Waarover de mensen zich druk maken

IN EEN KLASSIEKE short story word je in drie zinnen een leven ingeduwd, dan ontwikkelt de plot zich razendsnel, en aan het eind wacht een onverhoedse klapper....

De verhalen van Hans Vervoort zijn klassieke korte verhalen. Hij schreef ook romans, maar het verhaal is het genre dat hem als gegoten zit. Het genre van iemand die én met plezier verzint én vertelt, maar zich er niet met huid en haar aan overgeeft. Net als Kees van Kooten, die andere 'verstaanbare' schrijver uit de jaren zeventig en tachtig die feilloos weet waarover de mensen zich druk maken, kent hij de wereld buiten de zolderkamer van de literatuur, zoals de reclame. Hij hield er een verfrissende stijl aan over, waaruit alle overbodige metaforen en beschrijvingen zijn gewied - die houden de boel maar op.

Dat verhalen de stiefkindjes zijn van de literatuur, van de literaire kritiek vooral, die altijd hunkert naar het echte werk, de Roman, is intussen vooral een verplichte klassieker in de begeleidende post van de uitgeverij - ook dit keer weer, bij Geluk is voor de dommen, de nieuwe verhalenbundel van Hans Vervoort. Schrijvers met een groot talent voor het verhaal - J.M.A. Biesheuvel, F.B. Hotz, Maria Stahlie, Rascha Peper, Manon Uphoff - zijn door de kritiek niet over het hoofd gezien. Maar niet iedereen kan het.

In Geluk is voor de dommen staan een paar goed gelukte verhalen. Het eerste, bijvoorbeeld, 'Maria'. In dat verhaal herkennen twee mannen in driehonderd kilo lillend vet in een praatprogramma op tv de trekken van een beeldschone aanbedene uit hun jeugd, de Italiaanse Maria. Het verhaal speelt in Amerika - uiteraard, want waar anders vreten ze zo onbeschaamd veel en slepen ze iemand vervolgens als afschrikwekkend voorbeeld van gebrek aan wilskracht naar een moralisend tv-programma? Geen van de schooljongens lukte het indertijd om haar te veroveren Zij koos voor een eeuwigdurend luilekkerland en ging er met de suikerspinverkoper vandoor, die haar jarenlang volpropte met taart en kippenpoten. Tot aan het rampzalige einde, want dat ontbreekt natuurlijk niet. De twee mannen, die haar inmiddels hebben opgezocht om haar te redden, zijn er bijna getuige van. Het is een aardig verhaal, dat gehoorzaamt aan alle wetten van het genre.

Onderhoudend, geestig en in gedoseerde mate treurig is 'Oerend'. Een plattelandsidylle. De ikfiguur die van zijn veel jongere vriendin zijn oude jasjes moet weggooien, vindt in een van de zakken daarvan een kladje dat hem terugvoert naar een lang geleden uitgezonden praatprogramma - alweer - op tv. Een blozend slagersechtpaar vertelde toen aan Koos Postema dat ze al twintig jaar volmaakt gelukkig waren, zonder één wanklank. De man en zijn vriendin - nieuwsgierig naar de formule die hun weinig perspectiefvolle relatie misschien kan redden - zoeken het echtpaar op. Na enig aarzelen wordt het geheim onthuld: het bevindt zich in de stal, en het doet denken aan de gymnastiekles.

Net als bij andere verhalen met een inventieve plot - 'Alleen', waarin een overleden zoontje wordt teruggetoverd in zijn kloon, en ''t Moshoes', een ouderwets horrorverhaal - verveel je je geen moment, maar je ligt er achteraf niet wakker van en je wereldbeeld is geen millimeter verschoven. Wie de bundel in één keer uitleest, verlangt meer dan zich niet te vervelen. Het valt op dat alle verhalen stoelen op een leuk idee, dat keurig volgens een geijkt patroon is uitgewerkt.

Verhalen zijn verzinsels, maar die moeten even opflakkeren als onontkoombaar echt; als je herinnerd wordt aan de schrijver met zijn goede idee, is er iets mis. Misschien komt het doordat in veel verhalen een personage op het eind mag uitleggen hoe het allemaal zo gekomen is, alsof de schrijver een maximum aantal pagina's had opgekregen, of de kunst van het weglaten niet kon volhouden.

Twee keer een man die een wanhopige, weggelopen huismoeder herbergt, is te veel, vooral als de echtgenoten beide keren hetzelfde type patser zijn, en de trooster een attente lieverd wiens kinderhand snel gevuld is. Bij de tweede oude, verboden liefde die zich meldt in bewaarde brieven is de verrassing eraf. Eén verhaal, 'Het verlangen', is bijzonder knullig, onder het gebruikelijke niveau van Vervoort. Het onderwerp, een personeelsfeestje waarop de sukkel van het bedrijf valt voor de heerlijke meid van de kantine, is tot op de draad versleten. De manier waarop het is uitgewerkt eveneens: steeds wisselt het perspectief, waardoor je plichtmatig hoort wat hij denkt over haar, en zij over hem.

Wat deze verhalen doorgaans redt, is het tempo van vertellen en de prettige dialogen. Vakwerk. Maar om nu, zoals vaak is gebeurd, bij de naam Vervoort meteen 'Nescio!' te roepen, of 'Elsschot!', is overdreven. Iemand die zijn woorden weegt, schrijft geen clichés op als 'Het was alsof een wensdroom in vervulling ging' en 'Inpakken en wegwezen maar voordat het echt pijnlijk werd'. Een zin als: 'Het gaf een zeldzaam gevoel van rust, maar ook de angst tekort te schieten, te weinig in ruil te kunnen bieden' is een mededeling die niets teweegbrengt. Show, do'nt tell, van dat principe moet een kort verhaal het hebben.

Vervoort onthult over de mensen precies wat we allemaal al dachten en vreesden. Ach, we doen ons best, zeggen deze verhalen, we doen stumperige en aandoenlijke pogingen om er wat van de maken. Straks wacht het graf waarin we verdwijnen, met al onze illusies. Het is niet anders. Maar je hoopt elke keer weer dat een schrijver die waarheid op een verrassende manier inwrijft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.