10 vragen Kerncentrale Borssele

Waarom wilde Borssele de omstreden brandstof Mox gebruiken?

Covra radioactief afval in Borsele. Beeld Raymond Rutting Photography

De kerncentrale van Borssele gebruikt een mengsel van uranium en plutonium als splijtstof, genaamd MOX. Het is duurder dan uranium en ook nog eens een potentieel doelwit voor terroristen. Waarom is er voor deze ‘moeilijke’ weg gekozen? Tien vragen. 

Vijf jaar geleden begon de kerncentrale van Borssele met een nieuw soort splijtstof. Tot dan toe draaide de centrale op verrijkt uranium. Maar sindsdien is elk jaar een aantal staven ingevoegd die plutonium bevatten. Inmiddels bestaat 40 procent van de 121 staven uit een mengsel van uranium en plutonium. Gemengde oxides dus, in het Engels afgekort als MOX. 

Afgelopen drie weken werden weer 24 splijtstofstaven gewisseld, waarvan 8 MOX, met plutonium dus. Zaterdag was deze operatie gereed en herstartte de centrale weer.  

Het gebruik van MOX is omstreden, omdat plutonium de springstof is voor kernwapens. En dus mogelijk een doelwit voor terroristen. De vraag is waarom ‘Borssele’ juist deze moeilijke brandstof wilde gebruiken.

1. Is dat niet een gangbare brandstof dan?

De meeste centrales draaien op uranium als splijtstof. Er zijn in de wereld rond 450 kerncentrales, en daarvan gebruiken er zo’n 35 MOX. Dat maakt de centrale van Borssele al bijzonder, maar hij is zelfs uniek. Volgens Jan Wieman, bij de centrale verantwoordelijk voor de splijtstof, heeft Borssele ‘20 procent meer plutonium in de kern dan enig ander lichtwaterreactor’. Borssele is wereldkampioen MOX.

Plutonium komt wel voor in die ‘gewone’ kerncentrales. Het is een splijtingsproduct dat in de kernreactor wordt gevormd uit uranium. In de opgebrande staven zit rond 1 procent plutonium.

2. Hoe komt die plutonium in de splijtstof?

Tijdens de kernreactie in een centrale verandert een klein deel van de uranium in plutonium. Als de splijtstof ongeveer vier jaar zijn werk heeft gedaan, bevat die rond 1 procent plutonium.

Die staven kunnen vervolgens voor de semi-eeuwigheid worden opgeslagen als nucleair afval. Of ze kunnen worden opgewerkt in speciale opwerkingsfabrieken. Dat is wat Borssele al vanaf het begin in 1973 laat doen. De uitgewerkte staven gaan naar Frankrijk, naar de opwerkingsfabriek van Orano in het Normandische La Hague. Daar worden uranium en plutonium teruggewonnen. In een andere fabriek van Orano worden de MOX-staven gemaakt: grotendeels uranium, enkele procenten plutonium. Per staaf gaat het om rond 25 kilo plutonium. Die MOX-staven kunnen in eenzelfde soort centrale als de ‘gewone’ uraniumstaven; er zijn maar kleine aanpassingen nodig.

3. Waarom is dit gebruik van MOX zo omstreden?

Je kunt er atoombommen mee maken. Of, veel makkelijker: vuile bommen. Dat is een gewone bom, waarmee je oxide van plutonium of uranium bijvoorbeeld over een stad verspreidt. Stel je maar de angst voor die dergelijk nieuws zou opwekken: de bevolking zou maken dat ze wegkwam.

Op zich is plutonium in een kerncentrale dus doodnormaal; het ontstaat als splijtingsproduct. Op die manier heeft de centrale van Borssele in zijn bestaan al veel plutonium geproduceerd. Maar die plutonium zat in de opgebrande splijtstofstaven. Die zijn gloeiend heet en levensgevaarlijk stralend. En dus niet te stelen. 

Maar de plutonium in de verse MOX-staven komt niet aan als afvalproduct uit de reactor, maar gaat er als verse brandstof in. Die staven zijn maar weinig radioactief, en heet zijn ze al helemaal niet. Diefstal is denkbaar. Ook verse uraniumstaven zijn best ‘steelbaar’, maar daarmee kun je geen bom maken.

Daarom wordt MOX gezien als een risico voor de verspreiding van kernwapens. Om die reden besloten de Verenigde Staten in 1977 te stoppen met het opwerken van opgebrande splijtstof. De hoeveelheid plutonium die moet worden bewaakt, groeit trouwens toch elk jaar. Amerika en Rusland samen hebben voor 17 duizend bommen overbodige plutonium liggen, en weten niet wat ermee te doen.

4. Moet die MOX dan niet extreem beveiligd worden?

De ANVS, toezichthouder op de nucleaire industrie, zegt dat MOX valt onder de zwaarste categorie nucleair materiaal, categorie I. Dat betekent dat transporten worden ‘begeleid’, lees bewaakt. De gewone uraniumstaven vallen onder een soepeler regime (categorie III), waarbij geen bewaking meegaat. Verdere details verstrekt de ANVS niet.

Greenpeace slaagde er in 2011 al eens in de aanvoer van splijtstof te blokkeren. Daarmee dacht Greenpeace aan te tonen dat ook het stelen van de lading mogelijk is.

De Amerikaanse onderzoeker Alan Kuperman is niet onder de indruk van de beveiliging. In zijn boek Plutonium for Energy? dat een half jaar geleden verscheen, stelt hij dat er tenminste twee beveiligingsmaatregelen waren getroffen speciaal voor zendingen MOX naar Borssele: de aanvoer van de splijtstof werd minder voorspelbaar geregeld, en de voertuigen waren zwaarder beveiligd.

Toch vertelde de toenmalige financiële man van Borssele, Bram-Paul Jobse, aan Kuperman dat Borssele zijn MOX-staven niet anders beveiligt dan de hoogradioactieve verbruikte uraniumstaven. Dat stelde ook toenmalig minister Verhagen van Economische Zaken in 2011. Met zijn verklaring dat de beveiliging maar ‘marginaal’ anders hoefde te zijn dan bij uranium, overtuigde hij de Raad van State: een verleende vergunning kon door de beugel.

Nog altijd is de beveiligingskwestie een heet hangijzer. Laka, een stichting die informatie verzamelt over de risico’s van kernenergie, noemt de beveiliging in Borssele in navolging van Kuperman ‘inadequaat’. Laka roept op om de beveiliging te verbeteren.

5. Waarom werkt Frankrijk afgewerkte uranium op?

Daar waren in het verleden vele redenen voor. Ten eerste is Frankrijk een kernmacht, en voor zijn Force de Frappe had het land plutonium nodig. Die kon worden gewonnen uit de uitgewerkte splijtstofstaven.

Ook voor de energievoorziening leek plutonium mooie perspectieven te bieden. Snelle kweekreactoren leken nog de toekomst te hebben. Het idee achter dergelijke reactoren was geniaal. Zo’n reactor zou elektriciteit leveren, maar tegelijkertijd nucleair splijtingsmateriaal maken, méér dan hij zelf verbruikte. Kweken, heette dat. Zo zou er een groeicirkel ontstaan van een nooit eindigende stroom goedkope, schone energie.

Maar helaas: snelle kweekreactoren zijn uitgelopen op een totale mislukking. De centrale in Kalkar, waar Nederland rond 700 miljoen euro aan heeft meebetaald, is onder de naam Wunderland Kalkar nu een pretpark. Frankrijk had zijn Phenix en Superphenix, maar beide zijn al lang gesloten.

De EPZ-kerncentrale in het Zeeuwse Borssele. Beeld Raymond Rutting Photography

6. Wat is nu de markt voor plutonium?

Die wordt alleen maar beroerder. Er liggen grote voorraden van te wachten op een bestemming. Al in 2007 meldt de World Nuclear Association dat er wereldwijd een voorraad is van 390 ton plutonium. Europa, de grootste verbruiker, gebruikt voor zijn kerncentrales niet meer dan 11 ton per jaar.

De Amerikanen en Britten werken niet meer op, de Japanners hebben nog wel plannen maar die worden keer op keer uitgesteld en waarschijnlijk komt het er nooit meer van. In de Verenigde Staten worden opgebrande splijtstofstaven gewoon opgeborgen naast de centrales, of in woestijnen: ‘droge opslag’. Dat is veel goedkoper dan opwerken.

7. Waarom wilde Borssele zo graag MOX gebruiken?

EPZ, de eigenaar van de kerncentrale, had al heel lang plannen om over te stappen op MOX. Maar in 2006 waren er twee redenen om er echt werk van te maken.

In dat jaar kreeg de centrale eindelijk de zekerheid dat zij tot 2034 open mocht blijven. Bovendien besloot Frankrijk dat jaar dat buitenlandse partijen die hun splijtstof lieten opwerken, de plutonium terugkregen. Maar Nederland wil geen plutonium in huis.

EPZ had toen twee mogelijkheden: of de uitgewerkte uraniumstaven niet meer laten opwerken, en in plaats daarvan meteen op te slaan. Of doorgaan met de opwerking in Frankrijk, maar dan zelf de plutonium afnemen in de vorm van MOX. In documenten waarmee EPZ in 2012 zijn MOX-vergunning aanvroeg, stelt het bedrijf: ‘EPZ verwacht een betere kostprijsbeheersing door de inzet van MOX.’

Maar Jan Wieman, verantwoordelijk voor de splijtstof in Borssele, schreef op de website Nuclear Engineering een iets andere verklaring. Volgens hem viel de keuze op MOX omdat EPZ die route al kende (wat wel klopt voor de afvoer van opgebrande splijtstof naar La Hague maar niet klopt voor de aanvoer van MOX), omdat het in de kosten niet veel scheelde, en omdat het beter is je eigen afval te verwerken.

8. Zijn dat plausibele redenen?

Dat vindt Alan Kuperman niet. Volgens hem is het gebruik van MOX veel duurder dan andere oplossingen, reden waarom steeds minder centrales het gebruiken. Ook toen EPZ in 2012 zijn vergunning aanvroeg was dat al het geval, schrijft hij. En sindsdien is de prijs van uranium enorm gedaald, terwijl de prijs van MOX niet wezenlijk is veranderd. Kuperman houdt het erop dat MOX drie tot negen keer zo duur is als uranium.

De Duitse kernenergie-expert Mycle (spreek uit: Maikel) Schneider valt Kuperman bij. Schneider is bekend als de auteur van het jaarlijkse overzicht van de nucleaire industrie, The World Nuclear Industry Status Report. ‘MOX is vijf keer zo duur als uranium’, laat hij per mail weten.

EPZ spreekt dat in een schriftelijke reactie fel tegen. Het bedrijf stelt dat Kuperman maar naar een beperkt deel van de kosten heeft gekeken. Alle kosten onthullen wil EPZ niet: geheim. Maar de beslissing van destijds om voor MOX te kiezen ‘was gebaseerd op een economische evaluatie waaruit we concludeerden dat in het geval van Borssele MOX niet duurder was dan natuurlijk uranium.’

9. En wat is er volgens Kuperman dan aan de hand?

Dat hele MOX-project is een fantastische levensverzekering voor de centrale, stelt hij. Zodra Borssele de kans kreeg, sloot het een contract met de Franse verwerker Areva (tegenwoordig Orano) dat loopt over de complete resterende levensduur van de centrale, dus tot 2034. In het contract is geregeld dat het alleen kan worden opengebroken tegen zeer hoge boetes, schrijft Kuperman. Hij verwijst naar een rapport van de commissie-Holtkamp uit 2017, die becijferde dat vroegtijdige sluiting van de centrale 1 tot 1,3 miljard euro zou kosten, onder meer vanwege de boetes.

‘Het staat buiten kijf dat het tekenen van het contract met Areva (Orano, red.) in 2012 het de regering in feite onmogelijk maakte de centrale nog te sluiten vóór 2033’, schrijft hij. ‘De vraag die resteert is of dit ook een motief was, of zelfs het belangrijkste motief.’

EPZ spreekt de theorie tegen. Hoezo levensverzekering: ‘We besloten op MOX over te stappen toen al was besloten dat we tot 2033 open mochten blijven’, zegt de woordvoerder. Maar ook in 2016, tien jaar na het besluit dat de centrale tot 2034 open mocht blijven, woedde weer een discussie over sluiting. Uiteindelijk viel het besluit hem niet vervroegd te sluiten, vanwege die kostenpost van 1,3 miljard in het rapport-Holtkamp.

10. Wat vinden anderen ervan?

Diederik Samsom is al een half leven betrokken bij de kerncentrale. Hij is kernfysicus, en was als activist van Greenpeace kind aan huis in La Hague, waar hij onderzoek deed naar en actie voerde tegen de opwerkingsfabriek. MOX is een gevaar voor de verspreiding van kernwapens. ‘Dus je moet het extreem beveiligen tegen terroristen. Daarom is er in elke opwerkingsfabriek een plutoniumboekhouding die gaat tot in fracties van grammen.’ Dat MOX veel duurder is dan uranium: zeker, volgens hem.

Maar dat Borssele zichzelf immuun zou hebben willen maken tegen vroegtijdige sluiting? Dat gaat hem te ver. ‘Het zou kunnen dat het een rolletje heeft gespeeld, dat de regering dan minder makkelijk tot sluiten zou kunnen besluiten. Maar de belangrijkste reden is dat ze niet wisten wat ze anders met hun afval moesten doen.’

En dat Nederland er pas mee begon toen anderen ermee ophielden? Daar moet Samsom wel om lachen. ‘Borssele wilde al heel lang over op MOX. Maar in Nederland duurt alles veel langer dan overal elders. Daarom moesten ze wachten tot 2014.’

VERDER LEZEN

Hoe dacht men in 2006 over MOX-brandstof? ‘We moeten niet allemaal juichend langs de weg gaan staan.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden