Waarom wachtlijsten ontstaan, hoe vervelend ze zijn en wat er tegen gedaan wordt

De wachtlijsten zijn terug in de zorg. We onderzoeken hoe ze ontstaan, spreken met een patiënt die er de dupe van is en kijken wat er gedaan wordt om wachtenden te helpen.

Verpleegkundigen in het Martini Ziekenhuis in Groningen. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

De openingstijden zijn verruimd. Op de operatiekamer werken artsen door in de avonden en de weekenden. Ook MRI-scanners draaien overuren. Bestuursvoorzitter Hans Feenstra wil er alles aan doen om de wachtlijsten in het Groningse Martini Ziekenhuis dit jaar nog weg te werken. 'We doen wat we kunnen.'

Hij benadrukt: spoedgevallen worden altijd meteen geholpen. 'Maar je moet keuzes maken.' Normen worden doorgaans nog wel gehaald. 'Maar bij ongewijzigd beleid gaat het de verkeerde kant op.'

De omzet van het ziekenhuis groeide vorig jaar met 4,8 procent. Feenstra vat het op als een compliment. 'Huisartsen verwijzen graag naar ons door, patiënten willen graag door ons geholpen worden en verzekeraars zien dat wij goede zorg leveren.'

Maar dus wel een compliment met een schaduwzijde: wachttijden lopen op. Bij kindergeneeskunde bijvoorbeeld, maar eigenlijk over de hele linie. 'Wij lopen aan tegen de grenzen van onze capaciteit', zegt Feenstra. 'Het klemt. En voor een patiënt is het nooit leuk langer te moeten wachten.'

Overal in het land nemen wachttijden in ziekenhuizen toe. Met economische voorspoed stijgt de vraag naar zorg. Ouderen die langer thuis wonen, belanden vaker op de spoedeisende hulp en blijven vaker met complicaties langer opgenomen. En aan bepaalde specialisten is een tekort.

In het Noorden en Oosten is de situatie het meest nijpend, concludeert de Nederlandse Zorgautoriteit. De regio's kampen met vergrijzing - en daarmee met een toenemend beroep op zorg. Verpleegkundig personeel en bepaalde medisch specialisten zijn er bovendien schaarser dan elders. Het Martini Ziekenhuis nam onlangs een maag- darm- en leverarts-in-opleiding aan die pas over anderhalf jaar klaar is. Feenstra: 'Dat was vier jaar geleden onvoorstelbaar.'

Ook aan oogartsen is regionaal een tekort. De wachttijd voor een staaroperatie in het UMCG - ook in Groningen - is inmiddels opgelopen tot dertig weken. 'De meeste patiënten komen in het UMCG omdat hun oogheelkundige aandoening academische zorg vereist. We hebben echter ook te maken met patiënten die op zich goed in een algemeen ziekenhuis geholpen kunnen worden, maar die bij ons hulp hebben gezocht omdat zij elders niet meer terecht kunnen', laat het ziekenhuis weten. Het UMCG zag het probleem in 2015 al aankomen en trok bij zorgverzekeraars aan de bel. 'We zien echter dat in de afgelopen twee jaar niets is gedaan om dit probleem aan te pakken.'

Wachttijdonderzoek

De Volkskrant inventariseerde de wachttijden voor 22 veelvoorkomende ingrepen in 48 grote Nederlandse ziekenhuizen. Zorgaanbieders zijn verplicht wachttijden op hun website te vermelden. Dat gebeurt nog lang niet altijd volledig en nauwkeurig concludeert de NZA, die hier strenger op gaat toezien.

Volgens de norm moeten patiënten binnen vier weken (poliklinisch) of zeven weken (klinisch) geholpen worden. Die norm wordt voor veel ingrepen op veel locaties niet gehaald. De verschillen zijn echter groot: vaak is er in de buurt een sneller alternatief.

De wachttijden zijn het langst voor plastische chirurgie, zoals buikwandcorrecties en borstverkleiningen. Zonder medische noodzaak vergoedt de zorgverzekering deze ingrepen niet. Privéklinieken – ook in het buitenland – zijn een populair alternatief. Ook op een nieuwe heup moeten patiënten relatief lang wachten.

Voor onze selectie ingrepen is de wachttijd gemiddeld het langst in academische ziekenhuizen. Dit komt mede doordat zij zich steeds meer toeleggen op complexe zorg.

Het onderzoek is uitgevoerd door Thijs Heijblok.

Complexe zorg

Maar er speelt meer. Zorgverzekeraars vinden dat minder complexe zorg niet in academische ziekenhuizen thuishoort. In Groningen krijgt het Martini Ziekenhuis nu patiënten die eerder wellicht in het UMCG werden geholpen.

Voor de selectie van 22 ingrepen die de Volkskrant onder de loep nam, is de gemiddelde wachttijd in het UMCG het langst van de 48 ziekenhuizen in het onderzoek. 'De verklaring voor onze relatief lange gemiddelde wachttijden voor deze niet-acute, niet-levensbedreigende behandelingen, is dat wij ons - als enig universitair medisch centrum in de regio - richten op complexe zorg en zorg voor complexe patiënten met meerdere aandoeningen' stelt het UMCG. 'Om ruimte te maken voor deze patiëntengroep, dragen wij steeds meer basiszorg over aan de ziekenhuizen in de regio. Patiënten die ervoor kiezen om voor relatief eenvoudige ingrepen in het UMCG behandeld te worden, zullen dus langer moeten wachten.'

Een begrijpelijke ontwikkeling, vindt Feenstra, opgeleid als internist, jarenlang bestuurder bij een zorgverzekeraar en nu ziekenhuisdirecteur. 'Ziekenhuizen moeten vooral doen waar ze goed in zijn. Iemand die in het weekend z'n enkel verstuikt, hoeft niet naar een academisch ziekenhuis. Voor trauma's en transplantaties moet je in het UMCG zijn. Bij ons kun je terecht voor goede borstkankerzorg.' Speerpunten maken specialisatie mogelijk. Zo heeft het Martini Ziekenhuis de prijzige Da Vinci-operatierobot aangeschaft, waarmee inmiddels ruim honderd prostaatkankerpatiënten zijn geholpen.

Capaciteit

Toch gaat het overdragen van minder complexe zorg naar streekziekenhuizen niet zonder slag of stoot, merkt het UMCG: 'In de praktijk blijkt dit vaak tot financiële discussies te leiden. Wij zouden graag zien dat zorgverzekeraars hierin meer hun regierol zouden pakken.'

Er moeten meer keuzes gemaakt worden, vindt Feenstra. 'Ziekenhuiscapaciteit is dure capaciteit. Daarom moeten we kritisch kijken naar hoe we die capaciteit gebruiken.' Een huisarts kan vaak best handelingen verrichten waarvoor mensen nu naar het ziekenhuis komen. 'Dat heeft als voordeel voor de patiënt dat deze in de buurt geholpen wordt en dat het eigen risico niet wordt aangebroken.'

Het is de doelmatigheidslogica van specialisatie. Maar een 80-plusser uit Groningen die al zijn hele leven in het Martini Ziekenhuis komt met een liesbreuk doorsturen naar Drachten of Emmen? 'Dat moet je niet willen', zegt Feenstra. 'Bovendien wacht een patiënt wacht vaak liever vier weken langer op een behandeling in het vertrouwde ziekenhuis.'


Hoe is het voor de wachtende patiënt?

Elke dag die Henny de Vos-Tuinenburg (62) uit Spijkenisse wacht op haar hernia-operatie, is een dag met pijn. 'Als ik een goede dag heb, is het uit te houden. Maar op slechte dagen heb ik veel pijn, van de linkerkant van mijn onderrug over mijn heup tot op mijn knie. Regelmatig krijg ik steken in mijn linkerbeen, dan kan ik niet meer staan. Alsof iemand met een stuk glas in je huid snijdt. Ik ben gehard ondertussen, maar dan springen me de tranen in de ogen.'

De Vos heeft al een paar jaar rugklachten. Ze moest stoppen met haar werk als ondersteunend medewerker in de zorg. De laatste maanden werd de pijn zo erg, dat ze weer naar de dokter ging. Uit de MRI-scan bleek dat een zenuw in haar onderrug bekneld was tussen de ruggenwervels. Ze moet hiervoor onder het mes.

De Vos heeft twee weken geleden te horen gekregen dat ze vijf tot tien weken moet wachten, voor ze terecht kan in het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam voor een hernia-operatie. In het Spijkenisse Medisch Centrum had ze eerder geholpen kunnen worden, maar daar is geen intensive care: omdat ze eerder een TIA heeft gehad, kon ze op die reden daar niet terecht. Wachtlijstbemiddeling is voor haar geen optie, omdat de wachttijden in andere ziekenhuizen nog langer kunnen zijn.

Nu telt ze de dagen af. Haar nachthemd, ondergoed, slippers en toiletartikelen die ze wil meenemen naar het ziekenhuis, liggen al klaar. Ze weet dat ze niet de enige is die moet wachten op een operatie. Dat het een paar weken duurt, kan ze begrijpen. Maar waarom maanden? 'Ik kan op dit moment zo weinig, ik kom nauwelijks buiten', zegt De Vos. 'Mijn man doet de zware dingen in het huishouden.'

De Vos is geen type dat goed is in nietsdoen. Ze heeft haar vrijwilligerswerk in een verzorgingshuis - onder meer de organisatie van bingo's - dan wel tijdelijk stopgezet, maar doet nog wel de administratie ervan. 'Ik moet wat te doen hebben. Maar achter de computer krijg ik ook weer pijn.'

Ze kijkt soms op tegen die 'doodenge' operatie. Maar ik kijk er ook naar uit, de hoop dat ik van de pijn af kom. Ik word er zo ontzettend moe van. Liever morgen dan volgende week ga ik naar het ziekenhuis.'

Door: Charlotte Huisman

Henny de Vos-Tuinenburg Beeld privé archief

Is wachtlijstbemiddeling de oplossing?

Bijna zeven maanden wachten op een kunstheup in het Universitair Medisch Centrum Radboud in Nijmegen, terwijl dokters in het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis drie kilometer verderop binnen twee weken tijd hebben. Wachttijden verschillen vaak sterk tussen nabijgelegen ziekenhuizen. Maar nodig is lang wachten meestal niet.

Zorgverzekeraars bieden een oplossing als een eerste afspraak of een behandeling lang op zich laat wachten: wachtlijstbemiddeling. De verzekeraar zoekt dan een ziekenhuis of behandelcentrum met een vrijgekomen plek of een kortere rij wachtenden. Vanwege hun zorgplicht moeten verzekeraars regelen dat een klant snel geholpen wordt.

Alle zorgverzekeraars bieden de bemiddeling aan, bovendien is het gratis. Er is een afgesproken norm voor wachttijden - maximaal vier weken voor een eerste afspraak, vier (poliklinisch) of zeven weken (klinisch) voor de start van de behandeling - maar bemiddeling kan ook als minder geduld vereist is. 'Verzekerden mogen ons bellen als ze vinden dat ze te lang moeten wachten. Er zijn geen voorwaarden', zegt Najate Mouatassim, klantadviseur bij zorgverzekeraar VGZ.

Het kan zin hebben het eigen ziekenhuis te vragen of er ergens op de lijst een plek vrij is, maar in de regel sturen wachtlijstbemiddelaars patiënten naar een verder gelegen ziekenhuis. En dat heeft lang niet iedereen er voor over. Zeker als een ingreep niet spoedeisend is, wachten veel patiënten liever wat langer voor een behandeling in hun vertrouwde ziekenhuis in de buurt.

Maar: weinig patiënten horen überhaupt van de mogelijkheid tot wachtlijstbemiddeling, constateren de NZa en Patiëntenfederatie Nederland. 'Veel verzekerden weten helemaal niet dat hun zorgverzekeraar aan wachtlijstbemiddeling doet', aldus directeur Dianda Veldman. 'Een enkele goede niet te na gesproken, maar je moet bij de meeste verzekeraars vier vijf keer doorklikken op de website voor je weet dat ze aan wachtlijstbemiddeling doen.' Ook ziekenhuizen zijn volgens de NZa niet uit zichzelf geneigd patiënten bij lange wachttijden door te sturen.

Recente cijfers voor heel Nederland zijn er niet, maar volgens een marktscan van de NZa deed in 2014 3 procent van de patiënten een beroep op de mogelijkheid tot behandeling in een ander ziekenhuis. Volgens de zorgautoriteit is het de taak van zorgverzekeraars en zorgaanbieders patiënten te wijzen op wachtlijstbemiddeling. Doen ze dat niet, dan stelt de NZa het informeren van patiënten per 2018 verplicht.

VGZ zegt in reactie daarop zijn patiënten wel degelijk actief te benaderen: via de website, de media en de klantenservice. Probleem is volgens VGZ dat de verzekeraar weinig zicht heeft op de doorverwijzing naar het ziekenhuis tot de zorg gedeclareerd is. Ook zorgverzekeraar CZ benadert klanten al, via de website en het magazine. Het zijn huisartsen die patiënten naar een wachtlijstbemiddelaar zouden moeten sturen, vindt Emiel Verlinden, teammanager wachtlijstbemiddeling bij CZ. 'Zij verwijzen hun patiënten door naar specialisten.'

De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen zegt dat leden hun patiënten informeren over actuele wachttijden en patiënten actief zullen wijzen op de zorgplicht en zorgbemiddelingsrol van verzekeraars.

De NZa vindt dat het afgelopen moet zijn met het zwartepieten. 'We zien dat er te weinig sprake is van een proactieve gezamenlijke aanpak.' Zorgverzekeraars en zorgaanbieders moeten patiënten actiever informeren. De toezichthouder gaat zelf een brochure uitbrengen over de zorgplicht van verzekeraars.

Door: Jurre van den Berg en Jochem van Staalduine

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden