Analyse Asielprocedure

Waarom wordt voor Lili en Howick geen uitzondering gemaakt?

‘Stuur ons alsjeblieft niet naar een weeshuis in Armenië’, schreven Lili (12) en Howick (13) in een laatste noodkreet aan staatssecretaris Harbers, premier Rutte, de koning en de koningin. Als hun smeekbede niet wordt verhoord worden de twee kinderen aanstaande zaterdag op het vliegtuig naar Armenië gezet - als de autoriteiten de twee kunnen vinden, volgens het AD zijn ze ondergedoken. Lili en Howick zijn in mei 2008 met hun moeder naar Nederland gekomen. Waarom maakt de staatssecretaris geen uitzondering voor dit tweetal? 

De twee Armeense kinderen Lily en Howick. Beeld ANP

Lili en Howick zijn volop in de publiciteit sinds de Raad van State, de hoogste bestuursrechter, 24 augustus oordeelde dat ze kunnen worden uitgezet. De twee in Nederland opgegroeide kinderen vrezen het vooruitzicht van een leven in een land dat ze niet kennen. Recht op een verblijfsvergunning hebben ze niet, omdat Armenië een veilig land is. Hun laatste strohalm is de publiciteit zoeken om de publieke opinie te beïnvloeden – wat de staatssecretaris zou kunnen overhalen voor hen een uitzondering te maken.

Dat is vooralsnog niet gebeurd. De dreigende uitzetting van in Nederland gewortelde asielkinderen leidt vaker tot ophef. Sommigen van hen mochten alsnog blijven. Zoals in 2011 de Angolese tiener Mauro, die van de toenmalige CDA-asielminister Gerd Leers eerst tijdelijk mocht blijven (en later een permanente verblijfsvergunning kreeg). Voor het 14-jarige verwesterde Afghaanse meisje Sahar die toen ook het nieuws haalde, wilde de minister eerst die uitzondering niet maken, maar later kreeg ze toch een verblijfsvergunning.

Staatssecretaris Harbers (VVD) zegt nu geen aanleiding te zien zijn oordeel te wijzigen. Waarom geen uitzondering maken voor deze duidelijk in Nederland gewortelde kinderen, is de vraag. We gaan nooit op individuele gevallen in, antwoordt zijn woordvoerder.

Expres rekken

Al op 5 oktober 2009 ontving moeder Armina een afwijzing op haar asielaanvraag. Maar zij is blijven procederen – expres rekken, volgens critici. Zoals zoveel asielzoekers, die hopen op een beter bestaan in Nederland, voor henzelf en hun kinderen. Sommige asielgezinnen krijgen alsnog een verblijfsvergunning, waardoor anderen weer hoop krijgen en doorgaan met procederen. Vaak ook moeten de gezinnen na een jarenlang verblijf in Nederland alsnog het land uit.

‘De angst van de regering is: als we voor Lili en Howick een uitzondering maken, gaan veel andere gezinnen zo ook hun kans wagen’, zegt kinderrechtenjurist Martine Goeman van Defence for Children. Onterecht, vindt zij. ‘Deze zaak is alleen al uniek, omdat hun moeder een jaar geleden is uitgezet.’

Een bewindspersoon kan naar eigen inzicht besluiten dat een afgewezen asielzoeker toch een verblijfsvergunning krijgt, als hij de situatie bijvoorbeeld uitzonderlijk schrijnend vindt. Waarom de staatssecretaris in dit geval geen gebruik maakt van deze discretionaire bevoegdheid, zullen we nooit weten, zegt hoogleraar Europees asielrecht Hemme Battjes van de Vrije Universiteit. Want als een bewindspersoon zou vertellen waarom hij in een bepaalde zaak op eigen gezag een uitzondering maakt op de wet, zouden anderen zich daar weer op kunnen beroepen, en dat is juist niet de bedoeling.

Unieke opeenstapeling

Gerd Leers, van 2010 tot 2012 minister van immigratie en asiel, vond het beoordelen van dergelijke verzoeken ‘het meest onaangename wat je kunt meemaken’. ‘Heel wat keren’ verleende hij de verblijfsvergunning, maar ook vaak niet. ‘Er moet een dusdanige opeenstapeling zijn van schrijnende omstandigheden die bovendien uniek zijn, om een uitzondering te rechtvaardigen’, zegt Leers. ‘Je kunt er niet lichtvaardig mee omgaan, want het gaat over het overrulen van een wet waarin we met elkaar hebben afgesproken hoe we mensen toelaten. En als je de een wel toelaat en de ander niet in eenzelfde situatie, wordt het onrechtvaardig.’

Met de moeder van Lili en Howick, die psychische problemen heeft, gaat het ondertussen zo slecht in Armenië, dat het zeer de vraag is of ze daar voor haar kinderen kan zorgen. Hun vader is niet in beeld. Volgens de Raad voor de Kinderbescherming zouden de kinderen niet mogen worden uitgezet zolang in Armenië geen goede huisvesting, scholing en zorg voor hen is geregeld. Maar daar had de hoogste bestuursrechter geen boodschap aan.

Hoogleraar Battjes ziet in deze zaak een botsing van het vreemdelingenrecht en het familierecht, ‘met sterke kinderrechten’. ‘Bij het vreemdelingenrecht verdwijnen kinderrechten naar de achtergrond. Asiel wordt alleen verleend als iemand in eigen land dreigt te worden opgesloten, gemarteld of gedood. Dat de situatie in een land niet zo prettig is, zeker voor kinderen die hier zijn opgegroeid, is onvoldoende grond voor een verblijfsvergunning.’

Battjes kan begrijpen dat kinderrechtenorganisaties vinden dat het vreemdelingenrecht meer rekening zou moeten houden met kinderen. ‘Maar het is heel lastig om kinderrechten in dat vreemdelingenrecht te integreren, zonder dat heel veel ouders en hun kinderen uit landen waar mensen het wat minder goed hebben dan hier, er ook onder zouden kunnen vallen. En als je het zou kunnen regelen voor een hele kleine groep, zijn er weer schrijnende gevallen die net buiten die regels vallen.’

Te lange procedures

Volgens de kinderrechtenorganisatie Defence for Children zijn er nog 400 asielkinderen in Nederland zonder verblijfsvergunning, die hier langer dan 5 jaar verblijven. De definitieve regeling van het Kinderpardon, die vanaf mei 2013 van kracht is voor deze groep, is volgens Goeman zo streng, dat er nauwelijks een kind voor in aanmerking komt. ‘Bijvoorbeeld omdat niet kan worden aangetoond dat de ouders hebben meegewerkt aan hun vertrek.’

Voormalig asielminister Leers: ‘Het achterliggende probleem van de te lange procedures moet worden opgelost. Een asielaanvraag zou binnen een jaar afgewikkeld moeten zijn. Anders krijg je telkens weer dat kinderen hier geworteld raken, en dan wordt het moeilijk.’

In dit krachtenveld zitten Lili en Howick, die geen Armeens spreken en niets kunnen doen aan deze omstandigheden. ‘Wij wonen al 10 jaar in Nederland. Al onze vrienden en vriendinnen zijn hier’, zeggen ze.

Uit een onderzoek eerder dit jaar naar de situatie van andere teruggekeerde in Nederland gewortelde kinderen naar Armenië blijkt dat het veel van hen slecht vergaat. Ze leven in armoede, voelen zich niet thuis in Armenië en hebben psychische problemen. Omdat ze de taal niet spreken kunnen ze niet goed mee in het onderwijs. Sommigen gaan helemaal niet naar school.

Defence for Children organiseert donderdag een demonstratie in Den Haag om Lili en Howick dit lot te besparen. ‘Wij zien dat er steun voor hun is in de samenleving. Het kan nog steeds dat de staatssecretaris besluit dat de kinderen toch een verblijfsvergunning krijgen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.