Waarom wordt dader van vernieling Joods restaurant geen terrorist genoemd?

'Je moet het natuurlijk wel kunnen bewijzen'

Woensdag staat de ruitenvernieler van het koosjere restaurant HaCarmel voor de rechtbank. Maar niet wegens een terroristisch oogmerk. Wat is het verschil met de aanslag op de moskee in Enschede vorig jaar, vraagt eigenaar Baron zich af.

Restaurant Hacarmel Foto anp

'Allahu Akbar' en 'Palestina' riep de 29-jarige Palestijnse-Syriër die op 7 december gewapend met een Palestijnse vlag de ruiten insloeg van Joods restaurant HaCarmel in Amsterdam-Zuid. De beelden hakten erin bij de Joodse gemeenschap, waar het rinkelende glas herinneringen opriep aan de Kristallnacht en een groot gevoel van onveiligheid gaven.

Ondanks de duidelijke ideologische motivering en de angst die zijn actie veroorzaakte, wordt de dader niet aangeklaagd voor een daad met terroristisch oogmerk. Het Openbaar Ministerie heeft na twee dagen van verhoor en psychiatrisch onderzoek besloten de man met een dagvaarding en een straatverbod heen te zenden wegens vernieling en diefstal van de Israëlische vlag die bij HaCarmel voor de deur hing. Woensdag moet hij voorkomen.

Het is een vervolgingsbesluit dat het Openbaar Ministerie afgelopen weken op kritiek kwam te staan. Onder meer van Daniël Baron, de eigenaar van HaCarmel, die vorige week het verhoor met de ruitenvernieler kreeg toegestuurd. 'Daaruit blijkt dat hij zulke uitgesproken politieke motieven had.' Baron begrijpt niet hoe deze zaak verschilt van de vier mannen die begin vorig jaar molotovcocktails gooiden naar een moskee in Enschede. Daar werd wel een terroristisch oogmerk ten laste gelegd, en bewezen verklaard.

Om te beoordelen of een misdrijf een terroristisch oogmerk heeft, is artikel 83a van het Wetboek van strafrecht van belang. Daarin staat dat de dader het doel moet hebben de bevolking of een specifieke bevolkingsgroep angst aan te jagen. Of dat de bedoeling is een overheid of organisatie te dwingen iets 'te doen, na te laten of te dulden'. Wanneer er sprake is van een terroristisch gemotiveerde actie, wordt de maximumstraf met de helft verhoogd. Voor een vernieling (maximumstraf twee jaar cel) kan de rechtbank bij terroristisch oogmerk dus drie jaar opleggen.

Terrorismedeskundige Teun van Dongen (geen jurist) is een van de mensen die afgelopen week onbegrip uitsprak over het besluit artikel 83a niet toe te passen. Uit de reacties van de Joodse gemeenschap blijkt volgens hem overduidelijk dat de actie daar voor angst heeft gezorgd. 'En de actie had bovendien tot doel het beleid van Trump en Israël te bekritiseren.'

Dat het verder weinig geloofwaardig is dat gebroken glas in Amsterdam invloed heeft op internationale politiek, doet volgens Van Dongen niet ter zake. 'Er zijn heel veel aanslagen die we als terroristisch beschouwen en waarvan je niet kunt verwachten dat ze veel invloed hebben. Bovendien, veel terroristen zijn aanhangers van een 'duizend-steken-strategie' door een aanhoudende reeks grote en kleine aanslagen denken zij invloed te hebben.'

Maar onder juristen is er wel degelijk begrip voor de terughoudendheid van justitie. Onder meer van advocaat Jan Lintz, die in 2007 promoveerde op de verhouding tussen antiterrorismewetgeving en strafrecht. 'Ik zie 'm ook niet', zegt Lintz (die niet bij de zaak is betrokken) over het terroristisch oogmerk. In de eerste plaats omdat de dader tijdens het verhoor nadrukkelijk heeft ontkend dat zijn daad antisemitisch was. Lintz: 'Ik ben er natuurlijk ook niet direct van overtuigd dat die man niets tegen Joden heeft, maar je moet het natuurlijk wel kunnen bewijzen.'

Ook de stelling dat de gebroken ruiten een overheid of organisatie zouden aanzetten beleid te wijzigen, lijkt Lintz lastig houdbaar. 'Dan moet hij er oprecht van overtuigd zijn geweest dat hij met zijn actie Israël en Trump op andere gedachten zou brengen. Maar dat is niet geloofwaardig. Het lijkt veel meer een impulsieve actie van iemand die zeer gefrustreerd was.'

Dat is volgens Lintz ook een verschil met de molotovcocktails tegen de moskee in Enschede. In die zaak bleek volgens het OM uit appberichten en verklaringen dat de verdachten moslims angst aan wilden jagen, ook wilden zij de gemeente afschrikken om vluchtelingen op te vangen. Lintz: 'Bij veel andere moskeebranden waar zulke duidelijke motivatie ontbrak, is het terroristisch oogmerk ook nooit opgelegd.'

Advocaat Bart Nooitgedagt, die veel terrorismeverdachten heeft bijgestaan, ziet nog een andere reden om terughoudend te zijn met het vervolgen voor terroristisch oogmerk. 'Het begrip terrorisme zou erdoor aan inflatie onderhevig kunnen raken', zegt hij. Technisch gezien is het verschil tussen het inslaan van een ruit met politieke motivatie bijvoorbeeld niet veel anders dan een politieke leus op de muur kalken, stelt Nooitgedagt.

Zeker is in elk geval dat het de rechtbank niet is ontgaan dat het een beladen zaak betreft. Hoewel het OM de verdachte wilde laten voorkomen bij de politierechter (één rechter), besloot de rechtbank maandag om de zaak te laten behandelen door een college van drie rechters. Met als belangrijk verschil dat zo'n 'meervoudige kamer' hogere straffen dan een jaar cel kan opleggen, en tbs. Lintz: 'Het moet vertrouwen geven dat de rechtbank bij zo'n maatschappelijk omstreden zaak het hele arsenaal aan straffen en maatregelen ter beschikking heeft.'