Wachten op de dollarcrisis

De dollar nadert het naoorlogse dieptepunt van 1995. Zelfs Europa's hoogste bankier Jean-Claude Trichet uitte deze week zijn zorgen, tegen het gebruik in....

Alom zoemt het woord 'dollarcrisis' rond. Bezorgd spreken bankpresidenten over de vrije val van de dollar. Europese aandelenkoersen zakken weg, telkens als de dollar terrein verliest. Exporten van niet-dollarlanden lijden; de concurrentieverhoudingen in de wereld worden herschikt. En elke niet-Amerikaan kent de hoofdoorzaak: Amerikanen consumeren meer dan ze produceren en leven de facto op de pof.

Dit kan niet langer zo, is de Europese consensus. Minister Zalm van Financizegt, gevraagd naar een oplossing voor de dollarcrisis: 'Praten helpt niet en op dit moment verwacht ik niet veel van de Amerikanen.'

Het zou zeuws van deze week kunnen zijn, een week waarin de dollar nieuwe dieptepunten opzocht. Maar hierboven worden gebeurtenissen beschreven van tien jaar geleden - toen Gerrit Zalm inderdaad ook al VVD-minister van Financiwas.

Als in april 1995 de dollar een naoorlogs dieptepunt bereikt van 0,70 euro (omgerekend naar huidige euro's ), is daaraan een paniekerige tijd voorafgegaan waarin centrale banken over de hele wereld dollars opkopen, in de hoop de dollar te stutten.

IJdele hoop. Zoals altijd zijn ook deze interventies op de valutamarkt gedoemd te mislukken . Zeventien centrale banken gieten aldus in 1994 en 1995 zo'n drie miljard dollar door het afvoerput je. En de dollar? Die daalt.

Pas later, vanaf 1996, zal de wal het schip keren en de dollar weer omhoog kruipen. Gelokt door de boom op Wall Street, de internethype en de droom van de 'nieuwe economie' trekt kapitaal uit alle holen en gaten van de aardbol naar New York. Genoeg om de munt omhoog te stuwen.

Nu staat de wereld voor een nieuwe val van de dollar. Het woord 'dollarcrisis' duikt weer op. Europa vreest dat zijn prille economische herstel - dat na vele valse starts is begonnen - gesmoord zal worden als de export gaat lijden onder de dure euro. Niet alleen de export naar de VS, maar ook naar dollargerelateerde landen als Rusland, waar de vraag naar blikgroenten uit West-Europa al inzakt.

Donderdag brak Jean-Claude Trichet, president van de Europese Centrale Bank (ECB), met de traditie dat de ECB 'niets vindt' van de externe waarde van de euro, omdat die er niet toe zou doen. Hij doet er inmmiddels wel toe bij de ECB. De dure euro, en de snelheid van de wisselkoersbewegingen, schaden Europa's exportpositie, zei Trichet.

Eindelijk zegt hij het hardop, verzuchtte het bedrijfsleven. In de boardrooms van grote exporteurs is de dollar al langere tijd een zorg.

Japan, dat zich al een decennium lang desperaat uit de crisis tracht te exporteren, heeft dit jaar voor het adembenemende bedrag van 17,8 biljoen yen (grofweg 165 miljard dollar) Amerikaanse dollars opgekocht. Maar niks kan de val stoppen. De arrestatie van Saddam Hussein niet. De geflopte Europese grondwet niet.

Vroeger was alles anders. Tot 1971 is er het zogeheten Bretton-Woodssysteem van vaste wisselkoersen. Als de Europese valuta van toen worden omgerekend in euro's schommelt die koers rond de 1,63 euro per dollar. In dat systeem is de dollar de spil van het mondiale monetaire systeem.

Bretton Woods stoelt mede op de filosofie dat ongetemde kapitaalstromen mogelijk bedreigend zijn . Dit idee wordt geboren met de jaren twintig en dertig op het netvlies. Jaren waarin Duitse hyperinflatie, een beurscrash op Wall Street (toen bankiers die in dag bankroet waren geraakt zich uit het raam stortten) en de Grote Depressie (massawerkloosheid in vrijwel alle rijke economie, mede de basis legden voor het Nationaal Socialisme en de Tweede Wereldoorlog.

Maar Bretton Woods gaat knellen. De Vietnamoorlog slaat gaten in de Amerikaanse begroting. Toenmalig president Richard Nixon ziet niets meer in vaste wisselkoersen en laat het systeem in 1971 imploderen. Sindsdien zweven valuta vrij. Met alle overdrijving en grilligheid die bij financi markten hoort.

Steeds vrijer wordt het kapitaal in de jaren tachtig. De jaren negentig baren een nieuw fenomeen: het flitskapitaal. Machtig veel geld, van pensioenfondsen, ondernemingen en beleggingsfondsen dat de wereld afstruint op zoek naar het hoogste rendement.

Het vrije kapitaal brengt welvaart. Maar ook hyperinflatie. Aandelenkoersen en vastgoedprijzen bijvoorbeeld bereiken eind jaren negentig hoogten die de 'echte' waarde ver te boven gaan.

De wereld is instabiel geworden , stelt Richard Duncan, auteur van het onlangs bij John Wiley verschenen The Dollar Crisis. Na Bretton Woods volgt de ene bankencrisis op de andere. Vaak in 'ontwikkelde ontwikkelingslanden' als Argentinin Mexico. Maar ook Spanje kent van 1977 tot 1985 een bankencrisis. In Japan sleept de bankencrisis zich vanaf 1992 voort. In de VS vallen in de jaren tachtig spaarbanken om. Zulke crises kosten groei en sociale rust.

De vraag naar een munt als de dollar is gebaseerd op twee factoren. Fundamentele, zoals: wil ik investeren in Amerika, zaken doen, wil ik er met vakantie? En financi zoals: hoe hoog is de Amerikaanse rente, wat 'doet' de Dow en is de inflatie laag?

De oorzaken van dollarpieken en -dalen zijn dan ook altijd complex. In 1985 is de dollar onder Ronald Reagan ongekend hoog en zijn de zorgen spiegelbeeldig aan de huidige. Europa importeert inflatie uit Amerika. De VS raken hun spullen moeilijk kwijt op de wereldmarkt en gaan Japan met zijn goedkope auto's en superieure technologie als een bedreiging van formaat zien.

Tien jaar later, onder Bill Clinton, overheerst het vage gevoel dat hij het buitenlandse beleid niet in zijn greep heeft. Ook het tekort op de lopende rekening van de handelsbalans - grofweg het verschil tussen in- en uitvoer - baart zorgen. Dan al.

De Amerikaanse invoer is al decennia structureel hoger dan de uitvoer. Daarvoor heeft Amerika vreemde valuta nodig, die ze inruilt tegen dollars. Dit aanbod van dollars drukt de koers. Zolang anderen de overvloedige dollars opkopen, zijn Amerikanen bevrijd van de last tot sparen en tot eerst produceren aleer te kunnen kopen. Hun consumptie wordt betaald door een groeiende schuld aan buitenlanders.

De dollar is derhalve een 'boemerangvaluta', stelt Duncan. Eerst gaat hij naar het buitenland als exportopbrengst, vervolgens brengen buitenlanders de dollar terug naar Amerika alwaar ze hem investeren . Maar de boemerang komt anno 2004 niet meer terug. Het vertrouwen in de VS is weggesmolten. Het tekort op de lopende rekening van de VS is in 2003 vijf- eshonderd miljard dollar. Zl zinvolle Amerikaanse investeringen om zl geld weg te zetten zijn er niet meer.

Nu de dollar blijft dalen, moeten Amerikaanse huishoudens hun consumptie terugschroeven. Dit gaat groei kosten. Het tekort op de lopende rekening krimpt dan 'vanzelf'. Gevolg: Azial zijn door export gestimuleerde groei zien verdampen. Voor Europa geldt hetzelfde.

Of in de woorden van Robert Rubin, de gerespecteerde oud-minister van Financi 'Er treedt een negatieve spiraal in beweging, die zichzelf versterkt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden