Reportage Aardse paradijzen

Waarom zijn Mexicanen arm én gelukkig? Het mysterie van het Mexicaans geluk

Muur bij het Mexicaanse Tijuana bij de grens met de Verenigde Staten. Beeld Marcel van den Bergh

Mexico mag dan een arm, beklaagd en vervloekt drugsdoorvoerland zijn, het gaat ook door voor aards paradijs waar de mensen knap gelukkig zijn. Dat heeft alles te maken met familie en het omarmen van de dood. De 15de aflevering uit een reeks.

‘Ervoer u gisteren op enig moment liefde?’ Onder een magnifieke groen-blauwe hemel, drinkend van de sterkste koffie van Midden-Amerika, maakt geluks­wetenschapper Mariano Rojas om misverstanden te voorkomen duidelijk dat hij niet doelt op de romantische liefde. De vraag waarmee hij een revolutie in de gelukswetenschap wil bewerkstelligen, is een andere dan die van deelnemers aan het Viva-forum die van elkaar willen weten of ze het gisteren nog hebben gedaan. Bij Rojas gaat het om liefde die ook van tantes en buurvrouwen en de meneer van het ijskarretje kan komen. Voelde u gisteren op enig moment dat iemand om u gaf? Dat iemand blij was met uw bestaan? Toonde iemand genegenheid voor u, niet door uw foto’s op Instagram te liken, maar in uw bijzijn?

Dat is de vraag der vragen, zegt Rojas. Als die vraag in onderzoek wordt opgenomen, dan schieten Latijns-Amerikaanse landen omhoog in klassementen van ’s werelds gelukkigste landen. Dan drinken we nu misschien koffie in het gelukkigste land ter wereld, al is het imago daarvan verbonden met drugsoorlogen, ­epidemische corruptie, afrekeningen, verdwijningen en illegale migrantenstromen waartegen president Trump de Verenigde Staten wil beschermen met een muur.

Aardse paradijzen

Mexico is aflevering 15 in een onregelmatig verschijnende serie over aardse paradijzen. Die plekken zijn even verschillend als de mensen die ze voor paradijzen aanzien: van spectaculaire en extravagante steden tot afgelegen kloosters in de Himalaya. In eerdere afleveringen van de serie figureerden plekken zo verschillend als Zwitserland, Bhutan, Tahiti, Singapore, Cuba en het golfresort van Donald Trump. 
Alle afleveringen zijn terug te lezen op 
volkskrant.nl/paradijs

Vergeet niet, zegt professor Rojas, dat Mexico ook in huidig conventioneel geluksonderzoek vaak betere cijfers haalt dan de Verenigde Staten.

Voelde u gisteren nog ‘de warmte van het hart’? Meer dan 80 procent van de Mexicanen beantwoordde de vraag met ja. Bij hun noorderburen was dat amper 30 procent. ‘Hebt u die warmte ook gevoeld?’, wil de bekendste gelukswetenschapper van ­Latijns-Amerika van mij weten.

Nou en of, want ik kreeg gisteren nog een stevige knuffel van een kogelronde oude mevrouw met een eettentje in een markthal in Mexico-Stad. Die omhelzing dankte ik aan het feit dat ik per ongeluk in mijn barbaren-Spaans het pittige equivalent had besteld van de varkensbuiksoep waar ik vroeger in Oost-Europa ook als de dood voor was. De kogelronde mevrouw en de tien mensen met wie ik aan tafel zat moesten daar zo om ­lachen dat ze mij het uur erna beloonden met forse hoeveelheden vegetarische enchilada’s en andere delicatessen.

De markthal, de mercado is een belangrijke plek in steden en stadjes van, wellicht, heimelijk, ’s werelds gelukkigste land. De papaya’s en de avocado’s zijn daar het goedkoopst, net als de verlengsnoeren, de sportschoenen en de namaak-Levi’s. In een mercado kan bijna ­iedereen voor geringe bedragen eten aan lange plastic tafels. In zo’n mercado dineer je dus nooit alleen, je zit daar tussen mannen met sombrero’s en jongens met petten, tussen middelbare vrouwen met ongelooflijk lange gelakte nagels en jonge moeders met kroost – tussen Mexicanen die horen bij de ongeveer 85 procent die geen budget heeft voor ‘echte’ restaurants met losse tafels.

De tweede keer dat ik bij de kogelronde mevrouw in de mercado van Coyoacan ging eten, zag ze me van een afstand al aankomen: ‘Je bent terug, mijn zoon!’ Het mooie is dat ik in Mexico ook nog ‘zoon’ ben geworden van een allerhartelijkst echtpaar met een eettentje in Aguascalientes, en ‘broer’ van een man bij wie je pittig kunt ontbijten in de mercado van Guadalajara; in ­gewone landen ontmoet je mensen, in Mexico krijg je familie.

Kom daar maar eens om ten noorden van dit paradijs. Als je daar in je eentje reist, dan zit je alleen te eten.

De wijk Condesa in Mexico-Stad met traditionele architectuur. Beeld Marcel Van Den Bergh

Familie is een sleutelbegrip in het verklaren van Mexicaans geluk, zegt Mariano Rojas. ‘Hoeveel tegenslagen Mexicanen ook ervaren, ze hebben bijna altijd een moeder die zich ’s avonds zorgen over hen maakt, een tante bij wie ze kunnen gaan slapen of een opa die ze helpt met het bouwen van een huis.’ Ja, daarom liggen in Mexico in verhouding met de VS zo weinig mensen op straat. Iedereen kan het zien: bij de noorderburen wordt veel meer geld verdiend, maar je hebt daar ook veel meer daklozen. Als je daar pech hebt of het helemaal verprutst, dan staat er geen leger aan tantes en buurvrouwen klaar om de pijn te verzachten.

Dan Mexico, het land waar politici tijdens verkiezingscampagnes worden omgelegd en studenten zomaar verdwijnen, het land dat de pech heeft het laatste doorvoerland te zijn van narcotica naar ’s werelds grootste drugsmarkt, de United States of America. Arm Mexico. Militair leider Porfirio Díaz beklaagde het land omstreeks 1900 op ronduit poëtische wijze: ‘Arm Mexico, zo ver van God en zo dicht bij de Verenigde Staten!’

In geluksonderzoek staat dit beklaagde en vervloekte land bijna altijd in de top-25 (op 23 in het World Happiness Report van 2019), in ‘alternatief’ geluksonderzoek vind je het vaak in de top-10 (2 in de Happy Planet Index van 2016). Wie daar iets van wil snappen, krijgt van Rojas het advies te beginnen op een zócalo oftewel een oud koloniaal plein. Het maakt nauwelijks uit in welk stadje, want bijna overal zijn die pleinen mooi.

Dansen bij een mariachi-orkest op straat in het centrum van Mexico-Stad. Beeld Marcel Van Den Bergh

Op een zócalo gaan ’s avonds hele ­families uit. Drie, vier generaties zitten daar door elkaar, ouderen met wandelstokken, kinderen met ballonnen. Aan een zócalo staat bijna altijd een kerk waar bijna altijd festiviteiten aan de gang zijn.

Een zócalo beschikt doorgaans ook over een muziekkoepel. Onder zo’n koepel speelt een mariachiband, een straatorkest met gitaren, trompetten en violen. Op een zócalo wordt gedanst, en er wordt vaak dansles gegeven, ook aan vele minder getalenteerde senioren. Op een zócalo eten ze ijs en papaya’s en klinken betoverende melodieën uit stokoude, o zo valse draaiorgeltjes. Dichter bij het paradijs dan op een ­zócalo kom je nauwelijks.

Zonder de Deense gelukswetenschapper Meik Wiking was het niet in me opgekomen Mexico te bezoeken voor deze serie over aardse paradijzen. De oorsprong van dit verhaal ligt dan ook op een terras in Kopenhagen. Denemarken was dat jaar in het World Happiness Report weer eens uit de bus gekomen als gelukkigste land ter wereld, maar Wiking deed weinig anders dan Deens geluk relativeren.

Zie je al die boze en treurige gezichten hier? Weet je hoeveel antidepressiva de gelukkigste mensen ter wereld slikken? Heb je de statistieken over eenzaamheid gezien? Het feit dat het meeste geluksonderzoek door West-Europese en Noord-Amerikaanse wetenschappers wordt gedaan, drukt zijn stempel op de uitkomsten, zei Wiking. En tóch zie je soms vreemde uitschieters. ‘Niemand kan bijvoorbeeld precies verklaren waarom Mexico het zo goed doet.’

Met het werk van Rojas, het hoofd van The International Society of Quality of Life Studies, was ik toen nog niet bekend. Rojas werd geboren in een arme familie in Costa Rica en promoveerde later in de economie aan de Ohio State ­University in de VS. Voor zijn Latijns-Amerikaanse intimi gold hij als een ­bevoorrecht mens, maar geen van die intimi was zelf ooit in de VS geweest. Het was in zijn Amerikaanse jaren, ­vertelt Rojas, dat er forse twijfels ontstonden over wat we maar even de moderne westerse manier van leven zullen noemen.

Een typisch voorbeeld: die collega die in de haast meedeelde dat hij een paar maanden eerder was getrouwd. ‘Stel je voor: we hadden zes jaar samengewerkt, en ik wist niet dat hij ging trouwen! In Mexico hoor je aan de universiteit nog dezelfde dag dat de dochter van de portier ziek is. We praten constant over persoonlijke dingen!’ In de VS heb je daar weinig tijd voor: je moet aan honderd eisen voldoen en tweehonderd doelen halen. Het waren in Ohio steevast de Latijns-Amerikaanse docenten die te lang lunchten omdat de kwalen van hun ouders en de verjaardagen van hun kinderen nog besproken moesten worden.

In zijn latere loopbaan specialiseerde Rojas zich in de relatie tussen economie en geluk. Centraal in zijn werk staat het onderscheid tussen ‘fuctie-gebaseerde menselijke relaties’ en ‘persoon-gebaseerde menselijke relaties’. In moderne westerse samenlevingen, stelt hij, heeft de eerste soort de neiging de tweede soort weg te drukken, met alle gevolgen van dien. Mensen worden niet gelukkig op plekken waar ze samenvallen met functies en taakomschrijvingen en ­accounts; ze worden gelukkig op plekken waar – een rijmpje dat als ezelsbrug­getje fungeert voor zijn Amerikaanse lezers – ‘everybody knows their name and everybody’s glad they came.’

Dat klinkt fraai, maar bijna elke armlastige Mexicaan kan je vertellen dat hij zijn slaapplek bij tante graag inruilt voor een hoger salaris; dat hij liever meteen aan het gemeenteloket een document bemachtigt dan drie weken later met hulp van een lieve neef met relaties op het stadhuis.

Een wet die zich haast kan meten met die van de zwaartekracht, is dat in een land waar de familiebanden hecht zijn, armoede, corruptie en onveiligheid ook acte de présence geven. Je kunt daar de politie niet vertrouwen, maar bij je familie ben je veilig, en het is fijn dat oom wat lokale agenten persoonlijk kent. Wie er genoeg van heeft, kan zomaar overwegen het grenshek met de VS te nemen.

Een moeder met haar kinderen in Parque Mexico in Mexico-Stad. Beeld Marcel Van Den Bergh

De vraag of zijn onderzoeken geen heimelijke apologie zijn voor armoede en ondeugdelijke overheden, heeft Rojas al vaak gekregen. Zijn antwoord is eenvoudig: als hij zegt dat geluksonderzoek meer moet gaan over het emotionele leven van mensen, betekent dat niet dat de levensstandaard, de rechtsstaat, de veiligheidssituatie en zo nog wat ‘Latijns-Amerikaanse civiele zwaktes’ geen verbetering behoeven. Tuurlijk wel! De kunst is alleen ‘het kind van het geluk’ niet met het ‘badwater van de verbetering’ weg te gooien.

‘Inkomen is een noodzaak, maar geen waarde’, zegt Rojas. Dat zie je terug in geluksonderzoek: Mexico dankt zijn hoge score daarin ook aan het feit dat de meeste inwoners ‘net genoeg’ of ‘het strikt noodzakelijke’ hebben, je ziet er minder excessieve armoede dan elders in Latijns Amerika.

Nog iets: aardig wat Mexicaanse ­migranten keren jaarlijks vrijwillig uit de VS terug, alleen krijgen die minder media-aandacht dan ‘onvrijwillige’ vertrekkers. Fort Amerika is wat dat betreft anders dan Fort Europa. ‘Gelukzoekers’ die Europa belagen, die komen uit landen in Afrika en het Midden-Oosten die in geluksklassementen onderaan bungelen. Maar als Trump er straks in slaagt zijn muur tegen Mexicaanse ‘gelukszoekers’ te bouwen, kan het échte geluk zomaar aan de zuidkant liggen.

Hoe belangrijk is het bruto nationaal product per hoofd van de bevolking voor het geluk per hoofd van de bevolking? Over die vraag is in de gelukswetenschap volop discussie. Gelukseconoom Mariano Rojas zegt: ‘Over wat echt belangrijk is in het leven, maken mensen vaak liedjes. Nou, hoeveel liedjes ken je die over het bnp gaan?’

Over wat echt belangrijk is, leer je vaak een en ander aan iemands sterfbed. Hoeveel mensen zijn op hun sterfbed nog bezig met het geld dat ze verdienden, de belastingen die ze betaalden, de bazen voor wie ze werkten en de politici op wie ze scholden? Verdraaid weinig. Meer stervenden denken aan de mensen om wie ze gegeven hebben. Zelfhulpboeken bevatten soms de tip jezelf aan het eind van je leven voor te stellen, en de volgende zin af te maken: ‘Ik wilde dat ik meer tijd had besteed aan...’

2 november de Dag van de Doden. Beeld Marcel van den Bergh

Een voordeel dat Mexicanen genieten boven de rest van de stervelingen, is dat zij, ook als ze eenmaal een skelet zijn geworden, onderdeel blijven van hun families, blijven meedrinken van de tequila en hun portie guacamole krijgen.

Mexico’s grootste auteur Octavio Paz (1914-1998): ‘Voor een inwoner van New York, Parijs of Londen is ‘dood’ het woord dat nooit uitgesproken wordt want het brandt de lippen. De Mexicaan daarentegen, staat op goede voet met haar, neemt haar beet, slaapt met haar, maakt haar het hof: ze is een van zijn favoriete speelgoedjes en zijn duurzaamste liefde.’

Neem dat slapen met de dood vooral letterlijk. Menig Mexicaans interieur wordt gesierd door viriele mannen die de liefde bedrijven met reeds tot beenderen verworden minnaressen, en door wulpse vrouwen met viriele skeletten in hun armen. Ach, geen land ter wereld met zo veel geraamtes binnen én buiten. Ze figuren op billboards waarin ze de ‘pure smaak’ van een fruitsap aanprijzen. Ze staan in zwarte avondjurken in de etalages van kledingwinkels. Ze keren terug op aardig wat van de kleurrijke muurschilderingen die dit land rijk is.

Het wordt regelmatig opgemerkt dat die ‘doodshoofdcultuur’ past bij een land waar kogels voor politici of handelaars in narcotica nooit ver weg zijn. Echter: die ‘doodshoofdcultuur’ bestond hier al voor deze plek een doorvoerland werd van drugs, die was hier al voor Spaanse veroveraars deze vruchtbare aarde koloniseerden – toen Noord-Amerika nog werd bewoond door indianen en Midden-Amerika door Maya’s en Azteken. De Spaanse conquistadors zagen vijfhonderd jaar terug hoe de Azteken als de zon laag aan de hemel kwam te staan feesten organiseerden voor hun uit beenderen bestaande ‘dame der doden’, Micteca­cihuatl. In koloniale eeuwen die volgden, werd die inheemse doodscultuur opgezogen door de rooms-katholieke kerk.

2 november de Dag van de Doden. Beeld Marcel van den Bergh

Kijk vandaag de dag naar de Mexicaanse versie van Allerzielen: in geen enkel ander katholiek land gaat 2 november gepaard met grote feesten en eet- en drinkgelagen boven op de ­graven van geliefde familieleden.

Wat nu interessant is: al die skeletten in Mexicaanse straten en interieurs dragen waarschijnlijk bij aan Mexico’s geluksscore. De Britse wetenschapsjournalist Oliver Burkeman stelt het in zijn boek Tegengif. Geluk voor mensen die een hekel hebben aan positief denken als volgt: door hun unieke doodscultuur blinken Mexicanen uit in levenskunst. Zij hebben het klassieke gebod memento mori, gedenk te sterven, volledig in het dagelijks leven geïntegreerd – een contrast met moderne westerse maatschappijen, waar de dood alsmaar meer wordt gecamoufleerd, ‘gecosmetiseerd’ en weggemoffeld.

Dat levert een moderne cultuur op waarin mensen met hulp van sportscholen en plastisch chirurgen de dood zo lang mogelijk op afstand proberen te houden, en op crematierecepties over dezelfde trivialiteiten praten als op jubileumrecepties, alsof de dood er niet bij is. Het vlaggenschip van onze tijd, Google, heeft zelfs een biotechbedrijf opgericht om technische oplossingen te vinden voor de menselijke sterfelijkheid. Maar het is precies dat camou­fleren, bestrijden en wegkijken van ‘de vinger die naar ons allemaal wijst’ dat ongeluk in de hand kan werken. Waar wordt gestorven, zijn mensen gebaat bij een rouw- en doodscultuur, en dan blijken Mexicanen bevoorrecht.

Mexico-Stad, Dag van de Doden. Beeld Marcel van den Bergh

In Aguascalientes ligt het Mexicaanse Museum van de Dood. Waarom Aguascalientes in het oude zilvermijnengebied, ruim vierhonderd kilometer ten noordwesten van de hoofdstad, voor dit belangrijke museum werd uitgekozen, is iets wat je moet weten om het te kunnen zien: de vallei waarin deze stad ligt heeft exact de vorm van een opgebaarde dode, de handen gevouwen.

Het museum heeft een dame des doods die een striptease doet en een boom des doods. Maar het meeste heb ik er geleerd van een toevallige ontmoeting met student Nikki. Want op welke andere plek in de wereld hebben studenten in accountancy gescande zwart-witfoto’s van hun overgrootouders in hun telefoon zitten? Vraag inwoners wereldwijd hoeveel ze weten van hun groot- en overgrootouders en Mexicanen winnen het met gemak. Zij hebben vergeelde fotootjes en soms zelfs schilderijtjes van hun voorouders op een huisaltaar staan.

Met Allerzielen wordt dat bedekt met bloemen en lekkernijen. Inwoners van dit land sterven niet als ze hun laatste adem uitblazen, ze sterven pas als geen levend mens meer aan hen denkt en de laatste herinnering aan hen vervaagt als ze zelfs op 2 november geen tequila meer krijgen. Om te zorgen dat je niet wordt vergeten, heb je familie, en de gelukkigste doden zitten in de smartphones van hun achterkleinkinderen.

‘Heb je Coco gezien?’ vraagt Nikki bij de uitgang van het Museum van de Dood, en niet als eerste in het land waar gestorvenen te eten en te drinken krijgen. Coco: hoe Mexicanen zorgen voor overleden familieleden, staat centraal in deze met prijzen overladen animatiefilm van Disney, waarin hoofdrollen zijn weggelegd voor skeletten. Noem het Disneys eerbetoon aan de zuiderburen. Lang voor Trumps aantreden werden de VS in Mexico al meer gehekeld dan in Iran, maar de film die Mexicanen het meest aanraden en het meest aanprijzen komt ook uit de VS.

Mexico-Stad. Dia de los Muertos, Dag van de Doden. Beeld Marcel van den Bergh

Je kunt zomaar terugverlangen naar een tijd die je zelf niet hebt meegemaakt. De jonge Mexicaanse socioloog en etnoloog Angel Torres verlangt terug naar de tijd van voor de komst van de Spanjaarden, een half millennium geleden.

Door het open raam van zijn felgroen en helblauw geverfde woonkamer valt een baan zonlicht naar binnen, op tafel liggen een papaya en een ananas. Mexico, doceert hij op kalme toon, is een overblijfsel van een aards paradijs. De Spaanse conquistadors die in de vroege 16de eeuw de Vallei van Mexico binnendrongen, die zagen voor het eerst een wereld van overvloed. In deze vruchtbare vallei was de lokale bevolking zo omvangrijk dat ze die onmogelijk geheel konden decimeren. In contrast met zo veel andere plekken in de Spaanse Nieuwe Wereld, overleefden hier miljoenen leden van oorspronkelijke bevolking. Die mengden zich met de Spanjaarden, maar ze droegen hun cultuur, rites en levenskunst op hen over.

Aan het eind van van ons gesprek stroopt Torres zijn overhemd omhoog om mij een getatoeëerd ensemble van Azteekse goden op zijn linkerarm te tonen. Bij het afscheid leert hij mij ‘de pre-koloniale groet’. Daarin geef je iemand geen hand, maar krom je je vingers in de vingers van de ander, zo ontstaat de Mexicaanse variant van yin en yang, noem het maar echte verbondenheid.

De wortels van Mexicaans geluk en levenskunst liggen tussen de piramides van het oude rijk Teotihuacán, zegt Angel Torres. De naam Teotihuacán komt van de Azteken, maar toen zij hier in de 12de eeuw arriveerden was dit rijk al lang ter ziele. Teotihuacán oogde destijds ongeveer net zo als nu, als stad van reusachtige verlaten ruïnes. Ik loop in de bloedhitte van de Piramide van de Zon naar de Piramide van de Maan, zie onderwijl schitterende cactussen, maar concludeer dat gidsen en archeologen met hun uitleg camoufleren dat ook zij verdraaid weinig over deze plek weten.

Het mysterie van de Mexicaanse levenskunst zal ik hier niet ontrafelen. En dus ga ik maar aan tafel in de nabijgelegen mercado om Mexicaanse familieleden te ontmoeten.

Later op dezelfde dag begint de pompbediende die mijn tank volgooit over haar vader die twee jaar dood is, hij zit in haar telefoon, haar grootouders ook. Kóm daar maar eens om als je tankt in de VS of Europa, daar is je relatie met pompbediendes ‘functie-gebaseerd’. Misschien is het geheim van Mexico niet alleen dat de inwoners zich nog lang hun voorouders herinneren, maar ook dat reizigers zich nog lang mensen herinneren die ze elders snel vergeten, mensen als pompbediendes.

Mexico, Tapachula. Een vluchtelingengezin krijgt eten van opvang waar ze tijdelijk zitten. Beeld Marcel Van Den Bergh
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden