Waarschuwen voor dictatuur, dat was Stef Temming's doel

Bijna twintig jaar lang was Stef Temming directeur van het Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum in Overloon.

Stef Temming.

'Zijn grote verdienste was dat hij van Overloon een echt historisch museum heeft gemaakt. Toen hij in 1986 kwam, trok het vooral families waarvan de vaders en moeders uit eigen ervaring over de oorlog konden vertellen. In 2005 was die overlevering er bijna niet meer', zegt toenmalig secretaris Lambert van den Berg.

Stef Temming was 19 jaar lang directeur van het Nationaal Oorlogs- en Verzetsmuseum in Overloon. Temming initieerde in het museum dat jaarlijks goed was voor 100 tot 150 duizend bezoekers, veel exposities over actuele gebeurtenissen, waarin bedreiging van mensenrechten, vrijheid en democratie centraal stonden. 'Bedreigingen en oorlog zijn niet alleen iets van vroeger, maar ook van nu en ook van hier' zei hij in 2004 in het Utrechts Dagblad.

Temming werd in 2005 ontslagen na een conflict met het bestuur. Hij zou te veel zijn eigen gang zijn gegaan. Vlak na zijn ontslag kreeg hij chronische Q-koorts, waardoor hij arbeidsongeschikt werd. Hij overleed 9 juni in Den Bosch aan een acute hartstilstand.

Temming werd geboren in het Friese Doniawerstal, vlak bij Joure. Zijn vader werkte daar bij Douwe Egberts. Toen Stef 5 jaar was, werd zijn vader gepromoveerd tot bestuurssecretaris op het hoofdkantoor van DE en verhuisde het gezin naar Utrecht. Hij studeerde moderne geschiedenis bij de hoogleraar Hermann von der Dunk aan de universiteit van Utrecht.

Hierbij specialiseerde hij zich in het nationaal-socialisme en de Tweede Wereldoorlog. Zijn afstudeerscriptie ging over de geschiedenis van de Veeartsenijkundige faculteit tijdens de bezetting; een heikel onderwerp vanwege de soms ambivalente houding van deze faculteit in de bezettingstijd. Samen met professor dr. Jan Bank schreef hij in 1981 Van brede visie tot smalle marge, een bundel interviews met prominenten uit de geschiedenis van de SDAP en PvdA .

Hij werd docent geschiedenis, onder meer aan de MO-opleiding in Amsterdam, totdat hij in 1986 directeur werd van het museum in Overloon. Hij was daarvoor geknipt. Zijn voormalige echtgenote Marike van der Knaap: 'Hij combineerde zijn enorme kennis over de oorlog met communicatieve vaardigheden en diplomatieke gaven. En vooral dat laatste was nodig. Zo kreeg het museum een keer onaangekondigd mensenhaar uit Auschwitz toegestuurd. Met grote omzichtigheid moest hij de lastige positie waarin het museum was terecht gekomen toen het hoofd bieden: moesten ze het accepteren of niet?'

In de jaren negentig werd het mes gezet in de subsidies, net nadat Overloon de tentoonstellingscapaciteit had verdubbeld met een hal voor groot militair materieel. Alleen voor educatieve projecten werd nog subsidie gegeven. De nieuwe bestuursvoorzitter Bram Stemerdink dacht aanvankelijk dat er wel een mouw aan te passen was, maar kreeg ondanks zijn Haagse connecties nul op rekest.

In 2005 bood de Zwijndrechtse ondernemer Jaap de Groot zijn particuliere collectie van tweehonderd militaire voer-, vaar- en vliegtuigen aan het museum aan. Deze zou in een apart deel van het Oorlogsmuseum in Overloon moeten worden geëxposeerd dat Liberty Park zou moeten gaan heten.

Temming had zijn bedenkingen, omdat De Groot invloed eiste op het beleid. Daarnaast beschouwde Stef Temming het tonen van oorlogsmaterieel niet als een prioriteit voor het museum. Van der Knaap: 'Hij vond dat juist het waarschuwen voor de dictatuur de belangrijkste taak moest zijn. Toen hij ziek thuis zat, werd hij ontslagen.'

Temming en zijn ex-echtgenote hebben drie kinderen. De laatste jaren had hij een nieuwe vriendin.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden