Waarom zijn onze bossen niet dood?

De massale bossterfte door de zure regen was een hersenschim. Verlos ons van het panisch universum...

Als door een adder gebeten reageerde de milieuminister op een artikel in De Telegraaf. Die krant beweerde dat haar klimaatbeleid niet deugde en herinnerde aan eerdere paniekverhalen die niet klopten, zoals over de massale bossterfte in de jaren tachtig. Nog diezelfde dag, 2 februari, schreef Jacqueline Cramer op haar weblog dat De Telegraaf de wereld op zijn kop zet: ‘Juist omdat mijn voorganger Winsemius goed beleid maakte, is ons een massale bossterfte bespaard gebleven.’

Ik geloof niet dat De Telegraaf altijd gelijk heeft en het is nog de vraag of het klimaatbeleid nu failliet is, maar hoe zat het met die paniek over bossterfte? Was dat vals alarm? En wat is er gebeurd met de zure regen, die gold als de oorzaak van de bossterfte? Waarom horen we daar zo weinig meer over?

Wat moeten we doen als we twijfelen aan de woorden van deze inmiddels voormalige minister? Misschien is het een goed idee het Planbureau voor de Leefomgeving te raadplegen. Als dit Bureau de opdracht van de minister aankan om de fouten van het klimaatpanel van de VN, het IPCC, vakkundig te ontleden, dan is de fout van de minister omtrent de bossterfte een peulenschil. Het treft want de spullen liggen gewoon klaar: de zure-regendeskundige van het Bureau, de atmosferisch chemicus Ed Buijsman, heeft een grondig artikel over de kwestie gepubliceerd in het tijdschrift Studium (nr. 4, 2008).

Waarom zijn de bossen niet dood? Buijsman komt met twee conclusies. De eerste: ‘De aanvankelijke, eenvoudige hypothesen over de ‘stervende bossen’ bleken slecht onderbouwd en op termijn ook niet te onderbouwen.’ Met andere woorden, de voorspellingen over massale bossterfte ontbeerden elk bewijs. Die bossterfte is ons dus niet bespaard gebleven door het succesvolle milieubeleid van minister Winsemius in de jaren tachtig, maar het verhaal van die bossterfte bleek een fabel.

Wat is de rol van zure regen hierin? Zure regen gold als de oorzaak van de massale bossterfte. En zwaveldioxide gold weer als oorzaak van de zure regen. Maar ook stikstofoxiden en ammoniak bleken een rol te spelen. Ook bleek dat de verzurende stoffen in de lucht niet alleen neerslaan door regen, maar voor tweederde deel ‘droog neerdalen’. Dit alles wordt nu ‘zure depositie’ genoemd.

De tweede conclusie van Buijsman: ‘Hypothesen over de directe relatie tussen luchtverontreiniging, zure depositie en de gezondheidstoestand van bossen waren bijzonder moeilijk te onderbouwen.’ Anders gezegd: er was sprake van luchtverontreiniging en ‘zure depositie’, maar er dreigde geen gevaar dat de bossen van Europa daardoor zouden sterven. Dat hele doemscenario van massale bossterfte kan de schroothoop op.

Hoe is het mogelijk dat we zo voor de gek zijn gehouden? Waar kwam die paniek vandaan?

De paniek kwam uit het oosten. De winter van 1978/79 was bar. In Zuid-Duitsland vroor het op een gegeven moment bijna 30 graden. Zulke vorst brengt schade toe aan het bos. Er zijn allerlei weersomstandigheden, organismen en ziektes waar bomen wel eens last van hebben. Zieke bomen zijn heel gewoon. En hoewel wij bomen graag een eeuwig leven toedichten – toch kunnen ze sterven.

Na die barre winter werd in Duitsland een keur van bomen ziek en tegelijk heerste er een sombere Zeitgeist, met werkloosheid, angst voor de neutronenbom en de dreiging van een nucleaire winter met honger en dood. Bovendien raakten volgens de Club van Rome de grondstoffen op en schreef een Duitse politicus de bestseller De planeet wordt geplunderd. Zo kwam het land in een toestand van geen werk, geen idealen, geen toekomst. Het kan een fatale combinatie zijn: een barre winter en een zwartgallige tijdgeest.

En dan was er nog de reëel bestaande luchtvervuiling, zoals die kwaadaardige roetlucht in de bosrijke omgeving van het grensgebied van Tsjecho-Slowakije en Oost-Duitsland, ingesloten door bruinkool en verouderde industrie. Daar kwam geen regen aan te pas – de bossen in een groot gebied ondervonden schade van de rooklucht met hoge concentraties zwaveldioxide. Maar de sterfte beperkte zich tot de naaldbossen op de hellingen van het Ertsgebergte. De dode bomen van dit ‘bomenkerkhof’ waren erg fotogeniek. Ze werden het icoon van de doemscenario’s.

In het jaar na de barre winter van 1978/79 kwam in het toenmalige West-Duitsland het normale verschijnsel van zieke bomen plotseling in een draaikolk van donkere gevoelens en schrikbeelden: zieke bomen werden stervende bossen. Er traden nieuwe, onverklaarbare ziekteverschijnselen op, en men begon te geloven aan een gemeenschappelijke oorzaak van dit alles, iets met industrie en kapitalisme, en het hielp al niet meer dat enkele wetenschappers die ‘nieuwe’ verschijnselen gemakkelijk konden herleiden tot zeldzame en moeilijk herkenbare boomziektes – de onrust was niet meer te stuiten.

Een schare wetenschappers waarschuwde voor een catastrofe. De bodemchemicus Bernhard Ulrich kwam in 1979 met een verklaring: het was de zure regen! Even later voorspelde hij dat ‘de eerste bossen binnen vijf jaar zouden sterven’. Het werd ‘een ecologisch Hiroshima’ en, om het de Heimat goed in te peperen, ‘een ecologische Holocaust’.

En alsof deze typeringen nog niet rampzalig genoeg waren, kwam er een term bij, die wereldberoemd zou worden: das Waldsterben. Dit nieuwe woord kwam van bosonderzoekers zelf. In hun jargon wordt een ziekte waaraan bomen kunnen bezwijken, ‘sterfte’ genoemd, bij voorbeeld das Ulmensterben. In het Nederlands heet dat de iepziekte. Dit nieuwe woord was raak. Italië heeft de Middellandse Zee, Brittannia rules the waves, maar der Wald is de Duitse ziel: O Täler weit, O Höhen, / O schöner grüner Wald. Het begrip Waldsterben werd een publicitaire molotovcocktail, toen Der Spiegel in 1981 een driedelige serie over ‘de zure regen boven Duitsland’ uitbracht. Daarin wordt op dramatische wijze geschetst hoe de zure regen de bossen vergiftigt. Iedereen wist het nu: alle bossen sterven.

Kenmerkend voor wetenschappers als Ulrich was dat hun wetenschappelijke inzichten waren vermengd met maatschappijkritische en apocalyptische opvattingen. En met hun alarmerende uitspraken creëerden ze de paniek waardoor de zure regen en de bossterfte ons meer dan een decennium in de greep hebben gehouden. Een oproep van 132 wetenschappers onderstreepte de dringende noodzaak tot actie.

De politiek kwam onder vuur te liggen: er moest iets gebeuren. In tien jaar tijd besteedde de regering 500 miljoen mark aan 850 onderzoeken, waarbij 170 verschillende verklaringen voor het Waldsterben werden nagegaan.

Ook werden maatregelen genomen om de zure regen te verminderen. Maar het bleef ontbreken aan een goede methode om de ziekte van het bos vast te stellen. Een groep experts stelde voor het verlies van bladeren en naalden tot maatstaf te nemen, andere experts bestempelden deze methode als onbruikbaar vanwege meerduidigheid en gebrek aan precisie. De methode werd toch gebruikt. Het bleek dat het verlies van bladeren en naalden systematisch veel te hoog werd geschat. Maar het plan om een betere methode in te voeren, stuitte op heftig protest van milieubeweging en media. Zij vermoedden dat de regering ‘het stervende bos gezond wil liegen’.

De regering capituleerde, de critici werden uit de groep experts gezet, de onbruikbare methode bleef en nog jaren kwamen er rapporten over een dramatisch verlies van bladeren en naalden. De paniek produceerde haar eigen oneliners: ‘Eerst sterft het bos, dan sterft de mens.’ Maar het bos stierf niet. Toch bleef iedereen zoeken naar de oorzaak van een huiveringwekkende ziekte die niet bestond.

In Nederland vond het doemdenken een vruchtbare bodem. Oud-milieuminister Leendert Ginjaar werd helemaal zenuwachtig: ‘We kunnen niet wachten tot we alles precies weten. We moeten over alle twijfels heenstappen en er moeten nu maatregelen genomen worden. Stel je voor dat over een paar jaar de Veluwe een kale vlakte is.’ Het was 1984. Milieudefensie beweerde dat ‘meer dan 90 procent van het Nederlandse bos is aangetast’, ze organiseerde rondleidingen langs stervende bomen en 10 duizend wandelaars hoorden dat Shell de boosdoener was. Ook Bernlef liet zich meeslepen en schreef een mokkerig gedicht over de zure regen: Wij zijn aangetast als de bomen / door onzichtbare processen

Op de lagere school werd tegen kinderen gezegd dat ze niet in de regen mochten spelen, want daar kreeg je kanker van. In het boek Zure regen over Nederland van Thea Quaedvlieg staat dat in Duitsland het aantal gevallen van wiegendood toeneemt. Er zijn twee- tot vierduizend slachtoffertjes: ‘Het boze vermoeden is gerezen dat de zure regen er wel eens iets mee te maken kon hebben. De luchtvochtigheid waarin verwoestende chemicaliën hun slag slaan, zou de slijmvliezen van de kleine wezentjes laten opzwellen. Een irritatie die het kleine keelgat kan afsluiten en een kindje ongemerkt kan laten stikken.’ Ondertitel van het boek: Eerst de bomen – Dan de kinderen.

In 1985 begon het ministerie van VROM, met de natuurkundige Pieter Winsemius aan het hoofd, de eerste grote milieucampagne onder het motto ‘Stop zure regen’. De plaatjes toonden gezond, ongezond en stervend bos. Winsemius’ opvolger, Ed Nijpels, kwam in 1989 tot het inzicht, in het eerste Nationale Milieubeleidsplan, dat nog maar 20 procent van de Nederlandse bossen te redden was. Wonderlijk hoe iedereen zwichtte voor de apocalyptische verleiding.

Het is natuurlijk goed dat er maatregelen zijn genomen tegen de zure regen. In het Ruhrgebied verminderde de zwaveldioxideconcentratie in de periode 1964-1983, door maatregelen van de regering – en al lang voor de paniek over het Waldsterben begon – van 230 g/m³ tot 20 g/m³. In Nederland geldt voor dezelfde periode een daling van 80 procent. Dat kwam niet door milieubeleid maar door de overgang van kolen naar aardgas. Winsemius heeft alleen een laatste zetje gegeven bij de vermindering van de zure regen.

Maar de bossen waren niet ziek en niet doodziek en zijn het ook nooit geweest. Langzaam hoorden we steeds minder over de bossterfte en toen helemaal niets meer. De bomen groeiden als gekken. En ook horen we vrijwel nooit meer iets over het probleem van de zure regen.

Het zal niemand zijn ontgaan dat er in deze geschiedenis parallellen schuilgaan met het debat over het klimaat. Nadat minister Cramer in januari het Planbureau voor de Leefomgeving had verzocht onderzoek te doen naar de fouten in het rapport van het IPCC, kwam in maart Ban Ki-moon, de secretaris-generaal van de VN, met het verzoek aan Robbert Dijkgraaf, voorzitter van de KNAW, om leiding te geven aan een internationale groep wetenschappers, die de procedures van het klimaatpanel moet doorlichten. Misschien mag ik twee aanbevelingen doen:

1. Ontwar de onontwarbare kluwen van wetenschappelijke, politieke en apocalyptische gezichtspunten. Het gaat niet alleen om de procedures en de fouten, het gaat vooral ook om het ontleden van de ideologische bevangenheid van de wetenschappers.

2. Ontzenuw de paniek over het klimaat. Verlos ons van het panisch universum waarin het altijd 5 voor 12 is.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.