Waarover praat je na vijf jaar zwijgen? Over de tandarts

Kunstgebit

Uren praten over kiespijn heeft iets Freudiaans.

Mijn beste vriend en ik wisselden vijf jaar geen woord. Vijf jaar lang! Dat schept pas een band. Ervoor belden we vrijwel iedere dag, al sinds we 18 waren. Maar je kunt elkaar wel eeuwig blijven opbellen.

Op een dag belde ik niet, en hij ook niet. Het zwijgen der telefonen duurde een week, en toen een maand, en ten slotte dus vijf jaar.

Ik was alweer 43, toen de telefoon ging. Het was vrijdag de 13de, ik zat bij de tandarts. Daar word ik graag gestoord, blij nam ik op, hopelijk was het urgent en moest ik, hup, de stoel uit en rennend de straat op.

Het was mijn vriend, weliswaar verloren, maar nog altijd de beste. Je kon niks merken aan ons. Dezelfde avond zaten we tegenover elkaar in onze vaste Thai. De chef zette ogen op alsof we uit het nirwana waren gesmeten.

Waarover praat je na vijf jaar zwijgen? Over de tandarts. Ook mijn vriend was die ochtend geweest. Noem het telepathie, ik noem het vriendschap! We lijken in zekere opzichten op elkaar, maar niet in de mond. Zijn onderkaak lijkt op Terschelling, de mijne op de Gaza-strook. Toch is hij banger voor de Witte Wreker dan ik. 'Jij bent Europa, qua geweld', gaf ik er een politieke draai aan. 'Zelf ben ik meer als de Russen. In mijn mond, kameraad, wordt geweld niet geschuwd. Het leven van een kies is er niets waard.'

'Toen mijn tandarts mijn verstandskies trok', zei mijn vriend, 'zette hij eerst een voet op de stoelleuning. Beetje theatraal. Ik zag zijn schoen, een hoge brogue van kalfsleer. Als ik sindsdien iemand met zo'n schoen zie, krijg ik klamme handen.'

'Weet je nog toen ik scheurbuik had?' Ja, dat wist hij nog, de winter van 1993, de groente was duur, de braadworst afgeprijsd en Klaas Vaak was de man die op zondag het vlees sneed. Oprukkende bacteriën in de tandhalzen. De pijn verlegde zijn kalifaat naar mijn neus, waardoor ik steeds moest niezen. Au, zeg.

Pijn indachtig memoreerden we De Snelle Boor uit Marek van der Jagts Gstaad 95-98, wiens autodidactische tandheelkunde we ooit door de telefoon aan elkaar hadden voorgelezen, hij schaterend van angst, ik uit ervaring.

'Er zat ooit een tandarts in krijgsgevangenschap bij nazi's', zei ik, 'die de tanden van piloten van Stuka's moest vullen.'

'De fluitende duikbommenwerper?'

'Die man propte expres te veel amalgaam in de moffenkiezen, zodat ze tijdens duikvluchten door het drukverschil uit elkaar zouden spatten.'

'Vroeger, als je in dienst ging', wist mijn vriend, 'trokken ze aan de kazernepoort al je tanden. Een verstandige piloot draagt een kunstgebit.'

Sabbelend op de gefrituurde bol vanille-ijs gepaneerd in kokos geplukt op het eiland Phuket - traktatie van de chef, met sterretjes, op onze herrijzenis als duo - besloten we dat in één keer alles eruit een oplossing kan zijn.


'Soms is alles te rot.'


'Neem de Islamitische Staat.'


'Waar ze ouders dwingen hun eigen kinderen te onthoofden?'


'Meteen trekken die handel.'


'Spoelt u maar even.'


'Het kan een beetje nabloeden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.