Waarom zie je vlekken als je in een fel licht hebt gekeken?

In de zon kijken is gevaarlijk: bij een zonsverduistering worden we er uitgebreid voor gewaarschuwd en zijn er zelfs allerlei brilletjes te koop die schade aan de ogen zouden kunnen voorkomen. Toch krijgen we onbedoeld weleens dat felle schijnsel in onze ogen, al is het maar via de reflectie in een raam of op het water tijdens een dagje zwembad. Dansende vlekken voor de ogen zijn het resultaat. Hoe komt dat? Wat gebeurt eigenlijk in je oog als je in de zon kijkt?

Een stel geniet van de zon op het strand bij Domburg Beeld anp

Een lastige vraag, vindt Nomdo Jansonius, hoogleraar oogheelkunde bij het UMC Groningen: 'We willen natuurlijk niet dat lezers massaal in de zon gaan kijken.' Dat is niet verstandig, omdat onze ogen buitengewoon goed zijn afgesteld om een mooie scherpe afbeelding op het netvlies te maken. Vergelijk het met een loep waarmee je een droog blaadje of een oude krant in brand steekt, zegt Jansonius: dat lukt omdat de loep de zonnestralen met al hun energie naar één punt dirigeert. In ons oog zit een lens die als zo'n brandglas werkt. Die lens zorgt voor een scherp beeld op het netvlies, al dan niet geholpen door een brillenglas, maar een scherp beeld van de zon geeft een ernstige brandplek - met mogelijk blijvende schade en slechtziendheid tot gevolg.

Een vlek

Heel even in een fel licht kijken overkomt iedereen weleens. Een natuurlijke reactie is dat je dan je ogen dichtknijpt of ergens anders heenkijkt. Als het een tel duurt, kan dat in principe geen kwaad, maar je merkt het wel meteen: je ziet een gekleurde of donkere vlek in beeld en daardoor is scherp zien een tijdje niet mogelijk. Het deel van het netvlies waar het zonlicht op terechtkwam, is tijdelijk ongevoelig voor licht geworden - daar zie je een vlek.

Dat komt door gewenning, de zogenoemde lichtadaptatie, zegt Jansonius: het oog past zich razendsnel aan de hoeveelheid licht die binnenkomt aan. De pupil verkleint om minder licht door te laten, maar ook met de kegeltjes en staafjes verandert er iets. In het netvlies zitten miljoenen van die cellen, die maken dat we kleuren en licht en donker kunnen onderscheiden. Daarvoor bezitten ze lichtgevoelige pigmenten, die via een kettingreactie zorgen voor een signaal naar het brein. Komt op een bepaalde plek op het netvlies veel licht binnen, dan is het pigment in die cellen al snel verbruikt. Dat hoeft maar enkele seconden te duren, zegt Jansonius, maar op die plek raakt het netvlies in een keer een stuk minder gevoelig voor licht.

De vlekken die je daardoor ziet zijn gelukkig maar van korte duur: de staafjes en kegeltjes gaan hard aan de slag om nieuw pigment aan te maken. Het aanmaken van nieuw pigment duurt wel een tijdje, zegt Jansonius: 'Vergelijk het met een donkere kelder waarin het ook een minuut of tien duurt voordat je iets kunt onderscheiden.' Overigens zijn kegeltjes, waarmee we kleur zien, vier keer sneller hersteld dan de staafjes, die je nodig hebt in de donkere kelder. Bij de donkeradaptatie is vitamine A betrokken - mensen met een vitamine A-tekort hebben daarom ook last van nachtblindheid.

Ook een vraag voor deze rubriek?

Mail naar gezond@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden