Wall-to-Wall

De schoonheid van dingen fascineerde hem als kind al. Een dikke roman is voor hem een vorm van tijdreizen. Fotograaf Jeff Wall leidt u rond langs zijn persoonlijke culturele canon.

Hij is een van de helden van de fotografiewereld. Jeff Wall (Vancouver, 1946), die met een ruimhartig retrospectief de erezalen van het Stedelijk Museum in Amsterdam vult, heeft nog deze ochtend Rembrandt bekeken in het Rijksmuseum en zou best morgen het werk van de Spaanse schilder Zurbarán in Brussel willen meepikken. Want Wall heeft een bijna onverzadigbare behoefte aan kunst. Maar die past lang niet altijd in zijn strakke agenda.


De Canadees Wall is een liefhebber van schilderkunst, fotografie, literatuur en film. Dat was hij al voor hij kunstgeschiedenis studeerde in Canada, voor hij in een 'schildercrisis' raakte, begin jaren zeventig in London en voordat hij in de jaren tachtig doorbrak met zijn tableau-achtige fotografie die op metershoge lichtbakken is gemonteerd en er vrijwel altijd in slaagt de bezoeker te imponeren.


'Ik ben gezegend, vind ik zelf, met een vermogen tot het appreciëren van kunst. Voor mij opent kunst een deur naar gevoel.' Hij was als kind al gefascineerd door de schoonheid van de dingen. Dat ging van strips in de krant tot het interieur van zijn vaders auto. Later van films van Rainer Werner Fassbinder tot de minimalistische kunst van Carl Andre.


'Een grote artistieke prestatie brengt altijd een mengeling van opwinding, euforie en verlichting teweeg. Dat geeft een groot genot. Maar meer dan dat. In het genieten van kunst zit altijd ook een beoordelend element. Als toeschouwer besluit je: ik vind dit een goed werk. Ik, Jeff Wall, vind dit beter dan wat ik eerder zag. Dat beoordelen, dat is onderdeel van het waarderen van kunst.'


1. Literatuur: Marcel Proust - À la recherche du temps perdu; Ralph Ellison - Invisible Man

À la recherche du temps perdu is de 7-delige serie met overpeinzingen over het schrijverschap en de 'onvrijwillige herinneringen' van een romancier, geschreven tussen 1913 en 1927. Invisible Man (1952) is de bildungsroman over de intellectuele en sociale zoektocht van een Afro-Afrikaan in vooroorlogs Amerika.


'Een dikke roman is voor mij een vorm van tijdreizen. Ik dompel mij volledig onder in het leven van iemand anders voor een periode van weken, soms maanden. Het is een vorm van vlucht. Dikke romans zijn geweldig, hoe dikker hoe beter vind ik. Hoe langer ik lees, hoe intenser de ervaring.'


Hij leest Prousts À la recherche du temps perdu voor de derde keer schat hij zo. 'Ik houd ervan dat ik in een wereld terechtkom waarin ik alles bekijk door de ogen van de schrijvers.' Thomas Mann, Yukio Mishima, hij leest ze en herleest ze. 'Als ik zo'n boek uit heb, is het of er een nieuwe substantie in mijn bloedbaan is gekomen. Een soort hormonale status. Ik weet niet precies wanneer dat hormoon naar de oppervlakte komt, niet meteen, maar het zit in me en het heeft invloed op me, op een of andere wijze.'


Een doodenkele keer leidt een boek één op één tot een foto. 'Dat was toen ik de proloog las van Invisible Man van Ralph Ellison.' Het is een bekroonde roman over een zwarte intellectueel die in de jaren dertig van het zuiden van de VS naar New York trekt en tegen alle problemen van de raciale maatschappij aanloopt. 'In de proloog beschrijft Ellison heel precies de ruimte waarin hij zit als hij terugkijkt op zijn reis. Dat beeld trof me zo haarscherp dat het niet van mijn netvlies week.'


Dat beeld is weergegeven in Walls foto After Invisible Man, by Ralph Ellison, the Prologue, gemaakt in 2000, die ook in het Stedelijk is te zien. De donkere hoofdpersoon zit in een wit hemd met bretellen, licht voorovergebogen, in een boordevolle kamer. Het plafond is behangen met gloeilampen, wat het surrealistisch maakt. 'Het is zo'n sterk beschreven beeld, dat het me verbaasde dat er niet al een film is gemaakt van die scène.'


2. Film: Michael Haneke - Das weisse Band, 2009

Verontrustende speelfilm over Duitsland aan het begin van de vorige eeuw, een universele zoektocht naar het ontstaan van het kwaad.


'Begin jaren zeventig had ik een wat getroebleerde verhouding met kunst.' Wall vond dat fotografie en schilderen te beperkt waren voor een jonge ambitieuze kunstenaar. Hij nam afstand van de conceptuele kunst, waarin hij zich lang had verdiept en stortte zich op film. 'Dat was de enige waardevolle kunstvorm, vond ik toen.'


Hij lacht erbij als hij het vertelt. 'Ik schreef drie tot vier filmscripts. Niet goed, maar ook niet slecht. Ik heb er wel van geleerd hoe je moet nadenken over een scène. Ik schreef niet zozeer scripts, ik beschreef beelden, besefte ik later. Ik weet zeker dat het me geholpen heeft in mijn fotografie.' Niet dat hij letterlijk zijn foto's uitschrijft. 'Maar cinematografie is voor mij een manier om weg te blijven bij de reportagevorm die, zeker vroeger, een groot deel van de fotografie beheerste.'


Aan die filmschrijverij heeft hij overgehouden dat hij lyrisch kan worden van de films van Michael Haneke, de Oostenrijker die bijna 50 was toen hij zijn eerste speelfilm maakte. Das Weisse Band kreeg in 2009 de Gouden Palm in Cannes. 'Vanaf het eerste beeld realiseer je je: deze mensen nemen alles aan deze film serieus. De kostuums, het acteren, het monteren, vertellen. Het is gewoon een van die grote films die maar zelden voorbijkomen. Alles eraan is goed. Een flawless work of cinema. Ik kijk er met intens genoegen naar, zoals ik naar een Zurbarán kijk of een Picasso.'


Das weisse Band, zwart-wit gedraaid, speelt zich af in Duitsland vlak voor de Eerste Wereldoorlog. De setting is een klein dorp, waarin een aantal verontrustende gebeurtenissen plaatsvinden. Conflicten tussen jong en oud, een aanslag, seks, politiek. Een subtiele voorbode van het culturele klimaat dat na die oorlog Duitsland naar het fascisme zou leiden. 'Het is de reconstructie van een historisch moment. Zo liefdevol gemaakt.'


Hij noemt deze film een van de beste dingen die hij de laatste jaren zag. 'Een kunstwerk van begin tot het einde. Cinema is soms kunst, vaak entertainment. Ik kan ook genieten van een film die een mix is van beide.' Hij zag onlangs American Hustle van David Russell. 'Dat is meer entertainment, met een paar goede artistieke elementen erin. Ik heb dan een prima avond, maar het verschil met Haneke is dat die laatste me in al zijn facetten bij blijft. Grote artistieke werken als deze verlaten je niet. Het treedt toe tot je persoonlijke canon, Haneke zit in de canon van Jeff Wall.'


3. Schilderkunst: Henri Matisse - La leçon de piano, 1916

Een semi-figuratief schilderij van Henri Matisse uit zijn Parijse tijd, begin vorige eeuw. Zoon achter de piano, gevat in een compositie waarin alle details zijn weggeschilderd.


'Wat Matisse zo fascinerend maakt voor mij als fotograaf, is zijn relaxte omgang met details.' Details zijn een probleem voor fotografen. 'Een camera focust. En die focus brengt een enorme hoeveelheid details naar voren. Dat is niet te voorkomen, zonder allerlei kunstgrepen.' Een foto als Invisible Man staat stijf van de details.


'Matisse laat details weg. Dat kan hij omdat hij schilder is, maar ook omdat hij een enorm compositorisch talent heeft.' Als je kijkt naar de schilderijen van Matisse, zijn ze niet rijk aan verhaal. Er gebeurt relatief weinig op zijn schilderijen, het werk is niet afhankelijk van drama. 'Maar zoals hij de werkelijkheid simplificeert en zijn figuratie rangschikt, is fascinerend. Het is een ode aan de subjectieve manier waarop wij naar dingen kijken. Alleen als je schildert als hij, kun je een gezicht reduceren tot een ovaal, terwijl het nog steeds een gezicht is.'


Waar Wall als fotograaf met de details worstelt, is de toeschouwer die zijn foto's bekijkt er juist dol erop. 'Dat is waar, dat is wat mensen vaak zoeken in fotografie. Ze zoeken houvast, ze willen weten wat er is gebeurd. Wat is het verhaal? Welke details geven iets weg?' Zeker in het narratieve werk van Wall, waarbij je je altijd afvraagt welk deel is geregisseerd en welk deel echt.


'Wat ik van het kijken naar Matisse heb geleerd, is dat ik mijn foto's een sterke overall compositie probeer mee te geven.' Een voorbeeld daarvan is Overpass, een foto uit 2001, waarop vier mensen met rolkoffers van de camera weglopen over een trottoir in een decor van beton en steen. 'De foto heeft een soort eenheid door de kleur en het ensemble van tonen. Grijs en blauw. Dat maakt dat alle details, die ik niet kan beheersen, meer lijken op te gaan in de foto. In dat opzicht is Matisse voor mij instructief.'


4. Schilderkunst: Edouard Manet, Gare Saint-Lazare, 1872-'73

Een bijna terloopse pose van chaperonne met kind bij een stationshek eind 19de eeuw. Manet schilderde het niet als een snapshot, maar als een grande peinture.


Het noemen van de naam Edouard Manet kost Wall wat moeite. 'Ik loop het risico dat ik hiermee een oud misverstand nieuwe voeding geef.' Dat misverstand heeft niet te maken met Manet - 'een geweldige schilder' - maar wel met het feit dat Jeff Wall iets te vaak heeft gehoord dat zijn foto's verwijzen naar 19de-eeuwse schilders. Met name Manet.


Hij vindt dat vervelend. 'Als het vaak over mijn foto's wordt gezegd, zal het vast geen onzin zijn, maar het voelt onaangenaam omdat het zo'n incompleet beeld is. Dat is niet wat mijn werk is. Maar helaas, iedere kunstenaar die oud genoeg wordt, loopt de kans in een aantal fragmentarische identiteiten en clichés over zijn werk verstrikt te raken.'


Vooruit dan. 'Manet is fenomenaal, hij is modern op een manier die zelden voorkomt.' Hij is, zegt Wall, 'een van die zeldzame kunstenaars die erin slaagde de traditie opnieuw uit te vinden. Hij heeft een frisheid van kijken en schilderen die maakt dat hij die loodzware conventies van de schilderkunst kon afschudden.' Dat ging niet geruisloos overigens, Le déjeuner sur l'herbe, waar een naakte vrouw nonchalant luncht tussen geklede mannen in het park, veroorzaakte in 1863 een schandaal.


Het is een ander schilderij dat Wall erg bewondert: Gare Saint-Lazare. 'Ik vind het een onuitputtelijk schilderij.' De compositie heeft wel iets van een snapshot, zo terloops is ze. 'Maar Manet schildert die zeker niet als een snapshot.' Een chaperonne zit bij het hek van een spoorstation met een jong meisje. Veel blauw in de jurken, rook van de trein die vervaagt, waardoor de achtergrond vervaagt en het klassieke perspectief oplost. 'Manet neemt een licht onderwerp, maar hij schildert het niet licht, hij schildert het alsof het een grande peinture is.


'Tot aan Manet ging het schilderen nog altijd gebukt onder klassieke conventies die stammen uit een autoritaire maatschappij', zegt Wall. 'Vergis je niet, de wereld was aan het veranderen, maar de tradities waren hardnekkig. Over hoe een schilderij is opgebouwd, de betekenis van de achtergrond, de rol van de details, de houdingen. Die eeuwenoude traditie schud je niet zo maar van je af. Daar was een sterke persoonlijkheid voor nodig.' Manet heeft het schilderen bevrijd.


5. Fotografie: Wols - Skinny Rabbit, 1938

De Duitse kunstenaar Wols fotografeerde in 1938 een gevild konijn met een knoop in zijn oog als verkapt commentaar op de menselijke superioriteit in de voedselketen.


Wols is een pseudoniem van de Duitse schilder en fotograaf Alfred Otto Wolfgang Schulze (1913-1951). Wall ontdekte hem in de jaren tachtig, samen met Roy Arden, ook een fotograaf uit de zogenoemde Vancouver School. 'Hij is niet heel bekend, maar ik denk dat Wols een belangrijke fotograaf en schilder is.' Wols was een man die klem zat in de dynamiek van zijn tijd. Terwijl zijn landgenoten massaal het fascisme omarmden, probeerde hij afstand te nemen, ontvluchtte hij Duitsland en kwam in Parijs terecht.


'Zijn werk is ongepolijst, zijn fotografie is ruw en simpel. Bijna zorgeloos', maar zorgeloos in de manier waarop hij het maakt. Niet wat hij maakt. 'Want in wat hij fotografeert, proef ik een soort van harde en oprechte verbazing over het bestaan.'


Wols fotografeerde vaak zijn lunch. Of ander eten. Er is een zeer lugubere foto van een gevild konijn, waarop Wols een knoop in het levenloze oog heeft gedrukt. 'Dat ziet er wreed uit, maar ik leg die knoop niet uit als wreedheid, net zo min als ik die lunches zie als alledaagsheid. Wols stelde zich bij dat eten de vraag: wie ben ik dat ik aan de top van de voedselketen sta. Het was geen moralistisch verwijt van een vegetariër of aanklacht tegen de mensheid. Nee, het was oprechte verbazing over zijn positie als mens.'


Wols is volgens Wall een voorbeeld voor alle beginnende kunstenaars. 'Hij laat zien dat je als kunstenaar niets nodig hebt om goed werk te maken.' Geen studio, geen dure spullen. 'Haha. Ja, ik ben het tegenovergestelde van Wols. Mijn werk heeft ook nooit dat ruwe en ongecompliceerde dat hij had.' Maar Wols foto's bekijkt Wall met een mix van bewondering en nieuwsgierigheid. 'Ik ben ervan overtuigd dat je van alle grote kunstenaars iets kunt leren.'


6. Fotografie: Vancouver -A Hunting Scene, 1994

De plekken in de stad Vancouver waar het perfecte en gereguleerde botst met het verwaarloosde, zoals in de suburbs, leverden Jeff Wall een rijke voedingsbodem voor zijn foto's.


Wall wordt genoemd als een van de sleutelfiguren van de Vancouver School, een groep Canadese fotografen die in de jaren tachtig doorbraken met een mix van documentaire en conceptuele fotografie. Hij komt uit die stad, waarnaar hij midden jaren zeventig terugkeerde, nadat hij een aantal jaren in Londen had gewoond.


'Ik leerde Londen in die jaren goed kennen en stelde vast dat het landschap daar te groot was voor mij. Dat ik er nooit zou kunnen werken. Dat ik terug moest naar de westcoast van Canada. Dat is een van de grootste fouten die ik ooit heb gemaakt.'


Hij grijnst erbij. 'Dat was een slecht een idee, omdat ik niet inzag dat Londen veel landschappen in zich heeft, ook dat van de westcoast. Ik was kennelijk niet in staat om die beslissing goed te overdenken. Ik was begin 20, het was een impulsief besluit, ik maakte een soort crisis door omdat ik afstand nam van de conceptuele schilderkunst. Ik zag het gewoon niet.'


Een fout met grote gevolgen, want Vancouver is zeer aanwezig in zijn fotografie. Hoewel je ook kunt zeggen dat het landschap inwisselbaar is met dat van andere Noord-Amerikaanse steden. 'Mijn werk heeft veel aan Vancouver ontleend, maar ik zie dat als toeval. Ik had het ook elders kunnen maken. Londen, Rotterdam, Schiphol. Ik heb het in elk geval nooit bedoeld als eerbetoon aan de stad.'


Teruggaan in de jaren zeventig naar Vancouver was aangenaam en vertrouwd. 'Vancouver, maar dat geldt ook voor Londen, was toen overigens een totaal andere stad. Niet af zoals het nu af is.' Bloei en verval leefden naast elkaar. Een nieuw kantoorpand grenst aan een bouwval. Splinternieuwe familiehuizen in de suburb leunen tegen een onheilspellend stukje achterland aan. 'Juist dat contrast, de spanning die in dat soort overgangsgebieden zit, heb ik in mijn werk gebruikt.'


Er is een foto uit 1982, Mimic, met zo'n typisch Noord-Amerikaanse stadsstraat in een buitenwijk. Half industrieel, half woningen. Nauwelijks leven. Een opvallend stelletje loopt op de camera toe, waarbij de man een racistisch gebaar maakt achter de rug van de Aziaat voor hem. Of, nog extremer, de foto A Hunting Scene, een suburbane bebouwing, met een stukje overwoekerd land op de voorgrond dat het goed zou doen als shoot-out van een B-film.


Die tussenplekken, zoals op A Hunting Scene, zijn in de afgelopen decennia verdwenen. In Vancouver, maar ook Londen en Amsterdam, zijn de 'slechte' plekken opgevuld. Steden zijn 'af'. De rafelranden bestaan niet meer, althans niet meer in deze rijke steden.


'Als ik dit soort fotografie wil maken, zal ik het elders moeten zoeken.' Weg uit Vancouver. 'Wat ik misschien dus al in de jaren zeventig had moeten doen.' Een soort van artistieke vlucht. 'Ik weet niet wat het wordt, maar met vluchten is voor een kunstenaar niets mis. Het kan uitstekend werk opleveren.'


Tableaux Pictures Photographs, 1996-2013, foto's van Jeff Wall. Stedelijk Museum Amsterdam, tot en met 3 augustus. Catalogus euro 34,95

CV

Jeff Wall is geboren op 29 september 1946 in de stad waar hij zijn meeste werk heeft gemaakt: Vancouver, in het zuidwesten van Canada. Hij studeerde kunstgescheidenis aan de universiteit van British Columbia en vertrok in 1970 met zijn (Engelse) vrouw Jeanette en twee zoons naar Londen. Daar studeerde hij aan het Courtauld Institute of Art. Halverwege de jaren zeventig keerde hij terug naar Vancouver. Wall had veel Europese schilders gezien en was gefascineerd door werk van onder anderen Goya. In Spanje kwam hij in de jaren zeventig op het idee zijn kleurenfoto's op lichtbakken te monteren. Gewaagd, want dat oogde reclameachtig. Museumfotografie bestond toen nog meestal uit bescheiden zwart-witprints in een nette lijst. Wall brak door in de jaren tachtig. In het Stedelijk Museum had hij in 1985, met de Duitse kunstenaar Günther Förg, een overzichtstentoonstelling. Zijn foto's stellen alledaagse gebeurtenissen voor die aan Walls eigen waarneming zijn ontsproten, maar die voor de foto nauwgezet worden gereconstrueerd. Daardoor ontstaat een mix van realisme en vervreemding. Zelf omschrijft hij zijn werk als bijna-documentair. In het Stedelijk Museum (1 maart-3 augustus) zijn naast de lichtbakfoto's ook prints te zien, waaronder twee nieuwe werken: het tweeluik Summer Afternoons en Monologue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden