Wachten op een ongeluk

Op het Binnenhof wordt een blik achter de schermen als ongewenst ervaren. Juist daarover klapt Peter Middendorp graag uit de school....

Kim van Keken

‘Onderdeel’ is ook een woord dat je hier vaak hoort. Eigenlijk heb je hier maar één optie. Je bent onderdeel – meer smaken laat de groepsdruk niet toe. (Fragment uit het verhaal Koket.)

Als onderdeel van de Haagse werkelijkheid geef je doorgaans geen kijkje achter de schermen. Dat is een niet officieel vastgelegde gedragscode, eentje waar de parlementair journalist zich meestal keurig aan houdt. Meestal, want sinds een jaar loopt er een vreemde eend rond op het Binnenhof.

Een vreemde eend die elke dag weer in dagblad De Pers het politieke en journalistieke spel verklapt. In zijn column Vreemdeling in Den Haag beschrijft Peter Middendorp (36) hoe journalisten ‘groepsgewijs’ op die ‘kinderachtige’ wandelgang hengelen naar quotes, terwijl ministers zichzelf uitnodigen voor praatprogramma’s.

In Den Haag wordt niet gesproken over hoe deals tot stand komen. Dus belde de Volkskrant ‘literair journalist’ Middendorp enkele weken geleden of hij als ‘wandelend taboe’ zijn verhaal wilde vertellen voor de serie Haagse Taboes. Prima, vond hij dat. Fijn ook, als het interview vlak voor de presentatie van zijn bundeling columns (onder de titel: Lange Poten) plaats zou hebben.

Deal gesloten. Hij benoemt het gebrek aan de parlementaire reportage, het observeren en beschrijven. ‘Journalisten beschouwen het Binnenhof als eigen terrein, en je schrijft niet over jezelf.’

Het Haagse gewoel op de vierkante kilometer doet hem denken aan de roman Eindelijk oorlog van Herman Koch. ‘Na school liep hij altijd met zijn vader naar een kruispunt. Daar bleven ze hand in hand staan om te wachten tot er een ongeluk gebeurde. Als ze Koch tegenwoordig vragen waar hij was toen Kennedy werd vermoord zegt hij: ik stond met mijn vader op een ongeluk te wachten. Zo zie ik de politiek en journalistiek ook, er gebeurt helemaal niet zoveel.’

Er leek systeem te zitten in de wijze waarop de journalisten zich ten opzichte van elkaar hadden opgesteld. Ze stonden er in clubjes van twee à drie, alle clubjes een eindje uit elkaar. Je kon niet horen wat ze tegen elkaar zeiden, want ze praatten op gedempte toon met elkaar. (Uit: De totale Ferry.)

‘Opschrijven wat achter de schermen gebeurt, is taboe. Dat doe je niet. Je mag de strategie niet blootleggen. Een journalist schrijft in de krant: die en die vindt dat. Maar de journalist schrijft er niet bij waarom de politicus dat ineens vindt. Er zit vaak wat achter, en dat mag niet bekend worden. Je komt er ook niet achter, want de deals worden gesloten in privégesprekken.

‘Maar je voelt het wel, en mensen die thuis zitten, voelen het ook: hier zit iets achter. Wat hij nu zegt, dat meent ie niet écht. Daarom is die roep om authenticiteit ook zo groot. Iedereen die nieuw is op het Binnenhof, voelt het na een tijdje op zijn klompen aan: er is hier iets dat niet helemaal deugt. Een kijkje in de keuken hebben ze liever niet. Dat er iets niet deugt, moet verborgen blijven, anders gaat de magie ervan af.

‘De werkelijkheid is die van een koffieautomaat op een kantoor, maar dat is niet de werkelijkheid die de krant beschrijft. Als ik de kranten lees, lijkt het alsof iedereen altijd ruzie met elkaar heeft, alsof dingen enorm aan de hand zijn. Dan kom je als buitenstaander een kijkje nemen en dan zie je dat politici elkaar kusjes geven en zachte woordjes in elkaars oren fluisteren. Als een Kamerlid vertrekt, staat er in de wandelgang een rij van honderd journalisten met cadeautjes in de handen.’

Femke Halsema gaf hem een knuffel, Fatma Koser Kaya volgde, net als Ineke van Gent. Ik kon niet horen wat ze Sjakie (Kamerlid Jacques Tichelaar, red) in zijn zachte oortjes fluisterden, maar het moesten lieve woordjes zijn, hij begon ervan te stralen. (Uit: Vriendschap.)

‘Journalisten doen voorwerk. Ze hebben het stuk al geschreven en geplaatst vóór het debat. De politicus en de journalist hebben hetzelfde belang, ze willen allebei op de voorpagina. Dan kun je deals gaan sluiten: als jij zegt dat je heel boos bent, kan ik dat op de voorpagina zetten. Dat kan een politicus natuurlijk niet elke dag doen, want dan denkt het electoraat dat hij zijn emotionele huishouding niet op orde heeft.

‘Zo houden de journalisten zichzelf gevangen in een pre-realiteit die nooit werkelijkheid wordt. Want in het echte debat zijn de tegenstellingen helemaal niet zo scherp. Daar is iedereen lief en aardig tegen elkaar.

‘Er zijn nergens zo veel ingewijden als in Den Haag. Het is een verzamelplaats van ingewijden, bronnen en kringen-rondom. In andere vormen van journalistiek wordt heel voorzichtig omgegaan met het gebruik van anonieme bronnen. In de Haagse journalistiek is eigenlijk de helft anoniem.

‘Wat daar achter zit? Als je als journalist iets lelijks over een PvdA’er schrijft, dan heb je dat van een CDA’er gehoord. Dat is gewoon geroddel. Vaak heb ik meegemaakt dat iemand van de ene partij journalisten opzoekt om roddeltjes kwijt te kunnen. De bron mag je dan niet opschrijven.’

Nu stond Max van Weezel, journalist en bestuurslid van Nieuwspoort, op mijn voicemail: ‘Tja’, zei hij, ‘het kon natuurlijk niet uitblijven. Je hebt de code geschonden. Er zijn klachten binnengekomen, mensen zijn boos. Als je me terugbelt, zal ik je toespreken.’ (Uit: Code Blauw.)

‘De sociëteit Nieuwspoort is een soort uitlevering van de journalistieke eer, een amechtige knieval naar de politiek. Voordat daar de code werd ingevoerd, wilden politici nauwelijks praten met journalisten, en nu wel. Als je afspreekt: dat schrijf ik niet op, ja, dan willen de politici wel met je praten.

‘Nieuwspoort was bedoeld om gewoon informeel te praten, maar is verworden tot een vrijplaats om dingen in te fluisteren, te spinnen en te dealen. Die Nieuwspoortcode heeft zich uitgestrekt over het hele Binnenhof. Als je met elkaar dealtjes maakt, dan vertel je dat gewoon niet.

‘Ik had een paar keer langs die code geschuurd, ik wist dat mensen van de PvdA en het CDA mijn stukjes beu waren, en dan gebruiken ze de Nieuwspoortcode om mij het werken moeilijk te maken. Max van Weezel is mijn lievelingsvijand. Dat hij daaraan meedeed. De ene journalist vraagt de andere in te binden. Ik ging schrijven over Van Weezel. Ik heb er een spel van gemaakt, zodat hij het een beetje warm krijgt.’

Maxime Verhagen droeg een donkerblauw pak, met wollen, geblokte sokken. Hij was gebruind, rookte filtersigaretten. Zijn assistente had halflange, zomerblonde haren, en droeg een beige mantelpak met een bescheiden decolleté. Ook zij rookte. (Uit: Zomer.)

‘Ze hebben het altijd over de kloof tussen de politiek en de gewone mensen. Maar die kloof bestaat helemaal niet. Nergens zijn zo veel gewone mensen als in de Tweede Kamer. Dat zijn niet de inspirerende mensen die je er zou verwachten, maar de journalistiek doet wel alsof dat heel inspirerende mensen zijn die heel belangrijke dingen zeggen.

‘Huizinga, de beroemde historicus, heeft gezegd dat het goed zou zijn als nog iets van aristocratie zich tussen de volksvertegenwoordigers zou mengen. Daar ben ik het mee eens. Politiek moet saai zijn, moet niet voor iedereen leuk zijn. Voetbal is toch ook niet voor iedereen? Elitair is niet erg populair meer, al mag je dat niet hardop zeggen. Niet dat ik mezelf als elite beschouw, begrijp me niet verkeerd.’

Halverwege het gesprek onderscheidde Marijnissen enkele soorten journalisten. Eén categorie bestond volgens hem uit ‘explicateurs’. Ze waren dun gezaaid. Je had Frits Wester, Ferry Mingelen en wijlen Kees Lunshof. ‘Daar hoor jij ook bij’, zei Marijnissen. (Uit: Inpakken.)

‘Hij deed een poging me in te pakken. Nou ja, ik was wel onder de indruk van zijn persoonlijkheid. Ik zat er als een schooljongetje bij. De pogingen mij in te pakken zijn zo opzichtig. De VVD was boos op mij, probeerde alles: niet terugbellen, boos bellen met de hoofdredacteur. Dat hielp allemaal niet, ik bleef stukjes schrijven. Als ik nu VVD-leider Mark Rutte tegenkom dan stelt hij me aan anderen voor: dit is Peter Middendorp een belangrijk man. Daar wordt ik alleen maar giechelig van.

‘Het vreemdelingenschap is een samenzwering met de lezer. De buitenwereld moet weten dat er geen verschil is tussen de Kamer en de regering. Ik kijk als buitenstaander naar Den Haag. Dat deed ik in een vorig leven ook al. Ik ben een beetje onthecht enzo. Vrienden zeggen: je hebt van je handicap je beroep gemaakt. Ik maak geen nieuws, ik hoef niet samen te werken met een spindoctor of een politicus.

‘Het is grappig om te zien. Er lopen duizenden mensen op het Binnehof die allemaal iets willen. Iedereen probeert daar controle over te krijgen. Maar hoeveel spindoctors je ook aanstelt, niemand kan er echt controle over krijgen.

‘Als vijf journalisten iets doen, is het voor de zesde vrijwel onmogelijk iets anders te doen, want dan krijgt-ie ruzie met z’n chef. Iedereen rent achter hetzelfde aan.

‘Ik sluit niet uit dat ik word ingekapseld. Maar ik denk het niet. Ik ga niet aan politici vragen: wil je dit voor me doen? Het kan wel zijn dat je blik verandert als je heel lang op het Binnenhof rondloopt. Als er geen ontwikkeling meer zit in de columns, ga ik wat anders doen.’

In de nazit van het Fitna-debat in mijn gezicht geslagen door Mei Li Vos van de PvdA. Het zijn nieuwe tijden in de politiek, nieuwe mores en codes, de hele maatschappij lijdt eronder, de journalistiek ook: ik was er althans als de kippen bij om haar terug te slaan. Zo. Pats. In het gezicht. (Uit: Kermis.)

‘Ze was erg verdrietig over een column. Ik heb mijn eigen rol over die klap wat overdreven. Ik legde mijn vingers op haar wang. Mijn hand is bijna zo groot als haar gezicht, dan ga ik toch geen vuistslag uitdelen.

‘Ik wil niemand in tranen schrijven. Eén op de tien columns gaat over mezelf. Het is niet zo dat iedereen vies is en ik schoon ben. Ik ben natuurlijk zelf de grootste gehaktbal van allemaal.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden