Wachten op wraak

Geschokt keek de wereld toe hoe zich tien jaar geleden in Rwanda een van de grootste massaslachtingen uit de geschiedenis voltrok....

Dat Pheniás Kanyarwanda een oude man is met een Franse doctorstitel deed er niet toe. In Rwanda zijn zoveel mannen geleerd en verdacht van genocide. Iedere onlangs vrijgelaten gevangene – 40 duizend in totaal – moet voor hij terug gaat naar huis twee maanden naar een solidariteitskamp. Dansen en zingen van het nieuwe Rwanda waarin Hutu's en Tutsi's niet meer bestaan. Pheniás Kanyarwanda is een Hutu en hij is bitter. Hij heeft tien jaar onschuldig vastgezeten, zegt hij. Toch stemt hij volgende week op Rwanda's huidige president Paul Kagame.

Kagame wordt op 25 augustus vrijwel zeker gekozen. Dan eindigt de transitieperiode die begon toen het Rwandese Patriottisch Front (RPF) van Kagame in 1994 de genocide op de Tutsi-minderheid stopte. Tien jaar later worden Hutu's lid van het RPF en stemmen ze waarschijnlijk massaal op hun Tutsi-president.

Dat stemgedrag is geen teken van nationale eenheid, en geliefd is Paul Kagame al helemaal niet. De man wordt door zijn vijanden net zo gevreesd als door zijn onderdanen. Maar juist door zijn overwicht en zijn gebrek aan scrupules gaf Kagame de Rwandezen wat ze het meest wensten: stabiliteit.

Daar heeft het jarenlang aan ontbroken. Voordat tussen april en juli 1994 meer dan achthonderdduizend mensen met kapmessen werden vermoord en het kleine land in Centraal-Afrika naam maakte met een van de ergste massaslachtingen sinds de holocaust, was er vanaf 1990 de burgeroorlog. Het leger van uit Uganda teruggekeerde Tutsi's, het RPF, bevocht de Hutu-regering. Na de genocide nam het RPF de macht over. Rwanda kampte nog jaren met invallen van Hutu-rebellen vanuit Congo.

Het is bijna tien jaar later. Rwanda's leiders spreken van democratisering, van nationale eenheid en van verzoening. Vier Rwandese vijftigers, allemaal academici maar afkomstig uit verschillende bevolkingsgroepen, nemen Rwanda de temperatuur op. 'Het geweld is overal', zegt Jean Mbanda over het Rwanda van vandaag, en hij noemt de namen van Rwandezen die het afgelopen jaar werden vastgezet of verdwenen. Hutu's en Tutsi's in de heuvels laten elkaar met rust, maar het politieke geweld is volgens alle vier mannen een groot probleem. Ook de vicepresident van het hooggerechtshof en prominent RPF'er, Tharcisse Karugarama, maakt zich kwaad over 'de arbitraire arrestaties'. Volgens hem zijn ze het gevolg van een nog zwak rechtssysteem. De andere drie Rwandezen wijten de mensenrechtenschendingen aan de vastbeslotenheid van het RPF om de macht niet uit handen te geven.

'De laatste jaren was de repressie door het RPF zo verfijnd en succesvol dat geweld zelden nodig was', zegt Cyimana. Het mechanisme waarmee het regime zijn macht uitoefent, is de angst. Iedereen weet: Paul Kagame deinst niet terug voor bruut geweld. Zover hoeft het meestal niet te komen. De intimidatie door de geheime dienst is volgens Mbanda zodanig dat 'iedere Rwandees bang is te zullen verdwijnen'.

De Rwandezen doen, zegt Jean Mbanda, wat ze altijd al deden: ze wantrouwen ieder ander. En ze liegen. Of, zoals dat in Rwanda heet: de wenselijke waarheid spreken. 'Wij praten veel', zegt Karugarama. 'Rwanda is een land gedompeld in stilte', zegt Mbanda. Ze bedoelen hetzelfde. Geen mens laat zijn ware gezicht zien. Mbanda: 'In plaats van te luisteren naar wat iemand te zeggen heeft, vraagt een Rwandees zich af wat de ander verbergt.'

Dat was al zo toen de Tutsi-koning, de Mwami, zijn door God gegeven gezag deed gelden. Iedere Rwandees was met een ander in competitie om de gunsten van de koning. Die besliste wie welk land kreeg, wie een koe, en de koning kon het gegevene op elk moment weer terugnemen. Lette je niet op bij wat je zei, dan stond dat gelijk aan economische zelfmoord. Soms fysieke zelfmoord, want onvoldoende respect voor autoriteit was ook toen al een doodzonde.

Nu is de politieke stijl van het RPF Afrika niet vreemd. Het hart van het regime is het leger. De president is een gewezen legeraanvoerder en het bestuur is naar militaire snit gesneden. In zo'n militair-politieke cultuur is een bevel een bevel. Een afwijkende mening wordt niet getolereerd en politieke steun wordt onder dreiging verworven. In de Rwandese taal bestaat geen woord voor 'oppositie'. Het woord dat wordt gebruikt is dat voor 'vijand'.

Ook Afrikaans: politiek is een zero sumgame. Wie de macht kwijtraakt, verliest alles – het beste land, de inkomsten van de staat, bedrijven, voetbalclubs en de banen in het openbaar bestuur. Logisch dat de zittende elite alles doet om de macht te behouden. Maar als die macht in handen is van één groep, in dit geval de uit Uganda teruggekeerde Tutsi's, dan krijgt de onderdrukking een etnische kleur.

Ook in het verleden ging de strijd tussen Hutu's en Tutsi's vooral om de macht. Die was eeuwenlang in handen van de clan van de koning. De Belgen verkozen de Tutsi's om het land te besturen. Ze gaven identiteitspapieren uit met een H of een T en scherpten de etnische identiteit aan. In 1959 kwamen de Hutu's in opstand tegen hun onderdrukking. Ze doodden duizenden Tutsi's, verjoegen zo'n honderdduizend mensen naar Congo, Tanzania en Uganda, en namen de macht over. Toen het RPF-bevrijdingsleger van Paul Kagame in 1990 vanuit Uganda Rwanda binnenviel, was dat om op zijn beurt het Hutu-regime omver te werpen.

De Hutu-machthebbers dachten het probleem voorgoed te kunnen oplossen. Ze zouden niet één Tutsi in leven laten, hetgeen zou zijn gelukt als het RPF de genocide niet had gestopt. Bernard Cyimana: 'De kerkhoven met de honderdduizenden doden legitimeren de totalitaire macht van de Tutsi's. Dit land is het hunne. Wij Hutu's hebben het morele recht op een stem verspeeld. Wij moeten het hoofd gebogen houden.'

Maar daar wordt volgens Cyimana nooit hardop over gesproken. In de officiële ideologie van het RPF komen de woorden Hutu en Tutsi niet meer voor. 'Wij Rwandezen', heet het. Wie in termen van Hutu's en Tutsi's over hedendaagse politiek praat, loopt kans te worden beschuldigd van 'divisionisme'. Maar het taboe op etniciteit doet de gevoelens tussen Hutu's en Tutsi's meer kwaad dan goed.

Al staat er in documenten geen H of een T meer, als merkteken in het sociale verkeer heeft het onderscheid nog nooit zo sterk gespeeld, zeggen drie van de vier mannen. Jean Mbanda doet voor hoe Rwandezen elkaar over iemands afkomst informeren. Hij raakt de punt van zijn neus aan: dat verwijst naar de lange, rechte neus van de Tutsi. Dan gaan zijn

Vervolg op pagina 3R

'Onze tijd komt. Laat het tien jaar duren'

Vervolg van pagina 1R

duim en wijsvinger snel aan weerszijden van zijn neusvleugels uiteen. Brede neus, daar heb je een Hutu.

Tharcisse Karugarama is een realistische man. In weerwil van de nationale ideologie spreekt hij over Hutu's en Tutsi's en hun 'geschiedenis van wederzijds wantrouwen'. Maar van een reeds eeuwendurende machtsongelijkheid wil Karugarama niet weten. Hij zegt het de nieuwe geschiedenisboeken na: 'De problemen begonnen pas met de Belgen. Zij hebben hun tegenstelling tussen de Walen en de Vlamingen op onze samenleving geprojecteerd.' Daarvoor, in het rijk van de Mwami, zegt Karugarama, deelden Hutu's en Tutsi's de macht, net zoals in de republiek van Kagame de twee groepen gelijkelijk vertegenwoordigd zijn.

Daar denken de mannen die geen lid zijn van het RPF anders over. Inderdaad, op het platteland doet etniciteit er niet toe. Iedereen bewerkt zijn stukje land en Hutu's en Tutsi's 'delen de armoede'. De problemen ontstonden altijd al in de stad. Daar worden banen vergeven, en mooie banen zijn voorbehouden aan mensen dichtbij de macht. Meestal zijn die geen Hutu. Cyimana: 'Er zijn wel Hutu-ministers, maar dan is het een Tutsi die als secretaris-generaal aan de knoppen draait.'

Dat de Tutsi's zo kort na de genocide de macht nog niet durven delen, daar kunnen de Hutu's in komen. Bitter zijn de Hutu's omdat ze tot op de dag van vandaag als 'minderwaardig' worden behandeld. De goddelijke macht van de koning was volgens Cyimana een denigrerende macht. En, zeggen de Hutu's nog steeds, de Tutsi's wanen zich superieur. Cyimana: 'Ze zijn hoogmoedig en arrogant.'

Het minderwaardigheidsgevoel van de Hutu's is gif voor deze samenleving die zich met het onvoorstelbare moet zien te verzoenen. Als een einde aan de vijandschap al mogelijk is, dan alleen als de daders van de genocide echt spijt hebben. Maar hoe kun je schuld en spijt voelen als je eigenlijk vindt dat je gelijk had? Pheniás Kanyarwanda: 'Waarom hebben wij in 1959 de Tutsi's verdreven? Dat was een reactie. Als je iemand jarenlang onderdrukt, dan komt de dag dat die onderdrukte zich verweert.' De genocide is maar een stapje verder in dezelfde logica: 'Werden wij niet aangevallen soms?'

Bernard Cyimana antwoordt even ontkennend als de andere drie mannen op de vraag of de Hutu's zich schuldig voelen over de genocide. Maar hij zegt meer: 'Ze voelen zich culpabilisé.' Schuldig gemaakt.

Daar is de eeuwenoude controverse: springlevend en dreigend. De Hutumeerderheid is onderworpen aan een door Tutsi's gedomineerde macht. Een door Hutu-handen uitgevoerde genocide ten spijt, de Hutu is nog altijd lijdend voorwerp. De Hutu voelt zich slachtoffer van een valse beschuldiging. En omdat de zijnen het niet voor het zeggen hebben, moet hij door het stof.

Bijna veertigduizend genocide-verdachten hebben in de gevangenis hun schuldbekentenis op papier gezet. In ruil daarvoor werden ze vrijgelaten nog voordat ze zijn berecht voor de aanstaande volkstribunalen. De regering wijst op de bekentenissen als totem van verzoening. Pheniás Kanyarwanda: 'De gevangenen hebben ingezien dat ze om vergeving moeten vragen. Anders sterf je in de gevangenis.'

Verzoening is voor Kanyarwanda een hol begrip. Niet omdat de Hutu's geen berouw tonen, maar omdat 'de sterkste de waarheid verbergt'. De aanstaande volkstribunalen behandelen alleen misdaden door Hutu's gepleegd. RPF-officieren die verantwoordelijk zijn voor oorlogsmisdaden tegen Hutu's, worden voorlopig niet vervolgd. Kanyarwanda: 'Dat heet overwinnaarsrecht.'

In plaats van wroeging leeft onder de Hutu's 'een geest van wraak'. Ook een man die nog nooit geweld gebruikte, Bernard Cyimana, voelt dat zo. 'De wraak van de Tutsi's is daar: wij zijn uitgesloten van de echte macht. Maar wij werken aan onze vergelding. De Hutu's zeggen: 'Laat de Tutsi's in het bestuur. Het zijn onze slaven. Laat de Tutsi's het leger hebben. Het zijn onze waakhonden. Intussen ontwikkelen wij onszelf. Wij Hutu's hebben straks de intelligentsia en de middenklasse. Onze tijd komt. Laat het tien jaar duren. Als de Tutsi's dan het leger en de publieke sector kwijtraken, staan ze met lege handen.'

Zo lang als de Rwandezen verwachten met geweld meer te verliezen dan te winnen, blijven deze frustraties onder water. Wanneer het leven moeilijker wordt, neemt de kans op een gewapend conflict toe. Alleen Tharcisse Karugarama is optimistisch: 'op de UNDP armoede-index zijn we vier plaatsen omhoog gegaan.' Pheniás Kanyarwanda verontschuldigt zich voor zijn afsluitende woorden: 'Wij Rwandezen zijn veroordeeld tot zelfvernietiging.' Jean Mbanda doet monter zijn voorspelling. 'De sociale spanning is te groot. Het duurt hooguit drie jaar voordat we een nieuwe geweldsuitbarsting meemaken.'

Bernard Cyimana, landbouwkundige, zet zijn visie op de toekomst van Rwanda op een rijtje. 'Op dit moment verbouwen we niet genoeg om de hele bevolking te voeden. De bodemerosie is dramatisch, maar we kappen onze laatste bomen om het eten van vandaag te kunnen koken. Omdat we met te veel mensen zijn, kan niemand nog een stuk land een jaar braak laten liggen en raakt de grond uitgeput. Door verandering van het klimaat valt er steeds minder regen. De bevolking zal naar verwachting in tien jaar tijd verdubbelen.'

Dan is Cyimana stil.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden