Wacht nog even met sloop kazernes

Met de beëindiging van de opkomstplicht is de samenleving veel schade toegebracht. Gelukkig kunnen fouten soms ongedaan worden gemaakt.

Veel Nederlanders, vooral de wat oudere, vinden de beëindiging van de opkomstplicht voor dienstplichtigen in 1996 nog steeds een groot verlies. Ze zagen hoe de relatief uniforme samenleving die we ooit hadden, plaatsmaakte voor een rommelig tableau van groepen die elkaar nauwelijks verstaan, soms letterlijk niet, en verbrokkeling van de steden langs etnische en religieuze lijnen. Hoeveel multiculturele problemen zouden we nu hebben als de militaire dienst nog bestond, vragen velen zich af.


Orde en discipline maakten plaats voor individualisme, hedonisme, drugsgebruik en overmatig drankgebruik onder jongeren. De naoorlogse dienstplicht was er om Nederland en omgeving te verdedigen tegen de Russen en hun vrienden, maar en passant verdedigden we met minstens zoveel succes onze samenleving tegen moreel verval, vinden velen.


Af en toe staat er iemand op, zoals Ton de Kok in de Volkskrant van 2 mei, met een pleidooi voor herinvoering van de actieve dienstplicht, maar dan anders: ook voor meisjes, wat minder lang dan de oude militaire dienst, en met werken bij defensie als slechts één van de keuzemogelijkheden. Een goed betoog, maar De Kok vergeet een paar redenen om de dienst te herintroduceren, en ook wat vragen.


Een onvermeld pluspunt van dienstplicht is wat hij doet met de dienstplichtige, ook lang na diens afzwaaien. Dat bleek tijdens tientallen interviews met ex-dienstplichtigen voor het Handboek voor de dienstplichtig soldaat b.d. Verreweg de meesten waren blij in dienst te hebben gezeten. Ze hadden daar discipline en doorzetten geleerd, ze hadden moeten functioneren te midden van gemiddelde Nederlanders, ze hadden grote saamhorigheid ervaren en het was ook nog avontuurlijk. Individuele winstpunten dus, die nog steeds doorwerken in de samenleving. Er is zelfs een organisatie, 41DKO, die onze dienstplicht van weleer nabootst, inclusief uniformen, wagenpark en meerdaagse oefeningen op de hei. Leden zijn nostalgische oud-dienstplichtigen maar ook jonge jongens die balen dat ze te laat werden geboren voor de opkomstplicht. Bij 41DKO krijgen ze alsnog een opleiding en een persoonlijke standaarduitrusting en laten ze zich drillen.


Naast de zorgsector, sociaal-cultureel werk en natuur/milieu noemt De Kok defensie, veiligheid en politie als plekken waar de nieuwe dienstplichtigen aan de slag kunnen, en bij defensie vooral op vredesmissies. Daartegen pleit dat sinds 1996 het werk van militairen steeds technischer is geworden en dat dus steeds meer opleiding is vereist, zeker op vredesmissies. Bij de ontvangst van het eerste exemplaar van het Handboek voor de dienstplichtig soldaat b.d. noemde luitenant-generaal b.d. Hans Couzy, bevelhebber der landstrijdkrachten van 1992 tot 1996, dit als zwaarwegende reden waarom defensie anno nu weinig zou hebben aan dienstplichtigen. Traditioneel duurde hun opleiding vier maanden, maar dat zou nu zes maanden of langer moeten zijn, en dan resteert amper tijd voor parate dienst. Dus hoe moet dat met een dienstplicht van zes maanden, zoals De Kok voorstelt?


Anderzijds vereist de verdediging van ons eigen territorium meer personeel, gelet op de dreiging van terrorisme. Dat is het werk van de Nationale Reserve (Natres), nu met drieduizend m/v personeel. De reservisten worden vooral in de eigen woon- en werkomgeving ingezet, een ijzersterk idee. Dat gebied ken je, daarvoor ben je het meest gemotiveerd. En dat sluit dus prachtig aan bij een nieuwe dienstplicht: bijdragen aan de veiligheid in je eigen domein. Om allerlei redenen is de Natres de laatste jaren verzwakt, en een massale injectie met dienstplichtigen zou geweldig zijn om Nederland te beschermen tegen de vijanden van nu.


De Kok ziet defensie als de meest geschikte organisator voor een nieuwe dienstplicht, ook voor degenen die kiezen voor 'softe' richtingen als natuurbeheer en zorg. Daarbij blijft veel onbenoemd, bijvoorbeeld of er weer onderscheid moet komen tussen opleiding en parate tijd, hoe lang de opleiding moet duren en of die deels universeel moet zijn voor alle keuzerichtingen.


Dat laatste lijkt onlogisch, maar biedt juist kansen. Voor alle richtingen zal discipline vereist zijn, en op ideëel niveau kun je in het universele deel van de opleiding benadrukken wat al die keuzemogelijkheden verenigt: dienstbaarheid aan de Nederlandse samenleving. Onze gemeenschappelijke grondslagen, zoals mensenrechten en mensenplichten, zouden onderdeel moeten zijn van het curriculum. En zo ook onze grand strategy: waar zijn we in Nederland, los van alle individuele agenda's, als samenleving mee bezig? Wat verdedigen we eigenlijk? De vragen zijn belangrijker dan de antwoorden, maar die bezinning is nodig.


Op dit moment lijkt een terugkeer van de opkomstplicht onwaarschijnlijk. Maar zoals De Kok terecht opmerkt, leven we in een sterk veranderende maatschappij en wereld, waarin zich soms onverwachte perspectieven ontvouwen. Intussen blijft een debat over herinvoering van de opkomstplicht een ideale graadmeter voor onvrede met de hedendaagse samenleving.


En dan nog een praktisch punt: hangende de mogelijke herinvoering van de opkomstplicht zal defensie ogenblikkelijk moeten stoppen met het afstoten van kazernes. Misschien moet in een aantal gevallen van sloop worden afgezien. En laten we dan meteen een streep halen door de beoogde verkoop van Leopard-tanks.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden