president sinds 1980, presteerde het de afgelopen drie jaar zijn relatief welvarende land te slopen. Hij deed het door een geld vretend militair avontuur in Congo te beginnen, de commerciële landbouw te ontwrichten met een chaotische onteigening van blanke boeren, de politieke oppositie te onderdrukken en de meeste buitenlandse donoren op de kast te jagen.

Aan de rand van Bulawayo, de tweede stad van het land, staat het monument van Mugabes wanbeleid. Een enorme graanopslagplaats, gebouwd met geld van de Europese Unie. Hier zou de strategische voedselreserve moeten liggen die had moeten voorkomen dat Zimbabwanen honger lijden. De reuzensilo is leeg, doordat de regering de afgelopen jaren de overschotten heeft verkocht.

Zimbabwe heeft gebrek aan alles, de helft van de bevolking zal dit jaar door de internationale hulporganisaties moeten worden gevoed. De leiding in Harare houdt vol dat alle ellende door droogte komt, en door een door het Westen geleide samenzwering tegen een dappere Afrikaanse leider die het aandurft aan blank bezit te komen. Tegelijkertijd laat hij zich graag door buitenlandse voedselhulp uit de brand helpen - hulp die vooral door het Westen wordt betaald.

Ook de Nederlandse regering betaalt braaf mee. President Mugabe verhief Nederland in een toespraak tot een van zijn aartsvijanden, maar Den Haag maakte wel weer vier miljoen euro over voor het transport van maïs van Zuid-Afrika naar Zimbabwe.

President Mugabe zet er geen transportmiddelen voor in. Hij kampt met een dieseltekort, al is dat nooit een belemmering om de Landrovers en pantserwagens van de oproerpolitie te laten uitrukken bij demonstraties van de oppositie. Om over de formidabele logistieke capaciteiten waarover het Zimbabwaanse leger beschikt (zie Congo) nog maar te zwijgen.

De vergelijking met Ethiopië gaat hier op, stelde een commentator in Harare. Daar was het leger tijdens de oorlog met Eritrea in staat diesel, munitie en tanks naar de verste uithoeken van het land te vervoeren. Maar als er honger is, mogen buitenlandse hulporganisaties het werk opknappen.

President Festus Mogae van Botswana is een van de weinige Afrikaanse leiders die bereid is Mugabe in het openbaar aan te spreken. De crisis in Zimbabwe is vooral het gevolg van 'droogte van goed bestuur', vindt hij. Botswana is een uitzondering in Afrika. Het is weliswaar grotendeels kurkdroog en kampt met hoge aidscijfers, niettemin is het een baken van stabiliteit en relatieve vooruitgang.

Hetzelfde geldt voor Zuid-Afrika en Namibië. In Zuid-Afrika heeft een deel van de plattelandsbevolking ook honger door hoge voedselprijzen, maar de ANC-regering heeft reserves opgebouwd en kan voor tientallen miljoenen euro's aan voedselpakketten uit te delen.

Daarvan kunnen de bestuurders van Angola heel wat leren. De regering van president Jose Eduardo dos Santos zwemt in de dollars uit de olie- en diamantvelden, de heersende elite in Luanda heeft de afgelopen jaren volgens kenners vele honderden miljoenen achterovergedrukt.

De burgeroorlog met de Unita-rebellen is al een jaar voorbij, maar het zijn nog steeds de internationale hulporganisaties die honderdduizenden families in het binnenland mogen voeden. Binnenkort zal Angola op een internationale donorconferentie miljarden dollars aan hulp eisen voor de wederopbouw.

Of neem Malawi. Ook hier volop honger, corruptie, aids én veel buitenlandse hulp. President Bakili Muluzi dreigt het nu te bont te maken voor de donorlanden. De goede gevers hebben 75 miljoen dollar steun bevroren totdat het Internationaal Monetair Fonds de begroting van Malawi heeft goedgekeurd. Het IMF houdt 47 miljoen dollar vast omdat het vindt dat Muluzi het geld verkeerd uitgeeft. Het ontbreekt ook in Malawi aan politieke wil om het beleid te veranderen, vindt de Wereldbank.

Het is een oordeel dat door een insider in de lokale politiek van harte wordt gedeeld. 'We zijn armer dan ooit tevoren. En niemand in de regering die er ook maar één nacht van wakker ligt', verklaarde Jan-Jaap Sonke vorig jaar in de Volkskrant.

Sonke, een voormalige ontwikkelingswerker, liet zich in 1994 tot Malawiër naturaliseren. Hij schopte het tot staatssecretaris van Financiën onder Muluzi. Vorig jaar werd hij uit de regering gezet omdat hij te kritisch was geworden.

'Ik snap wel waarom donors geen geld meer in Malawi willen steken. Ze willen geen mismanagement en corruptie', verklaarde hij. De wortels van de misère liggen volgens hem in de Afrikaanse plattelandscultuur. Wie macht en rijkdom vergaart, moet zijn stam- en dorpsgenoten laten meedelen. Je eigen club bevooroordelen is vanzelfsprekend. Doe je dat niet, dan lig je eruit.

De regering van Malawi lijkt dergelijke kritiek niet te deren. Crisis of niet, president Muluzi ging net als Mugabe de afgelopen kerst met zijn hofhouding onbekommerd winkelen in Londen. Eerder bestelde hij een limousine van bijna een miljoen euro. Zoals Mugabe vorig jaar een vloot Mercedessen kocht.

De heerser van het nietige Swaziland, de jonge koning Mswati III, wil ondanks honger, aids en verpaupering een nieuw straalvliegtuig van zeventig miljoen dollar hebben.

Het is het dilemma van alle hulpverleners: hoeveel mismanagement en zelfverrijking kun je hebben zonder dat die de fondswerving, dus de hulpverlening, in de wielen rijden? Hulpverleners reppen daarom in het openbaar het liefst niet te veel van de achtergrond van hongersnoden en aanverwante misère.

Ben je dan als hulpverlener niet een deel van het probleem, in plaats van een deel van de oplossing? Dat debat is zo oud als de hulp zelf, en het ziet er niet naar uit dat de diverse stromingen het eens worden. De extreemste optie, laat Afrika het zelf maar uitzoeken, duikt om de zoveel tijd op, maar wint weinig terrein. Het is te meedogenloos.

'Je kunt die arme mensen in Afrika toch niet laten verrekken, alleen omdat ze zulke rottige leiders hebben?', vatte een ontwikkelingswerker in Angola het dilemma samen. Niet opgeven, maar proberen de goede krachten te stimuleren, is zijn motto. 'Je kunt zeggen: het is verspild geld, maar dat is niet waar. Je geeft mensen een steuntje in de rug. En we zijn zo rijk, in Nederland, in Europa, in het Westen. Die paar miljard euro en dollars die naar Afrika gaan, je kunt ze beter daar dan thuis over de balk gooien. We kunnen het makkelijk missen.'

Het is de pragmatische benadering, die de malaise van Afrika met de mantel der liefde bedekt en de hoop op vooruitgang smoort. Afrikaanse bestuurders die van wanbeleid hun huisstijl hebben gemaakt, zullen die optie ongetwijfeld met een brede grijns verwelkomen. Zolang ze de macht kunnen behouden, besteden ze de opvang van hun onderdanen graag uit aan de bezorgde buitenwereld.

Hoe meer voedselhulp, hoe minder zorgen. Internationale hulp dempt het risico van een broodoproer, zoals een politiek analist in Zimbabwe het verwoordt. Zijn land geldt anno 2003 als het meest cynische voorbeeld van misbruik van hulp.

Terwijl in de buurlanden Malawi en Zambia de internationale voedselhulp van de afgelopen maanden honger heeft voorkomen, en de nieuwe oogst er beter uitziet, zal Zimbabwe naar verwachting ook de rest van dit jaar voedsel van buiten nodig hebben. De analist: 'De landbouwsector, die voorheen voedsel exporteerde, heeft zware schade opgelopen. Met dank aan de agrarische revolutie van Robert Mugabe.'

Afrika zal waarschijnlijk tot in lengte van jaren de sociaal zwakke buurt van de wereld blijven, somberde een internationale hulpverlener in Zimbabwe, toen hij na veel touwtrekken met de regering aan zijn voedseldistributieprogramma mocht beginnen. Om er even later vrolijk op te laten volgen: 'Het zorgt er wel voor dat wij aan het werk blijven.'

Giro 555 is nog lang niet verloren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden