Column

Waarom we robots overschatten

Vertrouwen op robots zegt veel over 'onze angsten voor de ander.

Robot Hugo van Hampshire Hotels spreekt negentien talen.

Mensen houden van robots, letterlijk. Robots zijn dode stof, en toch is er de sensatie van een ontmoeting met leven. Twee Hampshire-hotels hebben sinds kort Hugo 'in dienst', de 'charmante en sympathieke humanoïde' (persberichtwoorden) die negentien talen spreekt, gezichten zes maanden onthoudt en weet welke tram naar het museum gaat.

Dat Hugo in de war raakt als een toerist vraagt of hij ook met de bus naar het museum kan, neemt iedereen voor lief: van een robot accepteren we meer dan van een receptionist.

De 'schattigheidswaarde', noemt Bibi Huskens dat, en ze schiet in de lach, alweer, 'sorry'. Bibi had een tijdlang een robot in dienst, Robia, en is blij dat-ie weer weg is. Toen ze met robots begon, als onderzoeker en therapeut bij autismecentrum het dr. Leo Kannerhuis, waren de journalisten niet weg te slaan: dit móést gefilmd en verteld: een robot die kinderen sociale vaardigheden leert. Maar dat het mislukte 'had geen nieuwswaarde, zeiden ze'.

Lang zagen mensen hun machines als werktuig maar ergens in de jaren tachtig kregen ze er gevoelens voor, ontdekte Sherry Turkle, de Amerikaanse hoogleraar die haar halve leven is geobsedeerd door de relatie mens-computer. 'We zien een robot nu als kameraad.' Maar robots zijn dom, zegt Bibi, en hun schattigheidswaarde kalft snel af. Twee onderzoeken deed ze, samen met de Technische Universiteit Eindhoven, waar ze van machines houden. Robia als trainer, en Robia die kinderen leert samenspelen. Het bleek veel werk voor hetzelfde resultaat.

Haar team was weken bezig om scenario's te schrijven en die in Robia te programmeren.Met als gevolg dat drie mensen een werkdag nodig hadden om een therapiesessie van twintig minuten mogelijk te maken - aardappelen kweken in een woestijn is efficiënter.

Bibi en haar teamleden zaten bij de robotsessies als 'assistent', vertelden ze de kinderen, eerst met een kleine afstandsbediening om Robia te besturen maar gaandeweg met een laptop, 'als een Wizard of Oz' bezig die robot op gang te houden. Weer kan ze erom lachen: de commando's baanden zich vertraagd via een server een weg naar Robia, zodat ze te laat kwamen, of twee keer, gevolgd door spraakverwarring. 'Het werd een beetje slapstickachtig.' En: 'de kinderen hadden snel door dat ik degene was die de robot stuurde. Na een paar sessies was de lol er wel vanaf, ook al hadden we de Macarena geprogrammeerd.'

Zeehondenrobot: menselijkheid uitbesteed.

Robia bleek snel uitgeput: na een kwartier raakten de motoren oververhit en zei de robot/therapeut 'I'm hot', in toonloos techno-Amerikaans, terwijl-ie net nog invoelend Nederlands sprak. 'Dan vertelden we de kinderen maar dat de robotdokter moest komen.' Verder was de schattigheidswaarde zo groot dat kinderen tekeningen maakten voor Robia, 'maar dankjewel zeggen was niet geprogrammeerd dus dan bleef die robot stil - erg ongemakkelijk.'

Nadat de journalisten waren langsgeweest, en in beeld wel de robot maar niet de therapeuten lieten zien, belden ouders: of ze ook zo'n ding konden kopen. Dat het zinloos was (en duur) kreeg Bibi nauwelijks uitgelegd.

Ze schreef twee wetenschappelijke artikelen over robots en kinderen met autisme. Die zijn waardevol, want ze falsifiëren een theorie, en vertellen iets over een belangrijke eigenschap van de mens: de werkelijkheid uit het oog verliezen omdat we zo graag in robots geloven.

Bibi Huskens: 'De schattigheidswaarde van robots kalft snel af.'

Verzorgingshuizen kopen nu therapeutische robotzeehonden voor demente ouderen: menselijkheid uitbesteed. Iets waarvoor Sherry Turkle al jaren waarschuwt: die robots laten alleen maar zien dat we geen zin hebben in demente ouderen, 'we bouwen machines die letterlijk doof zijn voor hun verhalen'. En tegelijk, zei Turkle, leren we kinderen dat robots veilige vrienden zijn, want echte vrienden zijn gevaarlijk en onvoorspelbaar. Vertrouwen op robots zegt veel over 'onze angsten voor de ander, onze teleurstelling in de ander, ons gebrek aan kameraadschap, ons gebrek aan tijd.'

Bibi bekijkt het praktischer: 'een robot gebruiken vergt gewoon héél véél extra werk. Echt. Normaal pak je als therapeut je spulletjes en ga je aan de gang; nu zaten we uren en uren alle mogelijke antwoorden van een kind te verzinnen, en de reactie van de robot erop, en moest dat allemaal geprogrammeerd. Ik ben heel erg van de innovatie en de techniek, maar zo ver zijn we gewoon nog lang niet.'

Hugo en Robia, en ook de populaire 'zorgrobot' Zora, blijven buikspreekpoppen. Dat stelt gerust. Want robots houden niet van mensen. En als robots dom zijn, zijn wij dat ook.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.