Wachten, wachten, wachten

De allergrootsten ter aarde - Stevie Wonder en Pharrell Williams - vielen tegen op North Sea Jazz, maar gelukkig was er soulvolle troost.

Hij mag dan 81 jaar oud zijn, het weerhield Quincy Jones niet van een blijmoedig dansje toen het Metropole Orkest zijn eigen, halve eeuw oude, compositie Soul Bossa Nova speelde. Een uur lang had de componist-arrangeur-producer in de coulissen staan luisteren hoe het orkest zijn bigbandwerk uit de jaren vijftig en zestig fraai en subtiel had gespeeld. Maar voor de toegift was het dirigent Jules Buckley zelf die hem het podium op haalde. Als een kind stond Jones voor het orkest te dansen. Dat beloofde wat voor later op de avond.


Maar helaas, het publiek dat voor het plusconcert extra moest betalen, kreeg slechts drie, in de oren van Jones veelbelovende, muzikanten aan het werk te zien. De rol van Jones bleef beperkt tot een paar plichtmatige aankondigingen. Waar een Champions Leaguewedstrijd was beloofd, kreeg het publiek een stel pupillenteams te zien.


Jammer, en helaas was Jones niet de enige grote naam op het affiche die niet aan de verwachtingen voldeed. Ook Stevie Wonder en Pharrell Williams stelden teleur.


Die eerste begon zaterdag zo veelbelovend. Terwijl een groove als rode loper werd uitgerold, kwam de man voor wie die was bedoeld zo relaxt als zijn baslijntje het podium p. We moesten meezingen: How Sweet It Is (To Be Loved By You). Zo kreeg de artiest naar wie North Sea Jazz op zaterdag had uitgekeken, de Ghandi van de popmuziek, een koor van zo'n 10 duizend man. Stevie Wonder was er en hij zou alles goedmaken, met een messcherpe band en, aanvankelijk, een prima stem.


Maar bij You Got it Bad al kwamen de lage tonen er belabberd uit. Verkouden. Vooruit je hebt wat geduld met Wonders zangoefeningen en je raakt met de tandem Sir Duke/I Wish weer vervuld van de heilige funkgeest. Wat volgt echter, is een lange scheervlucht naar teleurstelling als Wonder blijft steken in hardnekkige preek- annex meezingmodus. Een vijf minuten volgebabbeld intro van Living for The City: en je weet niet meer waarnaar je luisterde. Wachten, wachten. Niet op nog een gesuikerde meezingslogan, niet op Joss Stone die als zingend decorstuk enthousiasme en ongemak combineert als ze Wonder terzijde staat en toekijkt hoe Ebony & Ivory doodbloedt. Nee, gewoon op de betovering van een willekeurige greep uit 's mans repertoire. Waarom dit? Deceptie nummer twee. Pharrell Williams liet vrijdag al zien dat bij hem een concert om het visuele plaatje draait. Met meer danseressen dan muzikanten gaf hij een wervelende soundmixplaybackshow ten beste van eigen nummers en hits die hij voor anderen schreef. Ja, het zal niet zijn beste concert ooit zijn want, och jeetje, hij had zo veel drankjes op backstage. Of we er een beetje begrip voor hebben? En, het moet gezegd, als Gwen Stefani en Justin Timberlake komen buurten op tape, is Willams niet te beroerd er een Make Some Noise tegen aan te smijten.


Er is echter genoeg soulvolle troost in Rotterdam als de allergrootsten ter aarde - junior en senior - tegenvallen. De soulzangeres op leeftijd Mavis Staples moet er wat meer moeite voor doen, de intensiteit is er niet minder om. De Britse Paloma Faith bedient zich als een opgevoerde Minnie Mouse van de ambachtelijke soulscheur, maar fungeert ook fraai als medium voor Billie Holiday en Amy Winehouse tegelijk in God Bless The Child.


Faith trok de Maas vrijdag behoorlijk vol, maar die zou een dag later pas echt uitpuilen toen Snarky Puppy er speelde. Hun vrolijke, opzwepende jazzrockvariant bleek niet vernieuwend, wel heel toegankelijk. Een meerwaarde bleek bovendien de aanwezigheid van drie zangeressen, die de soms wat abstract wordende bandsound een flinke dosis soul gaven. Zaterdag waren het de echte jazzensembles die uiteindelijk de meeste indruk maakten, zoals de bigband die Christian McBride had meegenomen. De bassist, dit jaar artist-in-residence, heeft maar één keer met de vooral Nederlandse blazers kunnen repeteren, maar dat hoorde je er niet aan af. Heerlijke duels tussen McBride, met zijn stuwende contrabas, en de rest, hooguit nog overtroffen door het bontgekleurde Sun Ra Centennial Dream Arkestra aan het slot van de avond.


Zo'n veertig muzikanten had de 90-jarige altsaxofonist Marshall Allen om hem heen staan, en het vormde een nog vrolijker en swingender geheel dan onlangs in Amsterdam. Met een brede lach op het gezicht toog het publiek de nacht in.

Extra: Vijf opmerkelijke optredens

Make zelf some noise

Mag het? Ja, de gemiddelde Amerikaanse megaster draait er zijn hand niet voor om. Maar mag het ook een op een festival als North Sea Jazz? Playbacken of meezingen met een band? Pharrell deed het vrijdag en hij kwam er mee weg. Ook al werd het feest der herkenning met de goedkoopste middelen gevierd, de publieksvreugde was er niet minder om. De keren dat Williams duidelijk te horen was, klonk hij iel, vals of zei hij iets als Make Some Noise. Ach, hij grijnsde die jullie-vinden-me-toch-de-leukste-jongen-van-de-wereldgrijns en het was weer goed. Toch, het wringt op een festival waar muzikaliteit op hoog niveau wordt gevierd als een ster zo gemakzuchtig drijft op krediet.

Wonder wil niet

In de hoofden van de bladenlezers en de bezoekers van North Sea Jazz: Wie doet het met wie? Geen festival zo zwanger van beloften van samen spelen als het Rotterdamse jazzfestijn. Alleen viel dit jaar de oogst een beetje tegen. Kijken, kijken niet kopen. Bootsy en Stevie Wonder keken mee in de coulissen van Robin Thicke. Stevie en Sheila E waren voyeurs bij Pharrell. Alleen Stevie en Joss Stone hadden nog enige zangvrijerij en Sheila E danste wulps met Pharrell. Toen laatsgenoemde echter Wonder op het podium uitnodigde, kwam die op en zei 'maanden geleden vroeg je mijn telefoonnummer. Je hebt me nog steeds niet gebeld.' Er was een sympathieke knuffel en Wonder liep weg. Vast hoofdpijn.

Lalah Hathaway

In het zoals elk jaar met veel soulmuziek doorspekte North Sea Jazz zorgde Lalah Hathaway voor het eerste kippenvel. Bloedmooi was vrijdag haar versie met de Robert Glasper Experiment van Stevie Wonders Jesus Children Of America. Het verlangen naar meer werd een dag later bevredigd met haar eigen show. De in het begin matig gevulde zaal liep steeds voller met publiek. Dat zag een dame die, net als haar vader Donny Hathaway, soul en jazz zeer natuurlijk combineerde. De aangekondigde nieuwe plaat van haar belooft heel bijzonder te worden.

Hup Holland

Het hoge niveau van de Nederlandse jazz is dit jaar niet alleen af te lezen aan de ruime vertegenwoordiging op het NSJ-affiche (Ben van Gelder, Benjamin Herman, Tineke Postma, Reinier Baas en Eric Vloeimans). Ook duiken vele muzikanten op als begeleiders van 'grotere' namen. Candy Dulfer bij Sheila E, Benjamin Herman in de blazerssectie van Dr. John, en de blazersssectie van Christian McBrides bigband: allemaal Nederlanders.


McBride toont zich zeer onder de indruk van het hoge spelniveau, al moet hij bekennen de namen van Jan van Duikeren (trompet) en Vincent Veneman (trombone) na slechts een repetitie nog niet uit zijn hoofd te kennen.

Bigbands

North Sea Jazz pakt elk jaar lekker uit met bigbands, maar zelden stonden er zo veel als dit jaar. Dat is mooi, want het rendabel maken en houden van grote jazzbands is lastig. Voor herhaling vatbaar is het programma X, XL, XXL dat zaterdag in Darling was te zien, met grote bands en orkesten als Trondheim Jazz Orchestra en Sun Ra Arkestra, maar ook elders was er veel ruimte voor grote ensembles als Darcy James Argue Secret Society, Henry Butler samen met Steven Bernsteinn & The Hot 9, en natuurlijk het diverse malen in actie komende Metropole Orkest. Waarvoor hulde.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden